Porsche
'De karikatuur van de gepensioneerde zelfstandige die rondrijdt met een Porsche en de verhoogde tegemoetkoming kreeg zonder ernaar te vragen, is eenvoudigweg onmogelijk.' © Unsplash/ Stephen Olmo
  Dossier: Arizona-regering

Als N-VA-voorzitter Valerie Van Peel een anekdote uit haar mouw schudt over iemand met een Porsche én een verhoogde tegemoetkoming, staan de doodgravers van de sociale zekerheid klaar om amok te maken. Los van zo'n foute karikaturen moet het statuut evolueren met de tijd.

Tom De Spiegeleer, CM-cel beleid en politiek

Als de maatschappij verandert, dan moet de sociale zekerheid volgen. CM is voorstander om meer elementen toe te voegen aan het financieel onderzoek voor een verhoogde tegemoetkoming, als ze kunnen wijzen op een groot vermogen. Vermogens wegen immers almaar zwaarder door in gezinswelstand in vergelijking met arbeidsinkomens.

Zorguitstel leidt vaak tot een verergering van de situatie, met een moeilijkere en duurdere behandeling naderhand tot gevolg.

De verhoogde tegemoetkoming (VT) zorgt ervoor dat mensen met beperkte financiële middelen minder uit eigen zak moeten betalen voor geneeskundige verstrekking. Wie de verhoogde tegemoetkoming heeft, krijgt letterlijk een hogere terugbetaling van geneeskundige verstrekking en betaalt dus minder remgeld.

Op die manier vermijden we dat financiële drempels ertoe leiden dat mensen niet of te laat naar de dokter gaan. Zorguitstel leidt immers vaak tot een verergering van de situatie, met een moeilijkere en duurdere behandeling naderhand tot gevolg. De verhoogde tegemoetkoming is dus fundamenteel in een samenleving die naar zoveel mogelijk gezondheid voor zoveel mogelijk mensen streeft.

In een realiteit waarin niet iedereen dezelfde gezondheidskansen heeft, is dat nodig. Zo weten we dat de sterftecijfers in de armste wijken dubbel zo hoog liggen als in de rijkste. Die gezondheidsongelijkheid maakt het essentieel om de verhoogde tegemoetkoming voortdurend kritisch tegen het licht te houden, en te laten evolueren met de maatschappij.

Korte geschiedenis van de verhoogde tegemoetkoming

Dat heeft de verhoogde tegemoetkoming steeds gedaan, en ook nu weer staat ze op een scharnierpunt. De verhoogde tegemoetkoming bestaat al sinds 1963, en onderging sindsdien een ware gedaanteverwisseling. Oorspronkelijk was de doelgroep van de verhoogde tegemoetkoming beperkt: enkel weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen (WIGW) konden er aanspraak op maken, voor zoverre ze voldeden aan de financiële voorwaarden.

Want inderdaad, de verhoogde tegemoetkoming wordt niet zomaar toegekend. De financiële situatie van het gezin wordt gescreend om na te gaan of aan de voorwaarden voldaan is.

Als er al een instelling van de sociale zekerheid of sociale bijstand een financieel onderzoek gedaan heeft, dan is het niet meer nodig dat ook de ziekenfondsen een onderzoek instellen.

Het is duidelijk dat de maatschappij sinds de jaren zestig grondig veranderd is. De wereld is complexer en minder gestandaardiseerd geworden. Loopbanen verlopen diverser, er was stijgende werkloosheid, gezinssamenstellingen werden volatieler, er zijn minder huwelijken en meer eenpersoonshuishoudens. Bijgevolg is het logisch dat de verhoogde tegemoetkoming mee evolueerde.

In verschillende stappen werd niet enkel de doelgroep voor de verhoogde tegemoetkoming verruimd, maar kregen ook de methoden die gebruikt worden om na te gaan wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming een modernisering. Zo kon ze beter voldoen aan de noden en verwachtingen.

