Voorzitter van de FED Ben Bernanke (rechts) en toenmalig VS-president Barack Obama tijdens de financiële crisis in 2009
Voorzitter van de Fed Ben Bernanke (rechts) en toenmalig VS-president Barack Obama tijdens de financiële crisis in 2009 © WikiCommons
 Dossier: Vervellen

Het is moeilijk om te overschatten hoe diep Amerikanen de reactie verafschuwden van hun regering op de wereldwijde financiële crisis. Dat wakkerde het wantrouwen tegenover machtige instellingen aan en versnelde het afglijden naar ideologische extremen.

Neil Irwin, Senior correspondent economie The New York Times

Ondanks alle tegenkanting was het Amerikaanse antwoord op de financiële crisis grotendeels juist. Ik versloeg als verslaggever de hoofdrolspelers van toen – waaronder de voormalige ministers van Financiën Hank Paulson en Tim Geithner en voormalig voorzitter van de Federal Reserve, of Amerikaanse centrale bank, Ben Bernanke – en schreef vervolgens een boek over de crisis. Als ik daar tien jaar later op terugkijk, ben ik verbaasd over de manier waarop ik, en zij, verkeerd begrepen wat ‘succes’ eigenlijk inhield.

De beleidsmakers en administratie van toen slaagden in hun onmiddellijke doel, het behoud van het financiële systeem. Maar zij – of beter gezegd, zij en de toenmalige politieke leiders – maakten ook barsten die het systeem dat ze wilden behouden, dreigen te ondermijnen.

De fundamenten van het moderne kapitalisme worden vandaag van alle kanten in twijfel getrokken. De Republikeinse regering schuift vrolijk handelsovereenkomsten aan de kant en Democraten voelen veel animo voor het democratisch socialisme. Om de uitdagingen en uiteindelijk de mislukking van hun antwoord te begrijpen, moeten we teruggaan naar 2008 en 2009, toen de financiële macht van de Amerikaanse overheid – triljoenen dollars, cumulatief – werd ingezet om de crisis in te dammen.

De status quo herstellen

Geithner, Paulson en Bernanke zijn centristen in de context van de moderne Amerikaanse politiek, maar het zijn conservatieven in de traditionele zin van het woord – mensen die een systeem proberen te behouden dat ze geërfd hebben. Hun strategie was om alles zo snel mogelijk ‘op te lappen’. Het doel was niet om Wall Street onmiddellijk opnieuw uit te vinden, maar om de kapitaalstroom door de wereldeconomie te laten stromen en tegelijkertijd de diepte en de duur van de recessie die de crisis had veroorzaakt te minimaliseren.

Zo’n 230 academische economen ondertekenden een brief waarin ze de regelgeving om de banken te redden, die Paulson voorstelde, aanvielen als oneerlijk en als een potentiële bedreiging voor de levensvatbaarheid van particuliere markten. Geithners onwil om banken te nationaliseren leidde tot felle kritiek van liberalen die aanvoerden dat de overheid geld doorsluisde naar banken met weinig garanties dat die opnieuw leningen zouden verstrekken.

Het reddingspakket voor de banken kostte de belastingbetaler niet eens enorm veel geld. In veel opzichten leverde het geld op. Waarschijnlijk speelde het agressieve monetaire beleid een rol in de Amerikaanse economische groei vanaf medio 2009.

‘Zijn reddingsplan biedt royale subsidies aan banken en particuliere investeerders terwijl het management en de schuldeisers van de banken worden beschermd’, schreef John B. Judis in 2009 in een artikel in de New Republic met als titel The Geithner Disaster. Bernanke’s pogingen om geld in de economie te pompen door obligaties op te kopen, stuitten ook op verzet. Een groep conservatieve economen schreef in 2010 een brief waarin ze stelden dat het plan van de Fed om kwantitatieve versoepeling (quantitative easing, QE) toe te passen ‘het risico in zich droeg om de munt te ondermijnen en inflatie aan te jagen, en we denken niet dat ze het doel van de Fed, de werkgelegenheid bevorderen, zullen bereiken.’

Die aanvallen waren misplaatst. Het reddingspakket van Paulson luidde geen tijdperk van socialisme in op Wall Street, en het kostte de belastingbetaler ook niet eens enorm veel geld. In veel opzichten leverde het geld op. De stresstests van Geithner bereikten hun doel om het vertrouwen in grote banken te herstellen zonder de kosten en politieke schade van het nationaliseren van de banken. Ze waren zo succesvol dat soortgelijke stresstests nu deel uitmaken van het standaardpakket van toezichthouders, zowel in de Verenigde Staten als elders.

Waarschijnlijk speelde het agressieve monetaire beleid van Bernanke een rol bij het op de rails zetten van de Amerikaanse economische groei vanaf medio 2009. Kwantitatieve versoepeling en lage rentetarieven hebben niet geleid tot een ineenstorting van de dollar of tot een inflatiespiraal.

