Vooruit verklaart zich bereid om in ruil voor andere zaken eenmalig te raken aan de automatische indexering van de hoogste lonen. De hogere lonen zouden dan slechts gedeeltelijk geïndexeerd worden. Dat liet Conner Rousseau verstaan in een interview met De Morgen afgelopen weekend.
‘Raken aan de index is onbespreekbaar. Het voorstel is des te opmerkelijker, omdat het nog geen jaar geleden bij Vooruit klonk dat de index gered was’, stelt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Als het leven duurder wordt, moet het inkomen volgen. Lagere lonen brengen niet alleen minder koopkracht, ze leveren ook minder bijdragen op. Een indexsprong is dus inleveren op twee fronten.’
Loonverlies van duizenden euro’s
Door een indexsprong wordt de automatische aanpassing van het loon aan de stijgende levensduurte eenmalig overgeslagen. Maar omdat elke volgende indexering uitgaat van een onaangepast bedrag, blijft dat verlies zich opstapelen. De vorige indexsprong die werd doorgevoerd door de regering Michel I in 2015 zorgde al voor duizenden euro’s aan loonverlies. Dat blijkt uit berekeningen van het ACV. Een werknemer met een gemiddeld loon intussen al 9.477 euro bruto verloren. Netto komt dat voor velen neer op bijna 5.000 euro.
‘Een achteruitgang die tot lang na je pensioen blijft doorlopen bovendien’, maakt Vermorgen zich sterk. De ACV-studiedienst berekende verder dat een eenmalige indexering van de lonen nu, werknemers tienduizenden euro’s kan kosten over hun hele loopbaan. Een 30-jarige werknemer met een brutoloon van 3.500 euro per maand, verliest tot aan zijn pensioen 20.458 netto bij een jaarlijkse inflatie van twee procent.
Indexsprong nadelig voor inkomsten
Bovendien merkte de Nationale Bank van België in een rapport na de vorige indexsprong op dat die een slechte zaak was voor de staatskas. Door het koopkrachtverlies van gezinnen, kon de staat minder BTW innen. Daardoor werd de besparing ruimschoots tenietgedaan.
Volgens de vakbond zijn er genoeg alternatieven voor een gezonde en rechtvaardige begroting. ‘Naast inkomsten uit loon is het hoog tijd dat men kijkt naar de inkomsten uit vermogen. Daarnaast zijn er correcte bijdragen van alle werkstatuten of -vormen nodig. En er moeten voorwaarden komen voor de bedrijfssubsidies. Die vliegen nu ongecontroleerd de deur uit.’
Een correcte inning van belastingen, onder meer van de BTW, is ook een logische stap, stelt Vermorgen. De BTW-kloof, het verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en het geïnde bedrag, is in ons land 4 procentpunt hoger dan het EU-gemiddelde. Die kloof terugbrengen van 11 procent naar 7 procent door striktere controles en procedures zou een meerinkomst van 1.6 miljard euro betekenen. Zo kan de regering nog gigantische efficiëntiewinsten boeken’, aldus Vermorgen.

