Vakbonden en werkgevers brachten eind maart samen een advies uit over de verdeling van een beperkt overheidsbudget voor de meest kwetsbare mensen in ons land. De aanleiding is een stelselmatige besparing: de regering-De Wever legde voor de hele legislatuur het systeem stil waarmee pensioenen, ziekte-uitkeringen en werkloosheidsuitkeringen twintig jaar lang periodiek werden opgetrokken.
Dat kost uitkeringsgerechtigden dit jaar al ongeveer een miljard euro, oplopend tot twee miljard vanaf 2028. Het oorspronkelijke systeem, de welvaartsenveloppe, zorgde ervoor dat uitkeringen niet alleen de prijzen volgden maar ook met de lonen meebewogen. Zonder die bijsturing groeien lonen structureel sneller dan uitkeringen.
Het gaat om de zogenaamde ‘specifieke enveloppe’: een pot geld die de regering heeft voorzien om bepaalde uitkeringen te verhogen nu dezelfde regering een streep trok door de ruimere welvaartenveloppe. Tot voor kort werd die zogenaamde welvaartsenveloppe elke twee jaar op advies van vakbonden en werkgevers verdeeld en ingezet. In de plaats kwam een kleinere, selectievere en vooral meer onzekere enveloppe, te besteden aan kleinere, kwetsbare groepen.
Dalende koopkracht voor uitkeringen
In 2005 werd de welvaartsenveloppe nog ingevoerd om uitkeringen boven op de index te kunnen verhogen. Uitkeringen werden tot dan enkel geïndexeerd, soms ook zelfs dat niet. Maar daarmee loopt op termijn de kloof met lonen enorm op, aangezien lonen vaak sneller stijgen dan louter een indexering. Er zijn bijvoorbeeld ook loonsverhogingen, bijvoorbeeld via cao’s.
De echte koopkracht en welvaartsniveau van de uitkeringen daalt zo op termijn. Met de welvaartsenveloppe kon die kloof verkleind worden. Sinds de jaren 80 was die kloof immers al stevig opgelopen.
Vijf jaar zonder welvaartsenveloppe
In het regeerakkoord 2025-2029 koos premier De Wever (N-VA) en zijn team ervoor de klassieke welvaartsenveloppe stop te zetten. In de plaats kwam er een 'specifieke enveloppe voor de meest kwetsbare groepen', met een budget van 25 miljoen euro in 2026, oplopend tot 100 miljoen in 2029. Alleen is dat budget volgens het ACV veel te beperkt. Of het budget daarnaast ook correct besteed zal worden is eveneens een groot vraagteken, volgens de vakbond.
'De specifieke enveloppe is op geen enkele manier budgettair te vergelijken met de algemene welvaartsenveloppe', zegt Maarten Gerard, hoofd van de studiedienst van het ACV. 'De welvaartsenveloppe zelf is vijf jaar uitgeschakeld. Dat is een verlies voor alle mensen die niet kunnen werken en ervan afhankelijk zijn. Maar ook wie op pensioen gaat zal dit voelen.’
'De welvaartsenveloppe zelf is vijf jaar uitgeschakeld. Dat is een verlies voor alle mensen die niet kunnen werken en ervan afhankelijk zijn. Maar ook wie op pensioen gaat zal dit voelen.’
Maarten Gerard, hoofd studiedienst van het ACV
Het advies dat deze week werd overgemaakt aan de regering geeft aan dat er niet veel te verdelen viel. De regering had eind 2025 al op eigen initiatief drie maatregelen vastgelegd: de verhoging met twee procent van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor alleenstaanden in 2026 en 2028, de versoepeling van het criterium voor regelmatige werknemers voor de ziekte-uitkeringen en een verhoging van de ziekte-uitkeringen voor samenwonende zelfstandigen.
De Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven schrijven erover dat ze de indruk hebben 'in laatste instantie te worden geraadpleegd'. Het advies geeft daarom invulling aan het resterende saldo: 7,3 miljoen euro in 2027 en bijna 20,8 miljoen tegen 2029.
Harde keuzes door mes op de keel
Gerard: ‘De sociale partners willen wat er overblijft van het geld inzetten voor mensen met een handicap die samenwonen of gezinslast hebben. Die groepen halen maar tot 77 procent van de armoededrempel. We stellen ook een verhoging voor van het leefloon voor alleenstaanden. Het leefloon is wettelijk gekoppeld aan minimumuitkeringen in de ziekte- en invaliditeitsverzekering, waardoor die laatsten ook automatisch verhoogd zouden worden. Om eenmalige middelen in te zetten is gekozen om alleenstaande ouders via de OCMW's te ondersteunen.’
'Het blijft ruim onvoldoende. Dat restbudget bereikt niet alle groepen die het meest behoeftig zijn. Als armoede de richtlijn is, zou de regering andere keuzes moeten maken.'
Maarten Gerard
'Het is positief dat er iets gebeurt', zegt Gerard. 'Maar het blijft ruim onvoldoende. Dat restbudget bereikt niet alle groepen die het meest behoeftig zijn. Als armoede de richtlijn is, zou de regering andere keuzes moeten maken.'
Werklozen: bewust buiten beeld
Opvallend: werkloosheidsuitkeringen komen nergens in het advies voor, ook al liggen sommige van deze uitkeringen vandaag onder het leefloon. ‘Van de regering valt daar weinig te verwachten, maar in de onderhandelingen weigerden de werkgevers ook elke verhoging bij die groep.
Nochtans kon het budgettair perfect', zegt Gerard. 'Het was een keuze. Ze wilden niets doen voor werkloosheid.' Hij vertaalt wat daarin onuitgesproken bleef: 'Werklozen verdienen het niet. Dat is niet letterlijk gezegd, maar het is wel de redenering. 'Het blijkt niet langer als een probleem te worden gezien dat een uitkering onder de bijstandsuitkering zakt. '
Het gepruts in de marge toont dat er nood blijft aan een algemene welvaartsenveloppe', besluit hij. 'Alleen die kan op termijn voor iedereen een leefbare uitkering garanderen.'