Amerikaanse hoogconjunctuur

Niemand zal beweren dat de Amerikaanse economie perfect is of dat de beleidsmakers alles precies goed hebben gedaan. Als Paulson de reddingswetgeving had ingesteld voordat de Lehman Brothers bank failliet ging op 15 september 2008, had de ernstigste fase van de crisis misschien helemaal voorkomen kunnen worden, hoewel het een raadsel is hoe hij daarvoor het draagvlak had kunnen vinden voordat de crisis eerst ernstiger werd.

Van 2007 tot 2017 steeg het voor inflatie gecorrigeerde bruto binnenlands product per persoon met 6,3 procent in de Verenigde Staten, vergeleken met slechts 3 procent in de eurozone, waar vergelijkbaar beleid langzamer werd ingevoerd.

Als Bernanke sneller had gehandeld – door in 2009 of 2010 een QE-programma voor onbepaalde tijd in te voeren in plaats van te wachten tot 2012 – was het herstel misschien eerder gekomen. Het is dan weer niet duidelijk hoe het herstel eruit zou hebben gezien als Geithner een meer activistische aanpak had omarmd om managements te vervangen en meer overheidscontrole te krijgen over de meest problematische grote banken, met name Citigroup en Bank of America. Of als hij een groter programma had verdedigd om mensen met leningen te helpen die hun hypotheken niet meer konden afbetalen.

De tactiek die de mannen kozen kan worden betwijfeld, maar het resultaat van hun inspanningen spreekt voor zich. De stijgende conjunctuur heeft negen jaar geduurd, de op een na langste periode ooit. Hoewel de banengroei jarenlang teleurstellend traag verliep, is het werkloosheidscijfer nu 3,9 procent, een van de laagste in decennia. Van 2007 tot 2017 steeg het voor inflatie gecorrigeerde bruto binnenlands product per persoon met 6,3 procent in de Verenigde Staten, vergeleken met slechts 3 procent in de eurozone, waar vergelijkbaar beleid langzamer werd ingevoerd.

De politieke prijs

Het was 19 februari 2009, minder dan een maand na het aantreden van de regering-Obama. Geithner en zijn collega’s hadden plannen geïntroduceerd om huiseigenaren die het moeilijk hadden te helpen, en heel wat liberale critici vonden die ontoereikend. De menselijke kost van de gedwongen verkopen van woningen waren inderdaad al immens; er waren dat jaar 2,8 miljoen executieverkopen.

Maar het beleid om huiseigenaren in moeilijkheden te helpen was ‘giftiger’ dan de crisismanagers hadden voorzien. Vanaf de Chicago Mercantile Exchange stak CNBC-redacteur Rick Santelli een tirade af voor de eeuwigheid. ‘Hoeveel van jullie willen betalen voor de hypotheek van je buurman die een extra badkamer heeft en zijn rekeningen niet kan betalen?’ zei Santelli, terwijl handelaren achter hem juichten. ‘President Obama, luistert u? We denken erover om in juli een theekransje (tea party) te houden in Chicago.’

De term bleef hangen en werd omarmd door de conservatieve activisten die de Republikeinen, als de Tea Party, naar de overwinning brachten in de tussentijdse verkiezingen van 2010 – voor een niet onbelangrijk deel gedreven door verzet tegen economische stimuleringsmaatregelen, reddingsoperaties en door het werk van de Federal Reserve.

Het was misschien te voorzien dat veel linkse partijen de strategie te vriendelijk voor Wall Street vonden. Het was ook te voorzien dat libertair rechts de reddingsoperaties zou verafschuwen. Verrassender was dat sommige van de grootste begunstigden uitgesproken tegenstanders werden.

De beleidsmakers kenden de waarschuwingen uit de geschiedenis over economisch beleid dat te traag reageert op een financiële crisis. Maar ze leken ervan uit te gaan dat als ze de economie op orde hadden, de steun van de bevolking wel zou volgen. Zoals Bernanke over de Santelli-tirade schreef in zijn memoires: ‘Ik was verbijsterd dat huiseigenaren helpen niet populairder was.’

Er is natuurlijk een reden dat ze in hun rol van aangestelde technocraten zaten en niet in die van politici. Maar het is niet zo dat George W. Bush of Barack Obama betere ideeën hadden om het publiek mee te krijgen dan de mannen die ze kozen om het financiële beleid te leiden. Het was misschien te voorzien dat veel linkse partijen de strategie Geithner-Paulson-Bernanke als te vriendelijk voor Wall Street-belangen zouden beschouwen. Het was ook te voorzien dat libertair rechts de reddingsoperaties zou verafschuwen. Verrassender was dat sommige van de grootste begunstigden van de strategie uitgesproken tegenstanders werden.

