Het mobiliteitsbudget werd in het leven geroepen om een antwoordt te bieden op de wildgroei aan salariswagens, zonder aan het loonvoordeel te raken. Werknemers met een salariswagen kunnen deze daarbij vrijwillig inruilen voor een budget dat ze kunnen spenderen aan een goedkopere, milieuvriendelijkere wagen of kiezen voor een duurzame mobiliteitsoplossing zoals een leasefiets of een abonnement op het openbaar vervoer.
Maar wie binnen een straal van maximaal tien kilometer van zijn werk woont of minstens de helft van de tijd thuiswerkt, kan ook kiezen om het budget al dan niet gedeeltelijk te spenderen aan de woonkosten. Bijna driekwart van alle werknemers met een mobiliteitsbudget doet dat tenminste gedeeltelijk.
Gemiddeld spenderen werknemers net geen 800 euro aan huisvesting via hun mobiliteitsbudget.
Iets minder dan de helft gebruikt zelfs hun volledige budget daarvoor, blijkt uit de KPMG-studie die De Tijd vorige week kon inkijken. Gemiddeld gaat het om net geen 800 euro per maand. KPMG baseert zich gegevens van mobiliteitsplatform Olympus. Ook eerder dit jaar bleek uit een rondvraag van De Standaard bij verschillende aanbieders van mobiliteitsbudgetten dat huisvestiging de meest populaire optie is.
570.000 salariswagens
Momenteel zijn er een zo’n 22.000 werknemers die van een mobiliteitsbudget gebruikmaken. Maar binnenkort zullen alle werknemers met een bedrijfswagen verplicht een mobiliteitsbudget aangeboden krijgen. Dat betekent dat de rond 570.000 salariswagens vanaf dan massaal ingeruild kunnen worden om huur en hypotheek te betalen. Dat is weliswaar een goede zaak voor de werknemers zelf, maar experts vrezen dat het mobiliteitsbudget daarmee ongewild een negatieve invloed zou kunnen hebben op de prijzen van huizen en huren.
Twee maanden geleden bereikten de sociale partners al een akkoord rond maatregelen voor het verplichte mobiliteitsbudget. De vakbonden en werkgeversorganisaties vragen in hun advies aan de regering dat de nieuwe budgetten nog maar gedeeltelijk voor huisvestingskosten gebruikt kunnen worden. De andere helft moet worden besteed aan duurzame vervoermiddelen of wordt uitbetaald met de inhouding van rsz-bijdrage.
Denkoefening nodig
Voor het ACV moet er een bredere denkoefening komen, klinkt het bij Bart Vannetelbosch, nationaal secretaris bij het ACV. ‘We hebben het mobiliteitsbudget steeds gesteund om het totaal ontspoorde non-beleid rond bedrijfswagens om te buigen. Klimaat, mobiliteit, noch onze sociale zekerheid zijn gebaat bij de 600.000 bedrijfswagens die vandaag op onze wegen rondrijden.’
‘Dat nu bijna een op de twee werknemers er de huur of de hypotheek ermee betaalt, leidt er enerzijds toe dat huisvestingskosten alleen maar toenemen, en anderzijds tot de vaststelling dat wonen een van de grootste uitgaven is voor gezinnen. Het werkelijke gewicht ervan wordt nog te weinig meegenomen in bepaalde economische indicatoren en in het debat over de evolutie van de levensduurte.’
‘Klimaat, mobiliteit, noch onze sociale zekerheid zijn gebaat bij de 600.000 bedrijfswagens die vandaag op onze wegen rondrijden.’
Bart Vannetelbosch, nationaal secretaris ACV
Voorlopig is nog niet bekend welke regels er zullen gelden voor de nieuwe mobiliteitsbudgetten die vanaf volgend jaar aangeboden worden. Het is niet duidelijk of minister van Werk Clarinval (MR) het advies van de sociale partners zal volgen. Aan De Tijd liet de minister weten verschillende pistes te onderzoeken.
‘Daarom vragen wij enerzijds dat het advies van de sociale partners gevolgd wordt, maar ook om de werkelijke woonkosten beter mee te nemen in de berekening van de consumptieprijsindex, een ambitieus beleid dat betaalbaar en toegankelijk wonen voor iedereen mogelijk maakt, en een loonsverhoging, zodat werknemers de sterk stijgende woonkosten en andere essentiële uitgaven kunnen blijven dragen’, aldus Vannetelbosch.

