Het is middag en de thermometer tikt 30 graden aan. In de Kwekerijstraat, een van de dichtstbevolkte hoeken van Antwerpen, blijft zowat iedereen binnen om te schuilen voor de hitte. Parken en groen zijn schaars, en het beetje dat er is, vindt veel gegadigden. Op zo’n dagen hangt de hitte zwaar over een buurt die sowieso al volop leeft, met veel mensen dicht bij elkaar.
Op de witte letters ‘wijkgezondheidscentrum’ na verraadt weinig welk doolhof zich achter de grote rode inkompoort in een verder onopvallend rijhuis bevindt. We lopen trappen op en af en ontwijken werkmannen die nog volop aan het verbouwen zijn om de kineruimtes uit te breiden.
Pas dan merk je hoeveel er achter die ene smalle gevel schuilgaat. Het team van ’t Spoor telt niet alleen huisartsen, maar ook verpleegkundigen, kinesitherapeuten, psychologen, een sociale dienst, een diëtist en een gezondheidspromotor. En voor wie moeilijker zijn of haar weg vindt, is er een intercultureel bemiddelaar.
De naam van het centrum verwijst naar de oude spoorzone van het voormalige rangeerstation Spoor Oost, vlakbij. Het is een open centrum, een afspiegeling van de wijk: jonge gezinnen, nieuwkomers, en mensen die hier al hun hele leven wonen en plots een (nieuwe) huisarts moeten zoeken.
Want een zoektocht naar een huisarts is de belangrijkste reden dat mensen door de rode poort binnenwandelen, vertelt algemeen coördinator Veerle Dupont. Zij kent het centrum door en door: ze begon er als patiënt en is intussen bijna zeven jaar coördinator.
‘Het huisartsentekort is nog altijd niet opgelost.’ Artsen gaan met pensioen, hun patiënten worden niet overgenomen. Antwerpen, en bij uitbreiding Vlaanderen, staat onder druk.
Geen rekening aan het onthaal
Het CM-onderzoek laat zien dat dat net de kracht van de wijkgezondheidscentra is. Naast de klassieke huisarts die per consultatie factureert, bestaat er dat tweede model. Je schrijft je er als patiënt in bij een vast team. De zorg wordt er betaald via een vast maandbedrag dat het ziekenfonds rechtstreeks overmaakt.
Voor de patiënt komt er geen rekening aan te pas. ‘We bieden de zorg gratis aan’, zegt Dupont. ‘Daardoor voelen mensen geen financiële drempel.’
Die drempel is geen detail, zeker niet in deze buurt: ongeveer de helft van de patiënten van ’t Spoor heeft een inkomen dat laag genoeg is voor extra terugbetaling van de ziekteverzekering. Wie per prestatie naar de dokter gaat, betaalt remgeld. Sinds de derdebetalersregeling is dat nog maar een paar euro in plaats van het volledige bedrag. ‘Maar die paar euro maken dikwijls het verschil’, zegt Dupont.
‘Heel wat mensen draaien elke euro om. Kan dit er deze maand nog bij, of heb ik dat geld nodig voor eten of voor de huur?’
Veerle Dupont, coördinator 't Spoor
‘Heel wat mensen draaien elke euro om. Kan dit er deze maand nog bij, of heb ik dat geld nodig voor eten of voor de huur?’ En het stopt niet bij de huisarts: medicatie en gespecialiseerde onderzoeken lopen op. ‘Gezondheid is kostelijk.’
Dat is de tegenstelling die de cijfers van CM tonen. In de armste buurten ligt het aantal huisartsbezoeken bij klassieke artsen opvallend lager dan elders, terwijl de gezondheidsnoden er net groter zijn. De voorbije twaalf jaar werd die kloof zelfs breder.
Het onderzoek stelt duidelijk dat de wijkgezondheidscentra een hardnekkig ondergebruik opvangen, vooral daar waar de nood het hoogst is.
Tegelijk wint het forfaitaire model terrein: het aandeel Belgen dat is ingeschreven in een wijkgezondheidscentrum steeg van twee naar vijf procent. Die groei zit vooral in de armste wijken. Daar loopt het plaatselijk op tot bijna een kwart van de bewoners. Het onderzoek stelt duidelijk dat de wijkgezondheidscentra een hardnekkig ondergebruik opvangen, vooral daar waar de nood het hoogst is.
Alles onder één dak
De kracht van het centrum zit in meer dan de prijs, benadrukt Dupont. Al die disciplines werken zoveel mogelijk samen onder één dak. Wie bij de huisarts nog iets anders ter sprake brengt, kan meteen aan het onthaal een afspraak maken bij een collega.
‘Zo verlies je die warme doorverwijzing niet’, zegt de coördinator. Voor de zorgverleners neemt het centrum bovendien de administratie uit handen, iets wat huisartsen die alleen een praktijk runnen onder hoge druk vaak missen.
