Meer overuren, minder zekere contracten, flexi-jobs in alle sectoren, meer nachtarbeid en een vermindering van de opzegtermijn voor werknemers met een korte en lange staat van dienst. Het is een greep uit het pakket maatregelen dat de federale regering-De Wever en minister Clarinval wil doorvoeren.
Met het akkoord op zak staat de regering nu weer een stap dichter bij een definitieve invoering van die plannen. Met een nationale betoging op 12 mei willen de vakbonden duidelijk maken dat werknemers die maatregelen niet zien zitten. Ze roepen de regering daarom op om er niet mee door te zetten. Ook dossiers als de pensioenhervorming en de verlaagde indexering van lonen en uitkeringen liggen nog niet vast. ‘Er zijn voldoende alternatieven voor een gezonde begroting’, klinkt het.
Ontdek hier hoe de plannen van de regering een impact zullen hebben op jouw werk, loon en privé.
Werk je deeltijd of overweeg je dat?
Tot nu moest een deeltijds contract minstens een derde van een voltijdse betrekking bedragen. Bij een voltijdse job van 38 uur per week was de minimumgrens dus dertien uur per week. Die ondergrens daalt naar een tiende, wat neerkomt op minder dan vier uur per week. Daarmee verdwijnt een bescherming die werknemers een basisinkomen en enige werkzekerheid bood.
ACV-jurist Piet Van den Bergh spreekt over het verdwijnen van een belangrijke bescherming voor werknemers: 'De regering schrapt eigenlijk de werk- en inkomenszekerheid van werknemers.' Het risico bestaat dat er zogeheten oproepcontracten ontstaan. Daarbij ben je als werknemer slechts zeker van een minimaal aantal uren en hang je voor de rest af van eventuele tijdelijke aanvullingen. Je bent dan misschien wel formeel in dienst, maar weet nooit zeker wanneer de werkgever jou zal inzetten. Enige zekerheid over het inkomen voor die maand is er dus evenmin.
In het Verenigd Koninkrijk werken meer dan een miljoen mensen op zulke contracten. Onderzoek van de Lancaster University toonde eerder al aan dat drie op de vier van hen door die financiële onzekerheid in kwetsbare omstandigheden leeft. Twee op de drie werkt er al langer dan een jaar op afroep. Net om die redenen besliste de Britse regering onlangs om dergelijke contracten te verbieden.
De gevolgen reiken ook verder dan het maandloon. Voor een werkloosheidsuitkering moet je voldoende gewerkt hebben. De pensioenhervorming – een ander plan van de federale regering – telt voor je pensioendatum enkel de jaren mee met minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen.
Van den Bergh: 'Je wordt dus langs de ene kant gedwongen om zo'n contract aan te nemen in bepaalde situaties, maar je bouwt er geen rechten mee op. De enige die ervan profiteert is de werkgever. Die oogst alle flexibiliteit en voordelen, terwijl de werknemer in een onleefbaar statuut wordt geduwd, zowel tijdens als na de loopbaan.'
Presteer je vrijwillige overuren of word je onder druk gezet om dat te doen?
Het aantal zogeheten vrijwillige overuren stijgt structureel naar 360 per jaar. In de horeca gaat dat zelfs tot 450 uur. Vrijwillig betekent: de werknemer stemt ermee in, maar de werkgever hoeft geen reden op te geven. Voor de eerste 240 van die uren wordt bruto gelijk aan netto: er worden geen sociale bijdragen of bedrijfsvoorheffing ingehouden, maar je hebt geen recht op een overurentoeslag. Daarnaast is er evenmin verplichte inhaalrust voorzien zoals bij gewone overuren.
Dat klinkt voordelig, maar in de praktijk slaat de nieuwe regeling een groot gat in je portefeuille. Vergelijk je die ‘nieuwe’ vrijwillige overuren met gewone overuren waarvoor bijvoorbeeld een toeslag van 50 procent geldt, dan houd je bij de vrijwillige variant bijna een kwart minder netto over. Dat becijferde Denktank Minerva. Bovendien tellen die uren niet mee voor de berekening van het vakantiegeld en bouw je er geen sociale rechten mee op.
Maarten Gerard, hoofd van de ACV-studiedienst, stelt ook een bredere impact vast: 'In feite komt dat neer op een terugkeer naar de 45-urige werkweek. Doordat de werkgever geen motivering moet opgeven en ze goedkoper zijn dan reguliere overuren of bijkomende tewerkstelling, krijgt de werkgever eigenlijk carte blanche om structureel de werktijd te verhogen. Dat zal ten koste gaan van arbeidskansen, want waarom zouden bedrijven extra werknemers aanwerven als ze het goedkoper intern kunnen oplossen?'
