Windmolens aan een kanaal tegen zonsopgang
'In tegenstelling tot België kreeg de ondernemingsraad in Nederland bijvoorbeeld wel degelijk tanden.' © Unsplash/ Thomas Bormans

Belgische werknemers ervaren weinig invloed op managementbeslissingen. Ondernemingsraden in België moeten evolueren naar een bindend adviesrecht, instemmingsrechten over belangrijke bedrijfsbeslissingen en een expliciet initiatiefrecht.

Stan De Spiegelaere, directeur beleid en onderzoek UNI Europa
 18 november 2025

Geen democratie zonder democraten, en geen democraten zonder democratie op het werk. Willen we de weerbaarheid van ons politiek bestel stutten, dan moeten we kijken naar een versterking van de democratie waar ze het meest tastbaar wordt: op de werkvloer. Daar worden democratische waarden, competenties en gedrag gevormd, of gekraakt.

Op de werkvloer worden democratische waarden, competenties en gedrag gevormd, of gekraakt.

De ambities van onze voorvaderen na de Tweede Wereldoorlog waren groot. Op de puinhopen van het fascisme en met het communisme blazend in de nek, redden ze het kapitalisme van zichzelf. Hun antwoord was niet revolutie, maar revolutionaire evolutie: meer inspraak, meer medezeggenschap, meer democratie in de economie. In dat licht werd de ondernemingsraad geboren, en de ouders van deze baby hadden hoge verwachtingen voor hun nageslacht:

‘De ondertekenaars van het onderhavig ontwerp, hebben het gevoelen dat ze het eerste stadium van een nieuwe economische democratie verwezenlijken. (…) ze beschouwen namelijk dat de arbeiders het ontegensprekelijk recht hebben, deel te nemen – zowel op het algemeen plan dan op het plan van de onderneming – niet alleen aan het opmaken van de sociale reglementering, maar ook aan het bestuur van de economie. Alzo hopen ze de tegenstelling op te lossen die ontstaan is tussen de politieke democratie en de economische macht; en de wetten van de politieke maatschappij en die van de economische maatschappij samen te smelten in het teken van de echte democratie.’

Mooie woorden, gedragen door het optimisme van de wederopbouw. Op basis van het Sociaal Pact van 1945 zag een hele reeks instituties van werknemersinspraak het licht: de syndicale afvaardiging, de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk, de paritaire comités, enzovoorts. Samen met de eerste sociale verkiezingen in 1950 ging een dubbele democratische golf, politiek en economisch, over België.

Maar de golf sloeg zich te pletter op de harde rots van de kapitalistische bedrijfsrealiteit. Groot was de ontgoocheling toen bleek dat de ondernemingsraad en het comité helemaal niet voor een ‘samensmelten van de echte democratie’ zorgden, maar dat echte tanden ontbraken.

FGTB-syndicalist André Renard sprak ooit schertsend over ‘comités de production’ en over een ‘boîte enregistreuese des decisions patronales’. Geen fraai beeld, maar die analyse werd gedeeld binnen het ACV. De ondernemingsraad bracht in het beste geval overleg, maar weinig echte macht. De beloofde samensmelting van politieke en economische democratie bleef uit.

Onderhoud

Rome werd niet op één nacht gebouwd, en dus ging men aan de slag met ideeën rond een werknemersraad die wel inspraak zou hebben. Het politieke compromis was meer informatie, want meten is weten. Vanaf de jaren zeventig zouden werknemersvertegenwoordigers recht hebben op een jaarlijkse vergadering van minstens acht(!) uur om door de boeken van de onderneming te gaan.

Het Belgische ondernemingsoverleg is een mager beestje. Cijfers van de Europese bedrijvenenquête bevestigen dat Belgische werknemersvertegenwoordigers hun macht laag inschatten.

Nu, zoveel jaar later, na enkele aanpassingen rond jongerenmandaten, nieuwe technologieën, herstructureringen en innovatie, moeten we vaststellen dat in wezen het rapport van Renard nog grotendeels klopt. Het Belgische ondernemingsoverleg is een mager beestje. Cijfers van de Europese bedrijvenenquête bevestigen dat. De Belgische werknemersvertegenwoordigers schatten hun macht laag in tegenover vertegenwoordigers uit andere landen.

Toch valt er iets te zeggen om de ‘tegenstelling op te lossen die ontstaan is tussen de politieke democratie en de economische macht’, want democratie op het werk en in de politiek zijn twee kanten van eenzelfde munt. Democratie heeft onderhoud nodig. Je kunt haar niet enkel voeden met verkiezingen om de vier jaar; ze leeft van dagelijkse oefening, van inspraak, overleg en collectieve besluitvorming. Precies daarin kan de ondernemingsraad een onverwachte, maar krachtige rol spelen. Als democratisch trainingsveld.