Een van die collega’s is Famke Van Meerbergen, al tien jaar eerstelijnspsycholoog in het centrum. Psychologische hulp is volgens studies net een van die zaken die mensen het langst voor zich uitschuiven, ziet ze. ‘Een privépsycholoog kost al gauw 80 euro per sessie, en bij de gesubsidieerde diensten lopen de wachtlijsten soms op tot boven een jaar.’
‘Een privépsycholoog kost al gauw 80 euro per sessie, en bij de gesubsidieerde diensten lopen de wachtlijsten soms op tot boven een jaar.’
Famke Van Meerbergen, eerstelijnspsycholoog in 't Spoor
Bij ’t Spoor is de eerstelijnspsycholoog gratis. ‘Mensen kunnen tegen hun omgeving zeggen dat ze naar het wijkgezondheidscentrum gaan, niet dat ze naar de psycholoog gaan’, vertelt Van Meerbergen. ‘Dat haalt het stigma ook weg.’
Het CM-rapport bevestigt dat onvervulde zorgnoden zich net opstapelen in de geestelijke gezondheidszorg, de tandzorg en de eerstelijnszorg.
Maar gratis betekent niet voor iedereen hetzelfde als toegankelijk, weet Van Meerbergen. ‘Kansarmoede doet iets met het brein. Mensen zitten continu in een soort overlevingsstand, waardoor beslissen en vooruitdenken moeilijker wordt. We kunnen de draaglast niet altijd verlichten’, zegt ze, ‘maar we kunnen wel de draagkracht vergroten.’
De buurt mee binnen
Een aanbod dat gratis is maar onzichtbaar blijft, verandert weinig, waarschuwt het CM-onderzoek ook. Lokale vertrouwensfiguren en begeleiding zijn cruciaal om wie ver van de zorg staat toch te bereiken. ’t Spoor zet daarop in samen met community health workers die mensen in hun eigen taal de weg wijzen, en met hulp aan het onthaal voor wie zelf moeilijk een ziekenhuisafspraak maakt. Daarrond hangt een netwerk van buurtapothekers, thuisverpleging en sociale diensten.
‘Als je wakker ligt van een vochtig huis, kan de dokter je wel slaappillen geven’, zegt Dupont, ‘maar dat is niet wat je op dat moment nodig hebt.’ Daarom zet ze ook volop in op een persoonlijke benadering van iedere patiënt, onafhankelijk van die persoon zijn of haar achtergrond.
‘Als je wakker ligt van een vochtig huis, kan de dokter je wel slaappillen geven, maar dat is niet wat je op dat moment nodig hebt.’
Veerle Dupont, coördinator 't Spoor
Dat lijkt ook te lonen. De halfjaarlijkse tandscreening is volgens Dupont een schot in de roos. Mensen vinden anders moeilijk een tandarts en blijven met pijn rondlopen.
En waar het rapport wijst op een diabetes die in de armste buurten dubbel zo vaak voorkomt, bouwt ’t Spoor net rond zulke veelvoorkomende klachten extra omkadering uit. Voor chronische pijn loopt er bijvoorbeeld een traject waarin arts, kinesist en psycholoog samen optrekken.
Niet alles is op te lossen
Toch lost een wijkgezondheidscentrum niet alles op, nuanceert CM in het onderzoek. In de armste buurten, waar de noden het grootst zijn, zou je een nog hoger zorggebruik verwachten. Dupont kent het uit de praktijk. ‘De toegangspoort is het probleem niet. Het is de bandbreedte die iemand heeft om zelf tot zorg te komen.’ Daarom telt elke kleine stap, met de boodschap dat het centrum er is voor iedereen in de wijk, niet alleen voor wie het moeilijk heeft of net breder heeft.
‘We laden onze gsm elke dag op’, besluit Van Meerbergen nog, ‘maar van ons lichaam verwachten we dat het maar blijft doorgaan.’ In steden als Gent en Brussel bestaat de werkvorm van het wijkgezondheidscentrum al bijna een halve eeuw, maar in Antwerpen kwam ze pas deze eeuw op gang: ’t Spoor opende er in 2007, en de stad telt vandaag nog maar een handvol van zulke centra. Beiden hopen op meer wijkgezondheidscentra.
In steden als Gent en Brussel bestaat de werkvorm van het wijkgezondheidscentrum al bijna een halve eeuw, maar in Antwerpen kwam ze pas deze eeuw op gang.
Het is ook wat het CM-rapport aanbeveelt: versterk ze als toegangspoort in kwetsbare gebieden, en zorg dat er genoeg van zijn. De rekening valt op termijn in ieders voordeel uit, zegt Dupont. ‘Een goed bereikbare huisarts zorgt dat mensen hun zorg niet uitstellen, dat problemen vroeg ontdekt worden en dat de spoeddiensten minder overbelast raken. Anders worden de kosten alleen maar groter.’