Werkgevers hoeven voortaan ook niet langer individuele werkroosters op te nemen in het arbeidsreglement. Het volstaat dan om een algemeen kader van dagen en tijdvakken geven. Wanneer een werknemer een concreet rooster betwist, zijn de procedures daarvoor vereenvoudigd en de verplichtingen voor de werkgever ingeperkt.
Ook de sociale zekerheid draagt de rekening. Het Monitoringcomité berekende dat de RSZ jaarlijks 43 miljoen euro misloopt door de uitbreiding van dit stelsel. Al is zelfs dat bedrag nog een voorzichtige schatting op basis van het huidige aantal overuren.
Als je een nieuwe job begint of van werk wil veranderen
Wie een nieuw contract tekent, heeft tijdens de eerste zes maanden bij ontslag – door werkgever of werknemer – nog maar één week opzegtermijn. Vandaag bouw je na drie maanden al sneller ontslagbescherming op. Hoe langer je in dienst bent, hoe meer opzegtijd je krijgt. Die geleidelijke opbouw verdwijnt voor de volledige periode van zes maanden.
De Raad van State gaf hierover al een uitdrukkelijk negatief advies: de maatregel doet 'onevenredig' afbreuk aan het grondwettelijk recht op billijke arbeidsvoorwaarden. Het Europees Comité voor Sociale Rechten oordeelde eerder al dat één week opzeg voor werknemers tussen drie en zes maanden dienst onvoldoende is. Minister Clarinval lijkt al die beoordelingen nu naast zich neer te leggen.
Ann Vermorgen, voorzitter ACV: 'Onder het huidige systeem kan iemand met vijf maanden dienst nog recht hebben op vijf weken opzeg. In de nieuwe regeling blijft daarvan maar een week over. Dat zijn vier weken loon en ademruimte minder als het misloopt.'
Er is nog een wrange, bijkomende factor: wie tijdens de eerste zes maanden ontslagen wordt, heeft geen recht om de reden van dat ontslag te kennen. Dat betekent dus buiten, zonder te weten waarom.
De regering zegt de maatregel jobcreatie zal stimuleren doordat werkgevers sneller nieuwe mensen durven aanwerven. Maar Vermorgen wijst op de paradox: 'Wat nu doorgevoerd wordt, is geen herinvoering van de proefperiode, wel een platte verlaging van de bescherming van de werknemers.' Wie weet hoe kwetsbaar de eerste zes maanden zijn, zal twee keer nadenken voor de stap naar een andere werkgever gemaakt wordt.
Als je 17 jaar of langer bij dezelfde werkgever werkt
Voor werknemers met zeventien jaar of meer anciënniteit wordt de opzegtermijn voortaan begrensd op maximaal 52 weken, ongeacht hoe lang ze al in dienst zijn. Een wettelijk plafond bestaat vandaag niet. Wie 30 jaar bij hetzelfde bedrijf werkte, kon op een aanzienlijk langere bescherming rekenen bij ontslag door de werkgever. Die rem verdwijnt.
Clarinval noemt dat een maatregel om 'mobiliteit te bevorderen' en werkgevers aan te moedigen om ervaren profielen aan te werven. Maar ACV-voorzitter Ann Vermorgen ziet het anders: 'In 2014 werd de berekening van de opzegtermijn al hervormd, waardoor het langer duurt om die op te bouwen. Voor veel oudere werknemers is die lange opzegtermijn de enige drempel tegen ontslag. België kent een van de soepelste ontslagwetgevingen van Europa. Door de enige bescherming die nog rest – de financiële drempel – nu ook nog af te breken, worden alle werknemers kwetsbaarder.'
De maatregel geldt enkel voor nieuwe contracten. Lopende contracten worden niet geraakt.
Als je een vaste job hebt in een sector die flexi-jobbers inzet
Flexi-jobs worden uitgebreid naar alle sectoren. Flexi-jobbers betalen geen sociale bijdragen op hun inkomen. De verhoogde werkgeversbijdrage van 28 procent compenseert dat slechts gedeeltelijk. In 2024 liep de sociale zekerheid daardoor al 664 miljoen euro mis aan inkomsten door flexi- en studentenjobs samen. Tegen 2029 kan dat oplopen tot 1,5 miljard euro per jaar, berekende ACV Voeding en Diensten. Tegelijk vindt dezelfde regering de sociale zekerheid te duur.