Democraten op het werk

Duits economieprofessor Uwe Jirjahn leverde daar het bewijs voor. Samen met collega’s analyseerde hij gegevens die tussen 2001 en 2019 vijf keer werden verzameld bij honderdduizenden werknemers in Duitsland. Hun conclusie is helder: werknemers in bedrijven mét een ondernemingsraad tonen meer politieke interesse dan wie in ondernemingen zonder zo’n raad werkt. De democratie op de werkvloer lijkt een deur te openen naar de democratie in de samenleving.

Het effect is nog sterker bij werknemers die zelf actief zijn in de ondernemingsraad. Wie namens collega’s mee aan tafel zit, wordt niet enkel betrokken bij de cijfers en plannen van de onderneming, maar leert ook debatteren, overtuigen, compromissen sluiten – kortom, democratisch handelen. Die dagelijkse micro-oefeningen op het werk vertalen zich in een grotere bereidheid om zich maatschappelijk en politiek te engageren. Interesse wordt de opstap naar participatie.

Werknemers die in een onderneming mét ondernemingsraad werken, zijn significant meer tevreden over de democratie dan werknemers zonder zo’n orgaan.

Een tweede studie, van de Duitse onderzoeker Christian Pfeifer, deed hetzelfde. Hij stelde zich de vraag of ondernemingsraden niet alleen economische stabiliteit, maar ook democratische stabiliteit kunnen brengen. Zijn onderzoek naar de tevredenheid van werknemers over de staat van de democratie in Duitsland toont een opvallend patroon: werknemers die in een onderneming mét ondernemingsraad werken, zijn significant meer tevreden over de democratie dan werknemers zonder zo’n orgaan.

Pfeifer keek bovendien niet enkel naar momentopnames, maar volgde veranderingen in de tijd. En daar wordt het interessant: werknemers die eerst geen ondernemingsraad kenden, maar later bij een bedrijf mét ondernemingsraad gingen werken, of waar er één werd opgericht, gingen zich positiever uitspreken over democratie. Dat maakt de kans veel kleiner dat de conclusies te wijten zijn aan toeval of zelfselectie. Niet enkel democraten zoeken democratische werkplekken, de werkplek zelf kan democraten vormen.

Medezeggenschap à la Hollandaise

Sociaal overleg op ondernemingsniveau vormt dus mee de democratische attitudes van werknemers. Wat dan met onze Belgische ondernemingsraden? De conclusie dat je met ‘informatie en consultatie’ niet ver springt, is op zich niet wereldschokkend. Maar terwijl de Belgische ondernemingsraad grotendeels bleef steken in het model van de jaren vijftig, keken andere landen vooruit.

Na dertig jaar naoorlogse sociale pacten was overal nood aan wat bezinning en vooruitgang. In Nederland bijvoorbeeld kreeg de ondernemingsraad wel degelijk tanden. Daar werd al in 1950 de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) ingevoerd, een stevig juridisch kader dat sindsdien meermaals is bijgeslepen. Die wet legde niet alleen vast dat bedrijven met minstens vijftig werknemers een ondernemingsraad moesten oprichten, maar gaf dat orgaan ook duidelijke rechten.

Geen vrijblijvende dialoog, maar vormen van medezeggenschap.

Terwijl de Belgische ondernemingsraad grotendeels bleef steken in het model van de jaren vijftig, keken andere landen vooruit.

Door de jaren heen werden die rechten stelselmatig versterkt. In 1979 kwam een grondige herziening: ondernemingsraden kregen adviesrecht bij belangrijke bedrijfsbeslissingen – van herstructureringen tot fusies en investeringen. Dat advies is geen vodje papier. Een werkgever die het naast zich neerlegt, moet zijn beslissing verantwoorden. De ondernemingsraad kan ook naar de Ondernemingskamer stappen, een speciale rechtbank die toeziet op zorgvuldig overleg. In België blijft de ondernemingsraad doorgaans met lege handen achter wanneer het genegeerd wordt; in Nederland heeft het een rechtsmiddel.

Daarnaast beschikt de Nederlandse ondernemingsraad over een instemmingsrecht. Voor beslissingen over arbeidsreglementen, werktijden, beloningssystemen of personeelsbeleid is de goedkeuring van de ondernemingsraad vereist. Geen instemming, geen maatregel. De raad heeft ook een initiatiefrecht, hij mag zelf onderwerpen op de agenda plaatsen en voorstellen formuleren. En hij heeft bevorderende taken, bijvoorbeeld rond gelijke behandeling, veiligheid, en milieuzorg. De ondernemingsraad is er dus niet enkel om te reageren, maar om mee te sturen.

Nederlandse werknemers hebben via een raad van commissarissen indirect een stem in het bestuurstoezicht op het bedrijf. 