Op het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw kwam de verruiming van de doelgroep op gang. Het inzicht groeide dat de financiële drempel voor geneeskundige verstrekkingen niet enkel laag moest blijven voor wie tot de oorspronkelijke doelgroep van de WIGW behoorde. Ook langdurig werklozen – eerst enkel voor wie minstens 50 jaar oud was en al minstens een jaar werkloos – of ambtenaren die langdurig ziek waren en inkomensverlies leden, konden de verhoogde tegemoetkoming aanvragen.

De ziekteverzekering was een belangrijke voorloper in de strijd tegen de non take-up van sociale rechten en voor de administratieve vereenvoudiging.

In 1997 ging ook de automatische toekenning van de verhoogde tegemoetkoming voor welomlijnde doelgroepen van start. Als er al een instelling van de sociale zekerheid of sociale bijstand een financieel onderzoek gedaan heeft, was immers de logica, dan is het niet meer nodig dat ook de ziekenfondsen een onderzoek instellen. Dubbel werk en dubbele administratie voor de aanvrager vermijden, met andere woorden.

De ziekteverzekering was zo een belangrijke voorloper in de strijd tegen de non take-up van sociale rechten en voor de administratieve vereenvoudiging. Ook de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid groeide uit tot een essentieel doorgeefluik van gegevens tussen de instellingen van de sociale zekerheid.

Langdurig kwetsbaar

Wie kreeg vanaf toen automatisch een verhoogde tegemoetkoming? Gezinnen die al geruime tijd gebruik maakten van het bestaansminimum (later het leefloon), die terugvielen op het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (later de Inkomensgarantie voor Ouderen, IGO), of die een tegemoetkoming als persoon met een handicap kregen. Zij moesten vanaf dat moment niet langer zelf een aanvraag doen bij het ziekenfonds.

Intussen gebeurt bijna de helft van de toekenningen van de verhoogde tegemoetkoming automatisch, op basis van dit principe. Daarnaast wordt de verhoogde tegemoetkoming nu ook automatisch toegekend aan kwetsbare kinderen: wezen, kinderen met handicap en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

Een verlaging van het remgeld is nuttig voor elk gezin dat zorg dreigt uit te stellen door financiële zorgen.

In 2007 ontstond het zogenaamde Omnio-statuut. De naam komt uit het Latijn en betekent letterlijk ‘voor iedereen’. Vanaf dat moment kon elk gezin laten onderzoeken of het in aanmerking kwam voor de verhoogde tegemoetkoming, zonder dat het nodig was om bijvoorbeeld weduwe, invalide, gepensioneerde, wees of langdurig werkloos te zijn.

Via dat Omnio-statuut kon dus elk gezin met weinig inkomen en bestaansmiddelen toegang krijgen tot de verhoogde tegemoetkoming. Op die manier ontstond een gelijke behandeling tussen alle gezinnen met bescheiden inkomens. Logisch, want een verlaging van het remgeld is nuttig voor elk gezin dat zorg dreigt uit te stellen door financiële zorgen.

Zeven jaar later, in 2014, smolten de klassieke VT en het Omnio-statuut samen in een nieuw Koninklijk Besluit. Er kwam een tweedeling tussen gezinnen die zich geruime tijd in een bijzonder kwetsbare situatie bevonden en de andere gezinnen. Tot die eerste groep behoren sindsdien gepensioneerden, langdurig werklozen, langdurig arbeidsongeschikten, eenoudergezinnen …  Voor hen wordt een jaarinkomen geprojecteerd aan de hand van hun meest recente maandinkomen, om op die manier na te gaan of het inkomen inderdaad bescheiden is.

Uitwisseling met de personenbelasting

Door meteen rekening te houden met het maandinkomen kan ook snel gereageerd worden op een inkomensdaling, zoals bij een pensionering die tot een lager inkomen leidt. Voor de tweede groep, waarvoor geen ‘duurzame kwetsbaarheid’ is aangetoond, gebeurt een financieel onderzoek over het volledige voorgaande jaar.

Op die manier worden mensen met niet meer dan een tijdelijke inkomensdaling uit de toekenning gefilterd, vanuit een voorzichtigheidsprincipe. Het inkomen moet trouwens niet alleen in die referteperiode laag genoeg zijn, maar ook nog altijd op het moment waarop de VT wordt aangevraagd.

