Met de wet van 19 augustus 1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd werd een middel gevonden om sociale conflicten te managen. Hierdoor kunnen representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties in de schoot van de paritaire comités bepaalde vitale behoeften aanduiden, alsook maatregelen, prestaties en diensten die sowieso verzekerd moeten worden in geval van werkneerlegging.
Afspraken dus om chaos te vermijden. Wie heeft er moeite mee dat de bemanning van vissersschepen de vangst moet lossen of dat in ziekenhuizen bepaalde diensten moeten worden verzekerd? Door de oliecrisis (1973-1974) slabakte de economie en maakte België kennis met massale ontslagen en sluitingen van ondernemingen. Stakingen en zelfs bedrijfsbezettingen waren de reactie.
Maar in de nasleep daarvan kwam een anti-syndicaal discours op gang. Dat vond toen nog geen weerklank in het parlementair halfrond. Pas vanaf begin jaren tachtig gingen politieke partijen zich moeien.
Wilde stakingen
Op 21 december 1981 nam het Hof van Cassatie in het arrest SIBP t. Debruyne een belangrijke beslissing. Voordien ging men ervan uit dat een staking alleen geoorloofd was als de stakingsaanzegging zoals afgesproken in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, werd nageleefd. Wilde stakingen – dus met miskenning van die stakingsaanzegging – konden een ontslag om dringende reden opleveren. Na het arrest van het Hof niet meer.
In het parlement duiken vanaf 1982 wetsvoorstellen op om het stakingsrecht te beknotten, het gros van liberale signatuur.
De uitspraak van ons hoogste rechtscollege maakte stakingen onvoorzienbaarder. Komt daar nog bij dat België in 1991 het Europees Sociaal Handvest ratificeerde. Dat garandeert in artikel 6, alinea 4, een recht op collectieve actie, met inbegrip van het stakingsrecht. Het Hof van Cassatie had zich alleen uitgesproken over de werkneerlegging, nu mocht plots méér. Maar hoeveel meer?
Werkgevers werden onzeker, zij voelden zich beperkt in hun mogelijkheden om stakingen onder controle te houden. Sommigen zetten de stap naar de rechtbank, anderen klopten aan bij politici. In het parlement duiken vanaf 1982 wetsvoorstellen op om het stakingsrecht te beknotten, het gros van liberale signatuur.
De meest agressieve wetsvoorstellen wilden de staking of collectieve actie criminaliseren. Zo wordt de invoering van een artikel 438bis in het Strafwetboek gepropageerd waarmee men diegene wil straffen die de doorgang belet ‘in een plaats waar die persoon het recht van komen en gaan heeft’. In een variant wordt het verhinderen van de toegang tot een bedrijf gelijkgesteld met … stalking. Kostenplaatje van dat aangepaste artikel 442 in het Strafwetboek: twee jaar gevangenisstraf. Trekken en duwen hoort er niet meer bij.
De manoeuvreerruimte van stakingsposten wordt zo wel erg beperkt. Maar ook de werkneerlegging wordt geviseerd. In 1984 werd voor de eerste maal een wetsvoorstel ingediend om de staking te onderwerpen aan een referendum. Het plan was om het personeel zich te laten uitspreken over de voortzetting van een actie. Wie – in geval van verwerping – toch zou blijven staken, zou ontslagen kunnen worden.
Minimale dienstverlening
Vooral stakingen van openbare diensten zijn een doorn in het oog van bewindslieden. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de publieke sector voornamelijk aan vierentwintig-uren-stakingen doet. Dergelijke acties worden al gauw als ‘politiek’ ervaren, hoewel de inzet meestal loon- en arbeidsvoorwaarden betreft. Hierbij speelt ook mee dat werkneerleggingen bij sommige overheidsdiensten, zoals luchtverkeersleiders of bij het openbaar vervoer, heel wat ongenoegen veroorzaken bij het kiezerspubliek.
Voor het spoor geldt sedert 2017 een gegarandeerde dienstverlening, een idee gepikt van de Franse regering-Sarkozy.
Het offensief tegen de staking van ambtenaren begon rond 1982. Steeds staat de ‘continuïteit van de openbare dienst’ centraal. De overheid mag nooit stil vallen. Om dit te garanderen werd in 1989 een wetsvoorstel ingediend dat aan de ministerraad de mogelijkheid moest geven om overheidspersoneel op te vorderen. De ambtenaar die een bevel om te werken naast zich neerlegt, zou niet alleen een tuchtstraf kunnen oplopen maar ook een geldboete tot 50.000 franken, een smak geld in die tijd.
De regeling was een blanco cheque waarmee de regering eender welke actie kon fnuiken. Gelukkig werd het onzalige idee afgevoerd.
Voor het spoor geldt sedert 2017 een gegarandeerde dienstverlening, een idee gepikt van de Franse regering-Sarkozy. Wie het werk wenst neer te leggen, moet dit op voorhand meedelen zodat de service aan reizigers optimaal georganiseerd kan worden. Opgepast, dit is geen minimale dienstverlening. Dat veronderstelt immers dat een bepaald percentage van de treinen moet rijden. Zoiets blijft uiteraard de ultieme wensdroom van rechts.
Open VLD (nu Anders) diende in 2025 nog een voorstel in waarbij minstens 50 procent van de dienstregeling verzekerd moet worden. Bij onvoldoende werkwilligen zouden personeelsleden zelfs opgevorderd kunnen worden.
Stakingskas
In de media wordt vaak een hetze gevoerd als er in de marge van een collectief conflict schade wordt veroorzaakt. Actievoerders die zich hieraan hebben bezondigd – en meestal niets te maken hebben met de werknemersorganisaties – kunnen persoonlijk worden aangesproken, maar dat is vaak niet evident in de anonimiteit van de massa.
