
Een nieuw monitoringsrapport van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) brengt volgens Het Laatste Nieuws voor het eerst in kaart waar mensen belanden nadat hun uitkeringsrecht afloopt. In maart 2026 verloren ongeveer 37.000 mensen op die manier hun uitkering.
Slechts ongeveer een op de tien van hen vond meteen werk. Bijna acht op de tien verdwenen in een restcategorie ‘overige’. Van die groep stond ruim negen op de tien nog gewoon ingeschreven als werkzoekende. Wie zijn uitkering verliest, verzekert zich dus zelden van een job. Vaker valt hij of zij uit het systeem.
Slechts ongeveer een op de tien mensen die hun werkloosheidsuitkering verloor, vond werk.
Een groot deel van hen klopt aan bij het OCMW. In het eerste trimester van 2026 kregen ruim 23.000 mensen een leefloon nadat hun uitkering was gestopt. In maart alleen al stroomden ruim 15.000 van de 37.000 uitstromers door naar een leefloon.
Bevoegd minister van Werk David Clarinval (MR) ging er bij de beperking van de werkloosheid nochtans van uit dat ongeveer een derde die stap zou zetten. Voorlopig ligt dat aandeel dus merkelijk hoger hij voorspelde.
Van de ene maatregel naar de andere
Het leefloon is niet de enige verschuiving. De RVA ziet ook meer mensen doorstromen naar de ziekte- en invaliditeitsverzekering en meer aanvragen voor een tegemoetkoming wegens handicap. De RVA wijst er zelf op dat een deel van die ziektegevallen kan voortkomen uit de stress van het verlies. De maatregel haalt mensen dus niet uit de sociale bescherming. Ze verplaatst hen binnen het systeem, van de ene uitkering naar de andere.
Dat ook jongeren met een inschakelingsuitkering moeizaam werk vinden, doet vermoeden dat het knelpunt evengoed bij een tekort aan passend werk ligt.
Het gaat hier weliswaar om voorlopige cijfers. Bij de eerste uitstroom zaten langdurig werklozen, maar ook jongeren met een inschakelingsuitkering, die in principe dichter bij de arbeidsmarkt staan. Dat ook die laatste groep moeizaam werk vinden, doet vermoeden dat het knelpunt evengoed bij een tekort aan passend werk ligt.
Geen wetenschappelijke onderbouwing
Daarnaast is er geen beeld op het werk dat anderen wel aannemen, nuanceert Koen Meesters, nationaal secretaris van het ACV. ‘Een lichte stijging van de uitstroom naar werk zegt nog niets over de kwaliteit of de duurzaamheid van dat werk’, zegt hij. ‘De kans is groot dat het om korte periodes gaat, waarna mensen alsnog bij het OCMW aankloppen.’ De redenering achter de hervorming overtuigt hem niet. ‘Neem mensen hun uitkering af en ze vinden vanzelf werk? Daar bestaat geen wetenschappelijke onderbouwing voor.’
‘Een lichte stijging van de uitstroom naar werk zegt nog niets over de kwaliteit of de duurzaamheid van dat werk.’
Koen Meesters, nationaal secretaris van het ACV
Voorlopig oogt de hervorming dus minder als een weg naar werk dan als een verschuiving binnen de sociale zekerheid. Ondertussen waarschuwen de OCMW’s wel voor een oplopende werkdruk.