Dat KB van 15 januari 2014 introduceerde daarnaast een bijzondere innovatie: de proactieve flux. Veel mensen die voldoen aan de voorwaarden voor een maatregel binnen de sociale zekerheid zoals de verhoogde tegemoetkoming, doen er geen beroep op. Die non take-up is het resultaat van een combinatie van onder meer onwetendheid, administratieve drempels en angst voor het stigma. Als we als samenleving overeenkomen dat een bepaalde groep mensen een bepaalde vorm van bescherming nodig heeft, dan moeten we er ook voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen uit die groep de nodige bescherming krijgen.

Non take-up is het resultaat van een combinatie van onwetendheid, administratieve drempels en angst voor het stigma.

Daarom kwam er een uitwisseling met de personenbelasting. De fiscus stuurt de ziekenfondsen om de vijf jaar een signaal als er een gezin opduikt met een inkomen dat laag genoeg is voor de VT, maar daarvan vandaag nog geen gebruik maakt. Ziekenfondsen contacteren het gezin in kwestie en stellen hen voor te onderzoeken of ze nog steeds aan de voorwaarden voor het recht op VT voldoen.

Op die manier wordt alvast onwetendheid over het bestaan van de VT uit de wereld geholpen. Gezinnen kiezen zelf of ze op het aanbod tot onderzoek ingaan. Dit systeem werkt.

In 2024 ten slotte volgde het laatste deel van de drietrapsraket. Voor bepaalde categorieën van personen wordt op basis van een consultatie van databanken nagegaan of ze voldoen aan de voorwaarden voor verhoogde tegemoetkoming zonder dat ze daar zelf het initiatief voor nemen. Komen ze in aanmerking, dan wordt hen automatisch het VT-statuut toegekend.

De ambtshalve toekenning is geen verruiming van de VT-doelgroep. Het gaat énkel om personen die sowieso, als ze zelf een inkomensonderzoek zouden aanvragen, voor VT in aanmerking komen.

Deze ‘ambtshalve toekenning’ gebeurt enkel voor alleenstaanden of eenoudergezinnen die al drie maanden werkloos of arbeidsongeschikt zijn en geen onroerend goed hebben buiten hun eigen woning. Die strikte afbakening vermijdt onterechte toekenning. Er is geen partner waarvan het inkomen ook in beschouwing moet genomen worden, terwijl dat niet (volledig) beschikbaar is in databanken.

De vervangingsinkomens van de bedoelde personen zijn gekend in betrouwbare databanken en garanderen dat er daarbuiten geen beroepsinkomsten meer zijn, en er is geen onroerend goed dat potentieel huurinkomsten genereert.

Een veel voorkomende misvatting is dat de ambtshalve toekenning een verruiming van de VT-doelgroep is. Dat is niet het geval. Het gaat énkel om personen die sowieso, als ze zelf een inkomensonderzoek zouden aanvragen, ook voor VT in aanmerking komen. Het is louter een administratieve vereenvoudiging. Dit systeem heeft de verdienste non take-up tegen te gaan.

Er wordt bovendien vermeden dat mensen dezelfde info met verschillende instanties moeten delen, volgens het only once-principe.

Waarom de VT-populatie stijgt

Een recht op verhoogde tegemoetkoming is geen eeuwigdurend recht. Voor het recht dat toegekend is op basis van een onderzoek door een andere instelling van sociale zekerheid of sociale bijstand wordt jaarlijks nagegaan of nog aan de voorwaarden voldaan is. Voor toekenning op basis van een inkomensonderzoek wordt jaarlijks nagegaan of het gezinsinkomen intussen dermate gestegen is dat het inkomensplafond bereikt is.

In dat geval wordt het recht op verhoogde tegemoetkoming stopgezet. Die toetsing gebeurt via een uitwisseling met de fiscus. Omdat het aanslagbiljet van de personenbelasting altijd betrekking heeft op het voorgaande inkomensjaar, en omdat het zeker voor personen in duurzame kwetsbaarheid belangrijk is om een verbetering van de situatie snel te detecteren, wordt in het eerste VT-jaar ook nagegaan of ze zich nog steeds in een kwetsbare situatie bevinden.