Voor wie met een gewoon contract werkt in een sector met veel flexibele arbeid, is de uitbreiding van flexi-jobs een indirect maar reëel risico. Ann Vermorgen, voorzitter van het ACV: 'Alle signalen wijzen erop dat flexi-jobs vaker ten koste gaan van gewone banen, eerder dan dat ze meer werkgelegenheid creëren.' Een werkgever die iemand goedkoper en met minder verplichtingen kan inzetten, heeft minder reden om extra vaste medewerkers te houden of aan te werven.
Ook voor de flexi-jobber zelf is de situatie wankeler dan ze lijkt. Wie niet nodig is, hoeft niet te komen en ontvangt niets. Wie zijn vaste job verliest, verliest tegelijk ook het recht om te flexi-jobben. En de werkloosheidsuitkering houdt geen rekening met het weggevallen flexi-inkomen.
Werk je in een sector waar nachtarbeid nu nog verboden is?
Tot nu was werk tussen 20 uur en 6 uur wettelijk verboden, tenzij een sector een uitzondering had overlegd – zoals de gezondheidszorg of de horeca. Dat algemeen verbod verdwijnt. Voortaan kan elke sector nachtarbeid invoeren via een collectieve arbeidsovereenkomst of via een aanpassing van het arbeidsreglement. De minimumpremie die de wet voorziet blijft bestaan, maar over aanvullende compensaties – hogere sectorpremies, extra rustdagen – kan voortaan één vakbond volstaan om een regeling door te drukken, niet meer alle vertegenwoordigers samen.
ACV-voorzitter Ann Vermorgen maakt de balans al op. 'Nachtarbeid heeft een enorme impact op de gezondheid van mensen en op hun gezins- en privéleven. Werken in shiften op late en nachtelijke uren verhoogt de kans op onder andere diabetes, cardiovasculaire aandoeningen en psychosomatische problemen. Het is ongelofelijk dat deze regering de deur daar nu verder openzet. Terwijl het aantal langdurig zieken nu al piekt.'
Voor werknemers in sectoren die tot nu gevrijwaard waren van nachtwerk, betekent het dat hun werkgever in de toekomst nachtploegen kan invoeren. De vraag wie daarin mee moet, en onder welke voorwaarden, wordt moeilijker te bevechten zonder een eensgezind vakbondsfront.
Werk je 's avonds of 's nachts in de distributie, logistiek of aanverwante sectoren?
Wie vandaag werkt tussen 20 uur en 6 uur, ontvangt daarvoor een nachtpremie. Die kan, afhankelijk van de sector en het loon, oplopen tot vijftig procent bovenop het brutoloon. Dat is de compensatie voor de tol die werknemers daarvoor betalen met hun gezondheid.
Die compensatie wordt nu kleiner. In veertien paritaire comités, het overlegorganen per sector, wordt de definitie van nachtwerk ingeperkt. In de distributie en logistiek geldt voortaan enkel het tijdvak tussen 23 uur en 6 uur als nachtwerk. Wie nog na 20u in een winkel of magazijn staat, verliest daarmee het recht op premie voor die eerste drie uur.
De aanslag op de loonbrief is aanzienlijk. Een nachtwerker aan een minimumloon van 3.044 euro bruto met een premie van twintig procent verliest op jaarbasis meer dan 3.180 euro. Wie boven het minimumloon verdient, kan nog meer verliezen: tot 615 euro per maand, ofwel 7.380 euro per jaar.
Nieuwe werknemers vallen onmiddellijk onder de lagere premies. Wie nu al een nachtpremie ontvangt behoudt die voorlopig, maar het ACV waarschuwt dat werkgevers bestaande werknemers een nieuw contract kunnen laten tekenen, waarna het lagere regime geldt. Arbeiders in de voedingssector (paritair comité 119) werden na langdurige acties van ACV Voeding en Diensten voorlopig vrijgesteld. Voor bedienden in de sector en werknemers in de andere betrokken comités gelden de nieuwe regels wel.
De rekening
Al die maatregelen samen volgen eenzelfde logica: werkgevers krijgen meer bewegingsruimte, werknemers leveren in op zekerheid, inkomen of allebei tegelijk. De sociale zekerheid – pensioenen, ziekteverzekering, werkloosheid – ziet dan weer haar inkomsten afnemen door lagere bijdragen uit flexi-jobs, vrijwillige overuren en flink ingeperkte contracten.

