Al maanden blijft de pensioenvervorming de gemoederen beroeren. Maar formeel is deze nog steeds geen feit. Twee weken geleden stuurde de oppositie de wetteksten nogmaals naar het wachtbankje, doordat ze verschillende amendementen indienden en daar advies van de Raad van State over vroegen. De regering kon echter een spoedprocedure afdwingen, waardoor de hervorming nu alweer in het halfrond terechtkomt.
Net deze week komt statistiekbureau PensionStat.be met nieuwe cijfers over de pensioenkloof. In 2024 bedroeg die 21 procent. Dat wil zeggen dat alle vrouwen samen meer dan een vijfde minder pensioen ontvingen dan alle mannen samen. Daarbij werd rekening gehouden met zowel het wettelijke als het aanvullende pensioen. Gemiddeld komt dat neer op een verschil van 518 euro bruto.
Wat houdt de pensioenhervorming in?
De pensioenleeftijd is al een tijdje verhoogd tot 67 jaar, maar nu wil minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) ook de toegang tot het vervroegd pensioen verstrengen. Zo telt een jaar pas na 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen als gewerkt jaar, ofwel als je halftijds gewerkt hebt.
Bovendien zou er een malus komen voor mensen die voor de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen willen gaan en niet aan voldoende gewerkte jaren geraken. Om aan de malus te ontsnappen moet je minstens 35 gewerkte jaren kunnen voorwijzen en in totaal 7.020 gewerkte of gelijkgestelde dagen op de teller hebben, wat in de praktijk neerkomt op 45 jaar halftijds werken.
Ook aan de gelijkgestelde periodes wordt gesleuteld. Zo tellen onder andere ouderschapsverlof, moederschapsrust, geboorteverlof en ziekte mee, zonder beperkingen. Maar zaken als werkloosheid, landingsbanen en SWT zullen voor iedereen vanaf jaargang 1968 nog maar maximaal 20 procent van de loopbaan mogen uitmaken.
Wie dus pech heeft en enkele jaren werkloos was en op het einde van de loopbaan gas wil terugnemen, ziet daardoor soms een deel van de loopbaan niet meer terug in de pensioenberekening.
Dit is maar een beperkte greep uit de maatregelen die voorliggen en vooral vrouwen raken op het einde van hun loopbaan.
Kloof dreigt opnieuw te vergroten
Als je alleen rekening houdt met het wettelijk pensioen, dan bedraagt de kloof nog steeds 18 procent, ofwel 403 euro per maand. Volgens PensionStat.be wordt het verschil tussen mannen en vrouwen vooral beïnvloed door het aantal gewerkte jaren.
‘Vrouwen hebben vaker versnipperde loopbanen, werken vaker deeltijds en nemen meer loopbaanonderbrekingen door zorg, moederschap of gezondheidsproblemen’, weet ACV-genderexperte Marte Billen.
Sinds 2020 is de pensioenkloof wel licht gedaald, van 25 tot 21 procent, tonen de cijfers van PensionStat.be. Al is de daling die toen ingezet werd al even stilgevallen. Experts vrezen intussen dat de kloof opnieuw zal vergroten door de pensioenhervorming die minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) wil doorvoeren. Zo onder andere de Raad van State én het Planbureau, dat in een doorrekening van de pensioenmaatregelen expliciet waarschuwde dat de pensioenkloof opnieuw zou vergroten.
Harde realiteit
‘Het Planbureau waarschuwde expliciet voor een toename van armoede bij gepensioneerden en voor een vergroting van de ongelijkheid’, stipt ACV-voorzitter Ann Vermorgen aan. ‘En toch blijft de arizonaregering van premier De Wever koppig doorzetten en de kritiek wegwuiven onder het mom dat de realiteit nu eenmaal hard is. Nochtans is de echte realiteit dat mensen hun loopbaan achteraf niet kunnen overdoen en dat vrouwen vaker deeltijds werken, niet omdat ze daar zelf voor kiezen, maar omdat onze samenleving zich daar impliciet en expliciet op organiseert.’
‘Als je mensen echt een goed pensioen gunt, dan moet je nu investeren in degelijke kinderopvang, in goed openbaar vervoer, in werkbaar werk, en in arbeid die mensen ondersteunt.’
Ann Vermorgen, voorzitter ACV
De ACV-voorzitter wijst erop dat de regering nu mensen afstraft voor zaken waar zij vaak zelf een creatieve oplossing voor moesten voorzien tijdens hun loopbaan. ‘We verwachten dat vrouwen voltijds gaan werken maar tegelijkertijd ook voor de kinderen zorgen. Tegelijkertijd is er onder andere een enorm plaatstekort in de kinderopvang. En dat is maar een voorbeeld waarin we gezinnen de combinatie bijna onmogelijk maken.’
‘Als je mensen echt een goed pensioen gunt, dan moet je nu investeren in degelijke kinderopvang, in goed openbaar vervoer, in werkbaar werk, en in arbeid die mensen ondersteunt’, stelt Vermorgen.