De grootste stijging binnen de groep die een VT-statuut krijgt, doet zich voor in de groep die het krijgt op basis van een financieel onderzoek dat door een andere instelling dan een ziekenfonds gebeurde.

Als dat niet meer het geval is, dan wordt het recht op VT stopgezet, tenzij men kan bewijzen dat het gezinsinkomen nog steeds te laag is. Omdat het plafond voor het VT-recht afhangt van de gezinsgrootte, worden wijzigingen in de gezinssamenstelling voortdurend opgevolgd en wordt indien nodig een nieuw financieel onderzoek gedaan.

Het aantal mensen met recht op een verhoogde tegemoetkoming stijgt jaar na jaar. Dat heeft verschillende verklaringen. Het spreekt voor zich dat alle inspanningen die geleverd zijn in de strijd tegen het ondergebruik van het recht op verhoogde tegemoetkoming loonden.

Kijken we meer in detail, dan zien we dat de grootste stijging zich voordoet in de groep die een VT-statuut krijgt op basis van een financieel onderzoek dat door een andere instelling dan een ziekenfonds gebeurde. Als het aantal personen met een leefloon stijgt, dan leidt dat ook tot een stijging van het aantal personen dat automatisch een recht op verhoogde tegemoetkoming krijgt.

Een CM-studie van 2023 toonde daarenboven dat de VT-populatie verjongt. Vaak gaat het om alleenstaande moeders, om jonge werklozen of om langdurig zieken. De groeiende groep langdurig zieken die zich in een kwetsbare situatie bevindt, leidt immers tot een groter aantal personen met een verhoogde tegemoetkoming.

Karikaturen

De verhoogde tegemoetkoming heeft de afgelopen decennia een grote evolutie doorgemaakt, en zal dat vanzelfsprekend blijven doen. Als de maatschappij verandert, dan moet de sociale zekerheid volgen. Vanuit diverse hoeken kwamen de afgelopen periode bedenkingen over de verhoogde tegemoetkoming, door zowel artsen als politici.

De karikatuur van de gepensioneerde zelfstandige die rondrijdt met een Porsche en de verhoogde tegemoetkoming kreeg zonder ernaar te vragen, is eenvoudigweg onmogelijk.

Vaak gaat het om terechte kritieken, maar even vaak gaat het om karikaturen. De meest gebruikte karikatuur is die van de gepensioneerde zelfstandige die rondrijdt met een Porsche en de verhoogde tegemoetkoming kreeg zonder ernaar te vragen. Dat is eenvoudigweg onmogelijk. Als een gepensioneerde het VT-statuut wil, dan moet die daar zelf om vragen en een financieel onderzoek laten doen door zijn ziekenfonds.

Dat recht wordt niet toegekend op initiatief van het ziekenfonds. Toch schuilt er enige waarheid in de karikatuur. Het kan gebeuren dat een gezin met lage belastbare inkomens, maar met een groot vermogen, de verhoogde tegemoetkoming heeft aangevraagd en kreeg omdat het aan de wettelijke voorwaarden voldeed.

Het is dus nodig om de wettelijke voorwaarden voor het recht op verhoogde tegemoetkoming aan te scherpen. Naast inkomen moet het vermogen veel sterker meetellen dan het vandaag doet.

Zicht op grote vermogens

Het aanslagbiljet van de personenbelasting geeft geen volledig zicht op de financiële situatie van een gezin. Inkomen dat verworven wordt via een flexi-job wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van personenbelasting. Doctoraatsbeurzen zijn vrijgesteld. Via (management)vennootschappen worden inkomens ‘fiscaal geoptimaliseerd’.

Los van de vraag waar al die constructies en uitzonderingen ons heen leiden, vaak net gecreëerd door de partijen die ze nu eigenlijk onrechtstreeks willen laten doorlichten, staat vast dat ziekenfondsen meer zicht moeten krijgen op inkomens en vermogens. CM is daarom vragende partij om enkele elementen toe te voegen aan het financieel onderzoek voor VT.