Bij gebrek aan rechtspersoonlijkheid blijven de werknemersorganisaties tot op heden buiten schot. Men kan hun vermogen (nog) niet aanslaan. Het Vlaams Belang, in een voorstel uit 2021, wil daar verandering in brengen, zodat schade verhaald kan worden voor daden begaan door ‘leden wanneer deze handelen in het kader van een actie waarvoor die organisaties het initiatief hebben genomen of die ze hebben erkend’. Je ziet de bui al hangen. Er wordt tijdens een vakbondsbetoging een auto beschadigd en plots komen de stakingskassen in het vizier.
Het Vlaams Belang wil de schade van individuen tijdens een vakbondsactie kunnen verhalen op de vakbonden. Er wordt tijdens een vakbondsbetoging een auto beschadigd en plots komen de stakingskassen in het vizier.
Sommige voorstellen zijn zo geformuleerd dat ze een blauwdruk zijn voor een heuse stakingswet. Het wetsvoorstel betreffende het recht op collectief optreden, dat de N-VA in 2021 deponeerde, omvat bijvoorbeeld een zevental programmapunten waarbij het zeer rekbare ‘recht op werken’ centraal staat. Wie dit zou verhinderen, maakt zich schuldig aan … grensoverschrijdend gedrag. Maar er is méér. Een staking moet, in het voorstel, worden aangezegd, anders is de actie niet ‘legitiem’. De minimale aanzeggingstermijn moet veertien dagen bedragen.
Weg dus wilde staking, weg verrassingseffect. In de afkoelingsperiode moeten de partijen pogingen ondernemen om zich te verzoenen. De actie mag dan uiteindelijk pas doorgaan nadat een sociaal bemiddelaar een proces verbaal van niet-verzoening heeft opgesteld. Wie wil staken, moet toestemming vragen.
Arme uitzendkrachten
Het stakingsrecht wordt daarnaast in stealth-modus aangevallen. Het recente N-VA wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers voor wat betreft de inperking van het verbod op tewerkstelling van uitzendkrachten bij staking of lock-out, wil dat de uitzendkracht aan het werk wordt gehouden tijdens een staking indien deze voorafgaand aan de werkneerlegging was tewerkgesteld.
In de huidige stand van de wetgeving moeten uitzendkrachten in die hypothese worden teruggetrokken of er kunnen sancties volgen. Werkgevers die interimmers blijven tewerkstellen, nadat ze opdracht hebben gekregen van het uitzendbureau om te stoppen, worden automatisch met dergelijke werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. De bedoeling van de huidige wet is duidelijk: vermijden dat uitzendkrachten worden gebruikt om werk over te nemen van stakers. Dat aspect negeert door het wetsvoorstel van N-VA.
De focus ligt op de uitzendkracht die – ocharme – moet worden teruggetrokken, ‘onevenredig, onrechtvaardig en discriminerend’. Verhelpt het wetsontwerp echter wel die onrechtvaardige situatie? Is het niet veeleer een cadeau voor werkgevers en uitzendkantoren?
Cherrypicking
De voorstellen die vaak legislatuur na legislatuur telkens opnieuw worden ingediend, zijn in de regel onzorgvuldig geformuleerd en (te) summier. Meestal omdat men, naar aanleiding van een of ander mediageniek feit, snel iets in elkaar flanst met als enige doel om de achterban te plezieren. Vaak zijn het overigens voorstellen om iets te regelen dat al geregeld is.
Bij geweld aan het piket is al het strafrecht van toepassing. Waarom dan nog extra wetgeving? De eenzijdigheid van de voorstellen is bovendien stuitend. Het recht op collectieve actie steunt op internationaal recht. Dat wordt straal genegeerd. De rechten van de werkgevers – het eigendomsrecht, de vrijheid van ondernemen … – en van werkwilligen primeren zonder meer. Over de grondrechten van stakende werknemers wordt met geen woord gerept.
De Zweedse wetgeving laat blokkades en boycots van ondernemingen soms expliciet toe. Laten we dat eens op de politieke agenda plaatsen.
En dan is er nog de argumentatie. Men maakt er zich vaak van af met verwijzingen naar buitenlandse rechtssystemen. In Verweggistan wordt het stakingsrecht zus of zo beperkt, dan nemen we dat maar over. De Raad van State heeft in het verleden kanttekeningen geplaatst bij dergelijke cherrypicking. Je kunt regelingen niet ‘zomaar’ importeren, er moet rekening worden gehouden met de hele socio-economische context. Je moet met andere woorden veel meer overnemen dan enkel de stakingsbeperking, maar dat past vaak niet in het politieke kraam.
Wat als we de rollen eens omdraaien? Onder de Zweedse wetgeving zijn blokkades en boycots van ondernemingen bijvoorbeeld soms expliciet toegestaan. Laten we dat eens op de politieke agenda plaatsen.
Jaren dertig
Het stakingsrecht van het personeel van de NMBS, De Lijn en van de penitentiaire instellingen werd recent aan beperkingen onderworpen. In al die gevallen was de stem van het middenveld quantité negligable. Wetgeving werd meerderheid tegen minderheid door de strot geramd. Heel wat voorstellen die nog in de pijplijn zitten, hebben als enig doel om de vakbond te beschadigen, of zelfs te vernietigen. Ze zijn een exponent van een bedenkelijke maatschappelijke onderstroom.
Zijn de jaren dertig terug? Sommige politici vinden dat de vergelijking met het interbellum getuigt van intellectueel onvermogen. Zij doen echter verdomd weinig moeite om zich te distantiëren van de ideeën uit de wereld van gisteren. Een maatschappij die de grondrechten van werknemers negeert en het stakingsrecht afbouwt, stevent af op een democratisch deficit.


