Sinds 1 juni 2026 gelden er nieuwe regels. Sindsdien is de opzeggingstermijn voor elk nieuw contract beperkt tot 52 weken. Die termijn is de periode die je werkgever moet respecteren als hij je ontslaat. Normaal loopt die op met je anciënniteit.
Sind 1 juni 2026 is de opzeggingstermijn voor elk nieuw contract beperkt tot 52 weken, in plaats van tot 2 jaar.
Wie al lang in dienst is, bouwt met contracten van voor 1 juni zo een opzeggingstermijn op die ver boven het jaar kan uitkomen.
Teken je nu een nieuw contract, dan zet je die opgebouwde bescherming terug op maximaal 52 weken. Dat raakt meteen de ontslagvergoeding die eraan vasthangt. Daarom teken je bij een wijziging beter geen volledig nieuw contract.
Grondwettelijk Hof
Dringt je werkgever toch aan, dan zijn er twee veilige oplossingen.
Vraag een addendum, een bijlage bij je bestaande contract. Daarin moet duidelijk staan dat je oorspronkelijke contract behouden blijft en dat de bijlage bijvoorbeeld enkel je werkrooster of werkplaats aanpast.
Als je toch een nieuw contract tekent, kun je deze clausule laten opnemen: ‘Elke partij kan deze arbeidsovereenkomst beëindigen, met toepassing van de opzegtermijnen voorzien in artikel 37/2 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Beide partijen komen evenwel overeen daarbij geen toepassing te maken van artikel 37/2 § 1/1 van de Arbeidsovereenkomstenwet.’
Werkgever en werknemer mogen immers onderling altijd een langere opzeggingstermijn afspreken, in een ondernemings-cao of in het individuele contract.
Ondertussen legt het ACV zich niet neer bij de nieuwe grens. Samen met de andere vakbonden vecht het de nieuwe beperking tot 52 weken opzeggingstermijn aan bij het Grondwettelijk Hof.
Expert arbeidsrecht Piet Van den Bergh