De Geithner-strategie was gebaseerd op het redden van Wall Street, met honderden miljarden belastinggeld – terwijl er een strenger regelgevend systeem werd opgebouwd om te proberen een soortgelijke crisis te voorkomen. Maar tegen de tijd dat wat de Dodd-Frank Act werd, op weg was om in 2010 aangenomen te worden, hadden de financiële sector en bijna alle Republikeinen in het Congres aangegeven zich volledig te verzetten tegen de regulering van de sector. Slechts drie van de 178 Republikeinse leden van het Huis steunden het wetsvoorstel.

Zelfs toen Bernanke’s beleid van ‘gemakkelijk geld’ de aandelenmarkt omhoogstuwde en samenviel met een geleidelijk verbeterende economie en lage inflatie, was het commentaar overweldigend negatief. Op bijna elk uur van de dag kon je op een willekeurig financieel netwerk klachten horen over hoe QE en een nulrente de markten verstoorden. Toen Bernanke zijn functie begin 2014 neerlegde, terwijl de aandelenmarkt een hoge vlucht nam en de werkloosheid snel daalde, keurde volgens een Gallup-enquête slechts 28 procent van de Republikeinen zijn prestaties goed. Succes is zelden zo impopulair geweest.

Hoe de crisis onze politiek ondermijnde

In juli 2018 kwamen Bernanke, Geithner en Paulson weer samen. Ze nodigden een handvol verslaggevers uit om hen te interviewen in een vergaderzaal van het Brookings Institution, waar ze in september zouden deelnemen aan een terugblik op de crisis. Zou de opkomst van anti-establishment partijen over de hele wereld – niet in de laatste plaats Donald Trump aan de rechterkant en Bernie Sanders-achtige socialisten aan de linkerkant – kunnen worden herleid tot hun werk als crisisrespondenten?

‘We weten uit de geschiedenis dat grote financiële crises vaak gevolgd worden door een populistische reactie’, zei Bernanke. ‘Ik denk dat we allemaal ons best hebben gedaan om uit te leggen wat we deden en met de politiek samen te werken, hoe moeilijk dat ook was. We waren gefocust op het voorkomen van de ineenstorting van het financiële systeem. Onze communicatie naar het grote publiek was niet altijd onze eerste prioriteit.’

Wanneer je triljoenen dollars uitgeeft om een systeem te redden dat de meeste mensen in eerste instantie niet zo leuk vinden, blijkt het resultaat, ook al is het ‘succesvol’, geen opluchting.

Hij stelde echter dat trends op langere termijn – zoals stagnatie van de lonen in de middenklasse, sociale disfuncties, toenemend wantrouwen in de overheid en vijandigheid tegenover immigratie – een grotere verklaring boden voor de opkomst van extremen.

Die analyse lijkt zowel correct als onvolledig. Natuurlijk hebben het anti-migratie-nationalisme aan de rechterkant en het nieuwe socialisme aan de linkerkant diepere wortels. Maar het was de ervaring van de crisis en het gevoel onder alle ideologische stromingen dat Amerikanen werden gevraagd om de rekening te betalen voor de fouten van iemand anders – of het nu ging om de topmanagers van Wall Street of om Santelli’s buurman met de gerenoveerde badkamer – die ertoe bijdroegen dat lang aanslepende problemen gingen opborrelen.

De reactie op de crisis was in veel opzichten het hoogtepunt van een vorm van centristische, technocratische beleidsvorming die bestaande instellingen probeert aan te passen en bij te sturen in de richting van betere resultaten. En het ondermijnde in dezelfde beweging de brede steun onder de bevolking voor die manier van regeren in de nabije toekomst. Wanneer je triljoenen dollars uitgeeft om een systeem te redden dat de meeste mensen in eerste instantie niet zo leuk vinden, blijkt het resultaat, ook al is het ‘succesvol’, geen opluchting.

Het resultaat is woede.

 

From The New York Times, September 12 © 2018 The New York Times. All rights reserved.

Used by permission and protected by the Copyright Laws of the United States. The printing, copying, redistribution, or retransmission of this Content without express written permission is prohibited.

Vertaald door De Gids op Maatschappelijk Gebied.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025

Werknemers verliezen tienduizenden euro’s door ‘centenindex’

Arizona besliste tijdens de begrotingsgesprekken om lonen in 2026 en 2028 slechts tot 4.000 euro bruto te indexeren. Dat raakt aan de koopkracht van...
   01 december 2025

De dunne grens tussen arbeidsmigratie en sociale dumping

In de bouwsector is sociale dumping kopzorg nummer één, dat bleek onlangs nog in de Pano-reportage over detacheringsmisbruik. Controle,...
   27 november 2025

Ook gepensioneerden slachtoffer van verkapte indexsprong

Ouderenvereniging OKRA vindt dat het begrotingsakkoord niet alleen werknemers treft, maar ook gepensioneerden viseert. ‘De grens van 2.000 euro...
   26 november 2025