CM is vragende partij om enkele elementen toe te voegen aan het financieel onderzoek voor VT.

Zo zouden gezinnen met twee of meer woningen of bouwgronden uitgesloten kunnen worden, gezien dit een betrouwbare indicator van welstand is. Gegevens over het bezit van onroerend goed kunnen via databanken ontsloten worden. Daarnaast zouden inkomens zoals flexi-jobs en doctoraatsbeurzen moeten meegenomen worden in het financieel onderzoek.

Tegelijkertijd blijft het bijzonder complex om een goed zicht te krijgen op de reële financiële situatie van zelfstandigen en vennootschappen. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) stelde daarom voor om personen met een groot belang in een vennootschap ambtshalve uit te sluiten van de verhoogde tegemoetkoming. Die piste is minstens het overwegen waard.

Rechtvaardigere fiscaliteit

De impact van de invoering van een vermogenstoets in de verhoogde tegemoetkoming laat zich moeilijk inschatten. Volgens informatie van de FOD Financiën zijn ruim 905.000 inwoners van ons land (mede)eigenaar van twee of meer woningen, maar het is niet geweten hoeveel van hen de verhoogde tegemoetkoming (zouden kunnen) hebben.

Door de uitbreiding van de criteria wordt de regelgeving van de verhoogde tegemoetkoming billijker, maar ook complexer. Er moet over gewaakt worden dat dat niet opnieuw leidt tot een toename van non take-up en dat opnieuw meer mensen in financiële nood zich geremd zouden voelen om de gezondheidszorg te gebruiken die ze nodig hebben. Voor wie moet kiezen tussen zorg of brood blijft de verhoogde tegemoetkoming belangrijk.

De grote opdracht ligt in de juiste balans tussen billijke regels en effectiviteit. De regels mogen niet uitsluitend geïnspireerd zijn door een begrotingsbezorgdheid, maar moeten het algemeen belang voor ogen houden. In een welvaartsstaat zou eerlijke solidariteit een evidentie moeten zijn. En eerlijke solidariteit, dat betekent niet alleen dat wie steun nodig heeft die effectief kan krijgen, maar ook dat wie geen steun nodig, die ook niet krijgt.

Daarvoor is goede regelgeving met controleerbare criteria nodig. De verhoogde tegemoetkoming heeft een traditie in het gebruik van diverse databanken, zowel om te bepalen wie in aanmerking komt, als voor wie niet (meer) in aanmerking komt. Die weg, met automatisering als leidmotief, moeten we blijven volgen.

Uiteindelijk is een sociaal voordeel dat rekening houdt met inkomens vaak afhankelijk van een rechtvaardige fiscaliteit, die op een correcte manier alle inkomens in rekening zou moeten brengen. Dat is helaas vandaag niet het geval. Als inkomens ontsnappen aan belastingen, ontsnappen zij ook aan de inkomenstoets en moeten allerlei kunstgrepen gebeuren om dat recht te trekken.

Werk aan de winkel dus voor een rechtvaardigere fiscaliteit.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Hoe de moderne wereld ons al eeuwen ziek maakt

In De burn-outparadox beschrijf ik de soms grillige geschiedenis van het burn-outfenomeen. Het boek biedt een sociologische en historische kijk....
   15 juli 2026

Zorgsector draait structureel op overuren

Meer dan een op de drie werknemers in de zorg- en welzijnssector draait wekelijks overuren. Dat blijkt uit een grootschalige bevraging van ACV Puls....
   06 juli 2026

In ’t Spoor valt de drempel naar de dokter weg: ‘Hier...

Een nieuw onderzoek van CM legt een ongemakkelijke paradox bloot: net in de armste buurten, waar mensen het vaakst ziek zijn, gebruiken ze de minste...
   24 juni 2026

Mandarijnen, clementines en beha’s

In Zoutleeuw zetten lokale partners samen in op kankerpreventie. Met gesprekken aan de supermarkt, infoavonden en opvallende acties...
 Vlaams-Brabant en Brussel  18 juni 2026