Tien jaar na de indexsprong van 2015 – voorlopig nog de laatste – blijft de rekening oplopen. Volgens berekeningen van het ACV heeft een werknemer met een gemiddeld loon intussen al 9.477 euro bruto verloren. Netto komt dat voor velen neer op 4.845,6 euro minder in de portemonnee. En dat verlies stopt niet: maand na maand, jaar na jaar, blijft het verschil groeien. De indexsprong was zogezegd een eenmalige ingreep, maar in werkelijkheid werkt ze vandaag en in de toekomst nog altijd door.
Opnieuw hangt de dreiging van een indexsprong in de lucht. In de begrotingsgesprekken van de regering-De Wever wordt voorzichtig gesproken over manieren om de automatische loonindexering te ‘herbekijken’. Het woord indexsprong is van tafel, maar het principe blijft: een aanpassing van het systeem dat lonen koppelt aan de levensduurte. Dat lijkt technisch, maar het raakt rechtstreeks aan de koopkracht van miljoenen mensen.
Lonen structureel lager
De vorige indexsprong kwam er in april 2015, onder de regering-Michel I, een centrumrechtse coalitie van MR, N-VA, CD&V en Open VLD. De maatregel moest de concurrentiekracht van bedrijven versterken door de loonkosten tijdelijk te verlagen. In de praktijk werd de automatische indexering één keer overgeslagen, waardoor lonen vanaf dat moment structureel ongeveer twee procent lager kwamen te liggen. De volgende indexeringen gebeurden op die lagere basis, zodat het loonverlies nooit meer werd ingehaald. Sindsdien stapelen de verliezen zich bij idere indexering op, aangezien dat verloren loon niet meetelt wanneer er wel indexeringen volgen.
Ondernemingen gebruikten de vrijgekomen marge vooral om hun winstmarges te versterken, niet om prijzen te verlagen of meer werkgelegenheid te creëren.
Onderzoek van onder meer de Nationale Bank van België toonde achteraf dat de verwachte economische voordelen beperkt bleven. De loonkosten stegen inderdaad trager, maar ondernemingen gebruikten de vrijgekomen marge vooral om hun winstmarges te versterken, niet om prijzen te verlagen of meer werkgelegenheid te creëren. Het effect op de concurrentiepositie was daardoor kleiner dan gehoopt.
Blijvende achterstand in koopkracht
De cijfers van fiscaal expert van het ACV Erik Van Laecke maken de impact voor werknemers zichtbaar. Bijna 9.500 euro bruto verlies voor een germiddeld loon op tien jaar tijd – ongeveer een jaar huur, of de prijs van een kleine tweedehandswagen. Omdat elke nieuwe indexering vertrekt van een lager loon, blijft de kloof groeien. Wat in 2015 als een tijdelijke ingreep werd voorgesteld, blijkt een blijvende achterstand in koopkracht.
Daarin schuilt ook het risico van de huidige discussies. De ervaring van 2015 leert dat een indexsprong niet verdwijnt na één begroting of één bestuursperiode. Met een nieuwe indexsprong erbovenop, zal het verlies eens zo hard oplopen.

