We zijn vaak te vlug geneigd om structurele besluiten te trekken uit wellicht soms eenmalige ontwikkelingen. Daarom aarzel ik vandaag om voorspellingen te doen. Maar er staat onmiskenbaar veel op het spel.
De tarievenoorlog van de Verenigde Staten mist elke economische rationaliteit. De wereld wordt gevaarlijker voor Europa, en op onze Amerikaanse bondgenoot kunnen we niet meer rekenen als protector of last resort. Daar komen nog de klimaatuitdagingen bij, ook al zijn die schijnbaar gezakt op de politieke agenda. Welke toekomst wacht Europa? Het is geen tijd voor zwakheid.
Voor zover economisch beleid zich al ooit hield aan rationeel-economische overwegingen, maakt de tarievenoorlog van president van de VS Donald Trump duidelijk dat het ‘primaat van de politiek’ aan kracht gewonnen heeft. Handelstarieven worden ingezet voor zuiver politieke doeleinden, soms zelfs als een soort straf voor de landen, zoals India of Brazilië, die weigeren de ‘oekazen’ van Washington te volgen. De Brexit en de oorlog in Oekraïne kondigden al eerder een shift in politieke toe-eigening aan.
Op onze bondgenoot bij uitstek, al tachtig jaar lang, moeten wij als Europa niet meer rekenen om ons te beschermen in het slechtste geval.
Het primaat van de politiek betekent steeds meer een primaat van de eigen ideologie en van nationalisme. Ten tijde van de Koude Oorlog ging dat over de communistische ideologie. Maar die is dood, zelfs in China. Nu is het een extreemrechtse zogenaamde ideologie. Bovendien is het primaat van de politiek nog iets anders dan het primaat van de overheid. In de VS wordt de overheid afgebouwd op alle domeinen, ook inzake sociale bescherming of inzake de financiering van onderwijs en cultuur.
Dat werkt het gevoel in de hand dat we leven in een onvoorspelbaardere, impulsievere en gevaarlijkere wereld. Ook in West-Europa groeit het gevoel dat het ondenkbare mogelijk is, zelfs een nucleair conflict. Angst en onzekerheid waren al dominante gevoelens sedert tientallen jaren, maar nu komt er een fysieke dreiging bovenop.
Té sterke euro
Als Europeanen weten we sinds enkele maanden dat we er alleen voor staan. We moeten ons lot meer in eigen handen nemen. Op onze bondgenoot bij uitstek, al tachtig jaar lang, moeten wij niet meer rekenen om ons te beschermen in het slechtste geval. We moeten ons er goed bewust van zijn dat het nieuwe Amerikaanse isolationisme ook bij een gebeurlijke Democratische meerderheid in de toekomst onder een of andere vorm verdergezet zal worden.
Dat vertaalt zich in onze defensie-uitgaven. Die zullen terugkeren naar een niveau dat zelfs licht boven dat van het einde van de Koude Oorlog in 1990 ligt, toen 2,5 à 3 procent van het bbp. Met dat verschil dat er nu dreiging is van een warme oorlog. Toch is het in die periode van Koude Oorlog dat we onze welvaartsstaat wisten uit te bouwen.
De uitgaven voor defensie als zodanig zullen in de Europese Unie na verloop van tijd toenemen van gemiddeld bijna 2 procent in 2024 naar 3,5 procent. Die toename moeten we dus wel met enige zin voor proportie bekijken. Huidige begrotingstekorten van ongeveer 5 procent, zoals in België en Frankrijk, zijn niet te wijten aan de stijging van militaire uitgaven, maar onder meer door het te lang aangehouden herstelbeleid tijdens de COVID-19-pandemie.
Ik voeg er terloops aan toe dat het begrotingstekort van de VS vandaag het dubbele bedraagt van dat van de eurozone en dat de Amerikaanse schuldgraad 35 procent hoger is in termen van bbp. Dat was reeds het geval onder de vorige Amerikaanse president. Vroeg of laat weegt dat op de geloofwaardigheid van de dollar, die trouwens al 10 procent goedkoper is dan bij het begin van het jaar. Het zou kunnen leiden tot een nieuwe financiële crisis.
Voeg de devaluatie van de dollar toe aan het nieuwe invoertarief van 15 procent en je krijgt een handicap van 25 procent voor de Europese concurrentiekracht op de Amerikaanse markt. De euro is té sterk! Dat was vijftien jaar geleden wel anders.