En dan is er nog iets typisch Nederlands: het systeem van medezeggenschap ‘à la hollandaise’. Daar gaat inspraak verder dan de ondernemingsraad alleen. Werknemers hebben indirect een stem in het toezicht op het bedrijf. Via de raad van commissarissen kan de ondernemingsraad een onafhankelijk lid voordragen – een soort ‘commissaris van de werkvloer’. Zo wordt medezeggenschap geen voetnoot bij het management, maar een vaste speler in het bestuur.

Dat het werkt, zag ik zelf in de praktijk. Toen ik tijdens de COVID-19-crisis een herstructurering bij een multinational moest opvolgen, viel het me op dat de Nederlandse ondernemingsraad op een ander niveau opereert. Terwijl het collectief ontslag in Groot-Brittannië en Polen al in kannen en kruiken was, en de Belgische en Duitse situatie gered werd door tijdelijke werkloosheid, wachtte het bedrijf rustig het advies af van de Nederlandse ondernemingsraad. Zonder advies, geen geldige beslissing.

Ten koste van de vakbond

Kunnen of moeten we dat maar zomaar kopiëren? Absoluut niet. Een fundamenteel verschil tussen de Belgische en Nederlandse ondernemingsraad is dat er in België een vakbondsmonopolie bestaat voor de ondernemingsraad. Bij ons kunnen enkel leden van de vakbond zich kandidaat stellen voor een zitje in de ondernemingsraad. In Nederland kan iedereen dat.

De Nederlandse afspraak is dat de vakbond over de werkvoorwaarden gaat, en de ondernemingsraad over de werkorganisatie. Maar dat systeem wringt. Ten eerste omdat sommige Nederlandse ondernemingsraden hun boekje soms te buiten gaan en toch akkoorden gaan sluiten rond arbeidsvoorwaarden, zonder dat ze daarvoor over het allerbelangrijkste drukmiddel beschikken, namelijk het stakingswapen.

En plus, stellen ze in Nederland vast dat de vakbond, onder andere door de competitie met de ondernemingsraad, aan plaats verliest in bedrijven. Dat zet het hele systeem van sectoraal overleg op de helling, ook al zien de meesten daar wel degelijk de meerwaarde van in.

Toch kunnen we ons laten inspireren door het duidelijke kader van ondernemingsraden Nederland met zeer expliciete rechten. Misschien moet de Belgische ondernemingsraad een expliciet initiatiefrecht krijgen, zodat hij zelf onderwerpen kan aanbrengen, een afdwingbaar adviesrecht, zodat zijn stem niet blijft hangen in de marge, en instemmingsrechten in cruciale dossiers zoals reorganisaties, arbeidsorganisatie, telewerk en werktijden.

Zo kan de ondernemingsraad opnieuw worden wat hij oorspronkelijk had moeten zijn: een democratisch shot, een structurele kracht in het werkleven, en een pijler van de bredere democratie. Niet als een kopie van het Nederlandse model, maar als een Belgische versie, op maat gemaakt van onze sociale traditie, onze arbeidsverhoudingen en onze noden.

Economische democratie

Na de Tweede Wereldoorlog formuleerden onze voorouders grote ambities. Op de puinhopen van het fascisme en met het communisme aan de horizon wilden ze een democratie die niet enkel politiek was, maar ook economisch. De wet op de ondernemingsraad was geen toevallige stap: ze was onderdeel van een sociaal pact, een belofte van democratisering in de politieke en in de economische sfeer.

Die belofte is maar gedeeltelijk nagekomen. De meeste werknemers hebben toegang tot een vertegenwoordiging in de vorm van een ondernemingsraad, van een comité voor preventie en bescherming op het werk of van syndicale afvaardiging. Maar het ontbreekt de ondernemingsdemocratie aan tanden.

Internationale voorbeelden tonen dat het kan. Nederland heeft laten zien dat ondernemingsraden sterke partners kunnen zijn, met invloed en bindende rechten. Daarvan kan België leren. Een ondernemingsraad met meer initiatiefrecht, een duidelijker adviesrecht en instemmingsrechten kunnen de democratie op het werk tanden geven, en daarmee de democratie zuurstof.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Kan mijn werkgever mij verbieden een bijbaan te nemen?

Je wilt naast je vaste baan aan de slag maar je vreest dat je huidige werkgever daar niet mee opgezet is? Visie zocht uit wat je rechten én plichten...
   05 december 2025

Heb ik recht op een huwelijkspremie?

Sta je op punt om te trouwen of wettelijk samen te wonen? Dan kun je misschien wel rekenen op een huwelijkspremie.
   05 december 2025

Dienstencheques: gezinnen betalen meer, aandeelhouders...

De poetshulp wordt opnieuw duurder. Vanaf januari schieten de ‘administratieve kosten’ bij verschillende commerciële dienstenchequebedrijven fors...
   05 december 2025

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025