Week na week volgden we met een delegatie vrouwenorganisaties de debatten en stemmingen over de pensioenhervorming. Als ‘observator’ hoor je stil en neutraal te blijven. Dat bleek moeilijk. De verontwaardiging was duidelijk van onze gezichten af te lezen toen het Planbureau zijn analyses presenteerde.
Die bevestigden wat vrouwenorganisaties al langer roepen: deze hervorming verlaagt pensioenen, vergroot de genderongelijkheid en het armoederisico. Meermaals ontsnapten ons zuchten van ongeloof tijdens de ellenlange interpellaties.
Als ‘observator’ hoor je stil en neutraal te blijven. Dat bleek moeilijk.
Wat me opviel, was niet alleen wat er besproken werd in de commissie, maar ook hoe. Onlangs kreeg ik een opfrissing over ‘managementparadigma’s’. Het klassieke rationele model vertrekt vanuit een voorspelbare, meetbare en controleerbare wereld. Pijnlijk herkenbaar. Deze hervorming ademt dat denkbeeld: de samenleving als een onderneming.
De absolute prioriteit? Een begroting in evenwicht, tabellen die kloppen. Wat niet in die tabellen past, verdwijnt uit beeld: onregelmatige onderbroken loopbanen, lange periodes van mantelzorg, zorg voor kinderen, brute pech of ziekte.
Wie betaalt de prijs?
De minister bleef hameren op het effect van ‘financiële prikkels’. Wie langer werkt, wordt beloond. Wie dat niet doet, heeft blijkbaar verkeerd gekozen. Maar keuzevrijheid is ongelijk verdeeld. Je kunt mensen niet aansporen om langer en flexibeler te werken, terwijl de publieke zorg kraakt, de druk op gezinnen stijgt en duurzame jobs voor velen buiten bereik blijven.
Zelfs met de facts and figures werd selectief omgesprongen. Signalen over toenemende ongelijkheid werden weggewaaid of zo geïnterpreteerd dat ze toch in het begrotingsverhaal pasten. Terwijl net de vraag zou moeten zijn: wie betaalt de prijs? Vaak zijn dat mensen met lage pensioenen, onvolledige loopbanen of kwetsbare statuten.
Grotere vragen over vermogen en fiscale rechtvaardigheid blijven buiten schot.
Brabançonne, vrouwelijk symbool van verzet
Net voor de laatste stemming in de commissie voerden we actie op het Surlet de Chokierplein. Ik kwam als eerste toe. Het plein lag er bijna verlaten bij. De pers had gezegd dat ze zou langskomen, en eerlijk gezegd maakte dat me zenuwachtig. Hoeveel organisaties zouden er komen opdagen?
Maar ze kwamen. Een voor een. Vertegenwoordigers van twaalf vrouwenorganisaties en drie vakbonden. Over taalgrenzen, kleuren en zuilen heen. Samen in de zon, met achter ons de strijdvaardige Brabançonne, vrouwelijk symbool van verzet. Ik voelde me gesterkt. Soms is solidariteit precies dat: blijven opdagen wanneer de aandacht verslapt en de uitkomst al grotendeels vastligt.
Achter elk zogenaamd ‘verwaarloosbaar percentage’ gaan échte levens schuil.
We lazen getuigenissen voor van vrouwen die de voorbije maanden binnenstroomden. Zinnen doordrongen van uitputting en woede. Ze wringen zich nu al in onmogelijke bochten. Nog meer flexibiliteit is gewoonweg geen optie. Tijdens de symbolische dans van een acrobate stapte een sympathisant op ons af. ‘Blijf dit doen’, zei ze. ‘Jullie zijn de enigen die hier nog lawaai over blijven maken.’
Die woorden zinderden na. Soms krijgen we het verwijt verwarring te zaaien of het debat te verstoren, maar onze rol is net om het verhaal vollediger te maken. Budgettaire keuzes zijn nooit neutraal. Achter elk zogenaamd ‘verwaarloosbaar percentage’ gaan échte levens schuil.
Inmiddels keurde het parlement, na meermaals uitstel van stemming, dan toch de pensioenhervorming van de regering-De Wever goed. Maar stilte is geen optie. Onze aanwezigheid op tribunes, op pleinen, in opinies en artikels is noodzaak. Stilte speelt zelden in het voordeel van wie niet gehoord wordt. Dus blijven we opdagen, en vooral, lawaai maken.