Nood aan sociale hervormingen
Zes jaar geleden manifesteerden nog honderdduizenden jongeren in Europese straten voor een sterk klimaatbeleid. De Green Deal van de eerste Commissie-von der Leyen nam iconische vormen aan. Vandaag is het klimaat veel lager gezakt op de agenda van de publieke opinie en van politici. Ondanks bewijzen, elke dag, van de letterlijk dodelijke ernst van de toestand.
Het klimaatbeleid is evenwel niet stilgevallen. Maar – hoewel het klimaatbeleid tot op zekere hoogte rekening moet houden met gevoeligheden van koopkracht en economische draagkracht – de drive is er wel uit. Niettemin zijn er inmiddels resultaten. Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen in de EU met 37 procent gedaald, ondanks een verdubbeling van het reële bbp. Er is dus sprake van een ontkoppeling tussen klimaatvervuiling en economische groei.
We liggen goed op schema om onze doelstelling voor 2030 te halen, namelijk een vermindering van de CO2-uitstoot met ten minste 55 procent. In 2023 was hernieuwbare energie al goed voor een vijfde van het eindverbruik van energie en was de helft van ons elektriciteitsverbruik koolstofvrij.
Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen in de EU met 37 procent gedaald, ondanks een verdubbeling van het reële bbp. Er is dus sprake van een ontkoppeling tussen klimaatvervuiling en economische groei.
Wel hoog op de agenda blijft de nood aan sociale bescherming. In Europa dan toch, niet in de VS. Er is een groot verschil met de VS, waar het populisme aan de macht de frontale aanval heeft ingezet op de sociale zekerheid, omdat een goed deel van de kiezers de voorkeur zouden geven aan belastingverlagingen. Het is een soort dictatuur van de meerderheid, die geen rekening houdt met kwetsbare minderheden.
Toch stel ik vast dat er volgens polls niet zoveel steun is voor die lastenverlichting van Trumps Big Beautiful Bill die vooral naar hogere inkomens en vermogens gaan. In de EU zijn populisten minder te vinden voor zulk een afbouw omdat de sociale zekerheid hier universeler en sterker uitgebouwd is. Een populist wil populair blijven.
De criteria voor populariteit liggen bij ons blijkbaar anders dan in de VS. Hervormingen in de sociale zekerheid zijn echter onvermijdelijk met het oog op de demografische ontwikkelingen en de tragere economische groei. Een eerlijke verdeling van de lasten van die hervormingen is daarbij cruciaal. Het is vandaag de inzet van politieke en sociale strijd.
Versailles
De EU is amper bevoegd voor sociale bescherming, maar de lidstaten hebben de EU wel economisch nodig om hun sociale zekerheid te financieren. De Unie kan bijdragen aan minder ongelijkheden tussen regio’s door de cohesiefondsen, of door het klimaatfonds en andere sociale fondsen. Dat zijn onderdelen van de Europese begroting die ongeveer 1 procent van het Europese bbp bedragen. In vergelijking met de 20 procent die lidstaten gemiddeld besteden aan hun sociale zekerheid, of zelfs 25 procent aan sociale uitgaven in het algemeen, stelt dat evenwel niet veel voor.
Sprekend over ongelijkheden, denk ik aan de ongeziene concentratie van macht en geld in de handen van enkelen in de zogenoemde techsector. Zelden werden wij bestuurd door zo weinigen. De anti-trust-wetgeving is verleden tijd. Men laat die mensen gewoon doen. De EU legt aan enkele bedrijven boetes op tot grote woede van de Trump-regering die volledig hun verdediging opneemt in naam van America First.
Een internationale minimumbelasting voor multinationals werd door 140 landen goedgekeurd, maar wordt niet uitgevoerd door de VS. We keren terug naar de waanzinnige luxe van Versailles, bedenk ik me als ik het trouwfeest van Amazon-baas Jeff Bezos in Venetië zie. Dat eindigde destijds met de bestorming van de Bastille. Acties tegen de plutocratie zijn geen uiting van populisme of jaloersheid, maar van zin voor elementaire rechtvaardigheid.
Het Europese leiderschap staat zwak
Bij al die ontwikkelingen baart mij de verdere verbrokkeling van het politieke landschap, zowel op links en rechts als in het centrum, veel zorgen. Het maakt Europese landen steeds minder bestuurbaar en maakt moedige en noodzakelijke maatregelen moeilijker. Heel wat klassieke partijen worden haast marginaal. Ook voor politieke partijen is er het verschijnsel van creatieve destructie.
