Ik had een definitie van AI op het scherm gezet: iets met algoritmes, data, patroonherkenning. Over AI circuleren twee verhalen: ofwel gaat de technologie alles oplossen, ofwel gaat ze alles vernietigen. Wat het eigenlijk is, een krachtig rekenwerktuig, ontworpen door mensen, met keuzes en belangen – dat hoor je minder vaak.
Ik stelde een andere vraag: ‘Heeft iemand van jullie al gehoord dat AI wordt ingezet in jullie bedrijf?’ Bijna elke hand ging omhoog. ‘Heeft jullie werkgever jullie daar ook over geïnformeerd of bij betrokken?’ Stilte, een paar handen.
Dat was het eigenlijke punt van de hele vorming.
Het gaat niet zozeer over wat AI is. Het gaat over het feit dat het er al is, dat het beslissingen beïnvloedt en dat werknemers dat vaak als laatste vernemen. Meer dan een kwart van de Belgische bedrijven gebruikt vandaag minstens één AI-toepassing. Een jaar geleden was dat nog veel minder.
Het ging niet zozeer over wat AI is. Wel over het feit dat het beslissingen beïnvloedt en dat werknemers dat vaak als laatste vernemen.
Bij KBC beantwoordt chatbot Kate intussen 70 procent van de klantvragen, zonder menselijke tussenkomst. Het werk, zo schrijft KBC zelf, van meer dan 300 voltijdse medewerkers. Ik weet niet precies wat er met al die mensen is gebeurd. Misschien zijn ze herplaatst, misschien niet.
Maar het wordt stilaan duidelijk dat AI de globale arbeidsmarkt herschikt. Bedenk dat het immens populaire ChatGPT van Open AI nog maar werd gelanceerd op 30 november 2022. We zijn slechts een paar jaar verder, en de commerciële toepassingen van AI hebben al een ongelooflijke ontwikkeling doorgemaakt. Nu sijpelen ze onze Belgische arbeidsmarkt binnen.
Paniek
We moeten goed kijken naar bedrijven in de Verenigde Staten, zoals Amazon of Uber, waar gedocumenteerde gevallen zijn van wat onderzoekers robo-firing noemen. Automatische ontslagen, zonder dat er nog een mens naar keek. Hele HR-processen waar nog nauwelijks menselijke toetsing aan te pas komt.
Ik vertel dit niet om paniek te zaaien. Technologie kan ook werk verlichten. Dat is geen onbelangrijke bijdrage. Maar technologie is nooit neutraal. Iemand heeft beslist welke data er gebruikt wordt. Iemand heeft beslist wat het systeem optimaliseert. Die iemand zit meestal niet aan de kant van de werknemer.
Ik weet niet precies wat er met al die mensen is gebeurd. Misschien zijn ze herplaatst, misschien niet.
Daarom vind ik het belangrijk dat mensen op de werkvloer, delegees, leden van ondernemingsraden of preventieadviseurs weten wat ze mogen vragen. Welke systemen worden er gebruikt? Op basis van welke gegevens? Is er nog een mens die de eindbeslissing neemt, of rolt er gewoon iets uit een algoritme? De Europese AI Act en CAO nr. 39 over de invoering van nieuwe technologieën op de werkvloer geven daarvoor de eerste reële instrumenten. Maar een wet werkt alleen als je weet dat ze bestaat.
Ik weet niet of iedereen die dag de zaal verliet met een kant-en-klaar antwoord. Maar ik weet wel dat er mensen vertrokken, die nu weten wat ze mogen vragen. Dat is vakbondswerk, greep krijgen op situaties om het verschil te maken.

