Vanaf 2026 betalen veel gezinnen opnieuw meer voor hun poetshulp. Commerciële dienstenchequebedrijven kondigden weer een verhoging van de aangerekende kosten aan. Dat gaat tot zelfs tientallen euro’s meer per maand. Zo rekent poetsbureau Actief vanaf januari 1,75 euro per werkuur gaan, tegenover de huidige vaste 6,65 euro per maand. Wie bij Actief dus een keer per week vier uur huishoudhulp inroept, betaalt vanaf 2026 ruim het viervoudige aan ‘administratieve kosten’.
Voor veel mensen is dat wellicht slikken. En helemaal wrang wordt het wanneer blijkt dat die extra bijdrage niet naar de huishoudhulpen gaat, maar vooral de winst van commerciële bedrijven verder opdrijft. Dat tonen nieuwe cijfers van ACV Voeding en Diensten.
Beter dan ooit
De prijsverhogingen zijn daarom op z’n minst opvallend. Want financieel gaat het de sector beter dan ooit. In 2024 boekten de dienstenchequebedrijven opnieuw een globale winstmarge van meer dan drie procent, dus per euro omzet drie eurocent pure winst. Dat is in lijn met het uitzonderlijk sterke jaar 2023.
De sector krijgt bovendien al jaren aanzienlijke steun van de overheid. Dat geld dient om poetshulp betaalbaar te houden en om de arbeidsvoorwaarden van huishoudhulpen te verbeteren. Maar terwijl gezinnen steeds meer betalen, blijft de situatie van die huishoudhulpen grotendeels onveranderd.
Kosten kleiner dan extra financiële ruimte
Werkgevers beweren dat hun kosten stijgen door de recente loonsverhoging in de sector. Nieuwe ‘administratieve kosten’ zijn daarom onvermijdelijk, klinkt het. Maar die redenering houdt geen steek, blijkt uit de cijfers. Sinds voorjaar 2025 krijgen bedrijven een euro extra per dienstencheque. Daarnaast daalden hun loonkosten ook nog eens door een grotere RSZ-korting, goed voor gemiddeld 0,45 euro minder per gewerkt uur. Samen is dat 1,45 euro extra financiële ruimte, berekende ACV Voeding en Diensten. De loonsverhoging zelf kost volgens de werkgevers 1,30 euro per uur.
‘Het zijn altijd dezelfde sjarels die elke opening grijpen om excessieve administratieve kosten aan te rekenen. Het is gewoon crimineel.’
Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA)
‘Het is totaal onlogisch om klanten nog maar eens te laten bijbetalen’, zegt Kris Vanautgaerden van ACV Voeding en Diensten. Ook bevoegd Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) reageerde al op het nieuws in het Vlaams Parlement ‘Het zijn altijd dezelfde sjarels die elke opening grijpen om excessieve administratieve kosten aan te rekenen.’ De minister besloot zelfs: ‘Het is gewoon crimineel.’
Winsten 15 keer hoger dan in 2022
De officiële jaarrekeningen van 2024 bevestigen het financieel positieve beeld van de commerciële poetsbedrijven. De bedrijfswinst bedroeg in 2024 bijna 72 miljoen euro, ruim boven alle jaren voor 2023. De winst na belastingen klokte af op meer dan 53 miljoen euro. Dat is bijna vijftien keer zoveel als in 2022.
‘De extra inkomsten komen niet terecht bij de huishoudhulpen. In 2024 ging 72 procent van alle winst naar aandeelhouders. Over de voorbije vier jaar gaat het zelfs om 92 procent.’
Kris Vanautgaerden, ACV Voeding en Diensten
‘En toch wordt de klant opnieuw aangesproken’, zucht Vanautgaerden. ‘De extra inkomsten komen niet terecht bij de huishoudhulpen. In 2024 ging 72 procent van alle winst naar aandeelhouders. Over de voorbije vier jaar gaat het zelfs om 92 procent. Het zijn altijd bedrijven wier winsthonger maar niet te stillen valt. Ook deze nieuwe klantenbijdrage zal uiteindelijk weer bij de aandeelhouder terechtkomen, niet bij de huishoudhulp’, concludeert Vanautgaerden.
Wie geeft om personeel, draait wel verlies
Maar niet alle dienstenchequebedrijven zijn hetzelfde, nuanceert ACV Voeding en Diensten nog. Een groeiende kloof verdeelt de sector. Bedrijven met een sociale insteek – dikwijls vzw’s of coöperaties – investeren wel in begeleiding, vorming en welzijn van het personeel. Ze sturen begeleiding mee op pad, doen huisbezoeken, bieden opleidingen aan. Maar precies daardoor zijn ze structureel verlieslatend. In 2024 draaiden zowel de vzw’s als de coöperaties verlies.
‘Winst maken is op zich geen probleem, maar als die winst ten koste gaat van de arbeidsomstandigheden van huishoudhulpen, dan trekken wij aan de alarmbel.’
Kris Vanautgaerden, ACV Voeding en Diensten
De commerciële bedrijven kiezen een ander pad. Zij besparen fors op omkadering en vorming. Daar krijgen gemiddeld zo’n 34 huishoudhulpen ondersteuning van slechts één bediende. Bij vzw’s is dat een per drieëntwintig, bij coöperaties zelfs een per vijftien. Meer winst betekent er dus minder begeleiding en minder veiligheid op de werkvloer. ‘Winst maken is op zich geen probleem’, zegt Vanautgaerden. ‘Maar als die winst ten koste gaat van de arbeidsomstandigheden van huishoudhulpen, dan trekken wij aan de alarmbel.’
Die alarmbel is nodig, zo blijkt. Een op de vijf huishoudhulpen is langdurig arbeidsongeschikt. Nauwelijks een op de drie beschouwt de baan als ‘werkbaar’. Vanautgaerden: ‘Dat is dramatisch voor een sector die twintig jaar geleden net werd opgericht om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam werk te geven.
‘Publiek geld niet om dividenden te spekken’
Voor gezinnen die afhankelijk zijn van poetshulp wringt het dus dubbel. Ze betalen meer, terwijl de kwaliteit van de ondersteuning niet verbetert. Voor huishoudhulpen blijft hun taak zwaar, vaak zelfs ronduit te zwaar. ACV Voeding en Diensten pleit daarom voor een ingreep: koppel een deel van de subsidies aan voorwaarden, zodat geld automatisch terechtkomt bij vorming, omkadering en welzijn. ‘Publiek geld moet dienen om mensen vooruit te helpen, niet om dividenden te spekken,’ zegt Vanautgaerden.
Zonder ingrijpen dreigt de sector steeds meer een speelveld te worden van grote commerciële spelers met weinig aandacht voor werkbaarheid. De vier grootste ondernemingen hebben vandaag al veertig procent marktaandeel.