Kleiner wordende partijen nemen minder risico uit vrees om te mishagen aan het electoraat dat hen nog rest. Er zijn tal van minderheidsregeringen, ook in grote landen. Een verzwakte politiek is minder gewapend om langetermijnkeuzes te maken voor het klimaat, de concurrentiekracht of de pensioenen. Zwakkere regeringen hebben nog meer nood aan externe crisissen om moeilijke knopen door te hakken.
De Commissie heeft steun verloren, ook in het Europees Parlement, en de Frans-Duitse motor lanceert geen baanbrekende initiatieven.
Dat alles weegt op de werking van de EU. Ik stel een eenvoudige vraag: hoe kan de EU sterk zijn als de lidstaten politiek zwak staan? Het antwoord op die vraag is minder vanzelfsprekend dan men denkt. De EU slaagt er toch in om unanieme besluiten te nemen, bijvoorbeeld in de oorlog tegen Rusland. Denk aan de bijna negentien pakketten aan sancties die elk semester unaniem moeten hernieuwd worden. Die unanimiteit was er eveneens tijdens de Brexit-onderhandelingen die vier jaar duurden, of in de tweede fase van de pandemie.
Mijn aanvoelen is echter dat de besluitvorming in de Unie steeds stroever verloopt. De Commissie heeft steun verloren, ook in het Europees Parlement, en de Frans-Duitse motor lanceert geen baanbrekende initiatieven zoals de uitvoering van de grootschalige investeringsplannen uit het Draghi-rapport van 2024. De EU heeft een leadership deficit, ook al wordt er gewoonlijk gesproken over een democratisch deficit.
Jacques Delors
Daarbovenop loopt de EU economisch achter. De jongste maanden ging veel politieke energie naar de handelsdeal met Trump. Dat gaat ten koste van langetermijnprojecten, zoals voor de competitiviteit van het bedrijfsleven. Europa loopt opnieuw achter op de VS inzake productiviteit en vooral in nieuwe technologieën. Ook in de jaren zestig was het thema van een economische kloof met de VS actueel. Denk aan het fameuze boek Le défi américain van Jean-Jacques Servan-Schreiber uit 1967, waarin die een economische oorlog tussen Europa en de VS veronderstelde die Europa zou verliezen. Of aan termen zoals eurosclerose.
Dat werd pas doorbroken met de eenheidsmarkt van Commissie-voorzitter Jacques Delors (1985-1995) twintig jaar later. Dat zorgde ervoor dat de groei van het inkomen per hoofd in de Unie niet veel verschilde van dat in de VS tussen 1990 en 2020. We deden het in sommige jaren zelfs beter. Het keerpunt kwam pas in 2020, toen de Duitse economie in een stagnatie belandde.
Velen stellen zich de vraag of de EU-landen de achterstand die ze hebben in die sector tegenover China en de VS nog kunnen inhalen. Onder de grootste digitale bedrijven ter wereld is er amper één Europees.
De Amerikaanse economie is er een van ‘twee snelheden’, namelijk die van de Magnificent Seven, of de zeven technologiekoplopers, en de rest. De Amerikaanse toename van het bbp in 2024 was volledig te wijten aan de investeringen in AI. De sociale en politieke malaise in de VS vindt dan weer zijn oorsprong in de rest van de economie, die getroffen is door de mondialisering. Daar vindt de tarievenoorlog zijn oorsprong. Een economie met twee snelheden kent men eveneens in het Verenigd Koninkrijk. Maar de Chinese economie kent een ander probleem: een hoge jeugdwerkloosheid, ook bij de hoger opgeleiden.
In de EU zal de groei van het bbp vooral moeten komen van een grotere productiviteit, niet zozeer meer van de toename van de beroepsbevolking. Die groei hebben we onder meer nodig voor onze welvaartsstaat. Het digitale en AI zullen daarin een hoofdrol spelen.
Velen stellen zich de vraag of de EU-landen de achterstand die ze hebben in die sector tegenover China en de VS nog kunnen inhalen. Onder de grootste digitale bedrijven ter wereld is er amper één Europees, namelijk AMSL, leverancier van machines voor de halfgeleiderindustrie. We zijn goed in reguleren, maar niet in innoveren, in het economisch vertalen van inventies. We zijn dus op achtervolgen aangewezen.
Voor elektrische voertuigen is de inhaalbeweging ingezet en hier en daar zijn spectaculaire ontwikkelingen op bedrijfsniveau. Een goed voorbeeld in de AI-sector is het Franse Mistral AI, gespecialiseerd in grote taalmodellen, dat twee jaar geleden niet bestond en nu een beurswaarde heeft van 12 miljard euro. Maar in vergelijking met de Seven is het nog een dwerg.
Het Draghi-rapport
Een geopolitieke rol voor de EU, om onze belangen en ons grondgebied te verdedigen, vereist een performante economie en militaire relevantie. We kunnen niet op de twee vlakken van anderen afhankelijk blijven. De sleutel tot een economisch herstel is de uitvoering van de rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi. Zij pleitten vorig jaar voor miljardeninvesteringen in de Europese economie en benadrukten het belang van Europese schaalgrootte in de wereldeconomie.
Daar is een inhaalbeweging nodig. Het herstelprogramma NextGenerationEU met zijn 800 miljard euro aan middelen, opgezet in het begin van de coronacrisis, was slechts de som van nationale projecten inzake de ecologische en digitale transitie, weliswaar gefinancierd met Europese middelen, aan de hand van Eurobonds of gezamenlijke obligaties.
We hebben Europese projecten nodig, gefinancierd met Europese middelen die we bijeenbrengen op de Europese kapitaalmarkt. Een markt voor deze Euro-obligaties zou trouwens de rol van de euro als mondiale reservemunt versterken en ons minder afhankelijk maken van de dollar.
We hebben dringend behoefte aan een kapitaalmarktenunie, zowel voor start-ups als voor grote bedrijven. Ik zou hieraan willen toevoegen dat op het gebied van defensie niet alleen lidstaten meer moeten uitgeven, maar dat ze dat ook moeten doen aan Europese industriële projecten, en dat we de militaire commandostructuren meer moeten integreren. We hebben overal ‘meer Europa’ nodig, niet minder.
Rechteloosheid
Toch is de grootste verandering in de politiek en in de samenleving het gebrek aan respect voor de pijlers van de nationale en internationale rechtsstaat. Steeds meer wordt alles functioneel, in dienst van de macht, in dienst van een ideologie of in dienst van het nationalisme. ‘Maak mijn land groot’ wil niet meer zeggen dan ‘maak de anderen klein’.
Grote internationale instellingen zoals de Wereldhandelsorganisatie worden in hun werking zwaar gehinderd. De arresten van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) worden genegeerd. Grenzen worden in Oekraïne en in Gaza schaamteloos geschonden. Het historische Klimaatakkoord van Parijs (2015) over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen wordt niet of veel te weinig uitgevoerd, of men zegt gewoon zijn lidmaatschap op. De Verenigde Naties, die van in het begin tandeloos was, zit in financieringsmoeilijkheden.
De miskenning van regels en waarden is een uitdrukking van de individualisering van de samenleving.
De EU is nog steeds een voorstander van het multilateralisme, maar wil evenmin doorgaan als naïef. De EU wil haar belangen en haar veiligheid beschermen zonder te vervallen in protectionisme.
Deze tendens naar rechteloosheid of miskenning van regels en waarden is een uitdrukking van de individualisering van de samenleving. Moi d’abord. Hiervoor moet alles wijken. Dat wordt op macrovlak doorgetrokken tot ‘eigen volk eerst’. Degenen die spreken over altruïsme of solidariteit binnen en buiten onze grenzen worden verweten aan moralisme te doen of hebben een gebrek aan ‘realisme’. Wellicht is dat de grootste bedreiging voor onze sociale samenhang.
In de EU zijn wij nog niet in dat stadium, maar we moeten erg waakzaam blijven. We mogen niet terechtkomen in een ethisch deficit.
De stroming naar ‘macht om de macht’ vereist dat de gematigde en democratische krachten samenwerken om tegengewicht te bieden. Ik zei al dat de verbrokkeling van het politieke landschap dat niet bevordert. Democratieën moeten zich kunnen verdedigen tegen externe dreiging van allerlei aard. Oekraïne en Moldavië verdedigen zich. Het is geen tijd voor zwakheid.
Binnenin is er een vijand, van politiek extremisme tot sociale media waar waarheid en leugen door elkaar worden gehaald. De verdediging van de democratie is de noodzakelijke voorwaarde voor het behoud en de verdere uitbouw van de welvaartsstaat.
De staat van de verzorgingsstaat
Deze tekst is een hervormde versie van de toespraak die Herman Van Rompuy op 6 oktober 2025 gaf op het congres van het HIVA-Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving, 'De staat van de verzorgingsstaat anno 1992 en 30 jaar later. Wie betaalt de veerman?'

