Iedereen moet langer werken, zonder onderscheid’, verkondigde federaal minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) afgelopen jaar. Maar is dat onderscheid werkelijk zo ‘neutraal’ als hij beweert? ‘Zogenaamd neutraal beleid kan in de praktijk zeer onrechtvaardig zijn’, stelt Marte Billen van ACV Gender. ‘Vrouwen hebben vaker versnipperde loopbanen, meer deeltijdse werkuren en meer onderbrekingen door zorg, moederschap of gezondheidsproblemen. ‘Neutraal’ beleid wordt zo een bron van ongelijkheid.’
Koude douche
Vrouwen nemen nog steeds het grootste deel van de onbetaalde zorg op zich. Billen: ‘Onbetaalde arbeid vormt maar liefst 60 procent van alle arbeid in België. Daarmee is het een van de grootste sectoren van onze economie, maar erkenning blijft uit. Sterker: wie onbetaald werk verricht, wordt vaak als ‘inactief’ beschouwd.’
Dat ervoer ook Lydia Laeremans (66). ‘Bij de geboorte van ons eerste kind ben ik deeltijds gaan werken. Opvang vinden was toen moeilijk, maar ik wilde ook zelf een stuk van de zorg op mij nemen. Later kreeg mijn man de diagnose MS en hielp ik mijn zorgbehoevend geworden ouders. Die combinatie werd te zwaar, waardoor ik op een bepaald moment moest stoppen als bediende bij KULeuven. In die jaren kreeg ik vaak de vraag of ik nog werkte. Lastig vond ik dat. Tot ik eens antwoordde: Je bedoelt waarschijnlijk of ik nog betaald werk heb?’
‘Nu ben ik met pensioen’, vertelt Laeremans. ‘De keuzes die ik in het verleden maakte, hebben impact op mijn pensioen. Ik nam jarenlang zorg op die noodzakelijk is, maar financieel krijg ik een koude douche.’
‘Dit doet zoveel pijn’
Lydia Janssens (61) ziet elf gewerkte jaren als onthaalouder in rook opgaan. ‘Ik werk al sinds 1992 als onthaalouder. Kinderen van toen komen nu met hun eigen kroost over de vloer. Prachtig, toch?’

‘Maar tegelijk wringt het. De jaren die ik vóór 2003 werkte, tellen niet mee voor mijn pensioen. Er bestond geen volwaardig statuut waarin je kon werken als onthaalmoeder. Wij ontvingen als het ware een onkostenvergoeding. Terwijl ik ontzettend hard werkte: van zeven uur ’s ochtends tot halfzes ’s avonds zorgde ik voor acht kindjes. Dit is echt een zwaar beroep. Intussen werk ik nog altijd voltijds, 50 uur per week. Gemiddeld zorg ik nu voor vier of vijf kindjes per dag.’
‘Vanaf 2003 konden onthaalouders in het sui-generisstatuut (waarbij ze geen werknemer of zelfstandige zijn, maar een eigen sociaal statuut hebben met beperkte sociale rechten, red.) stappen. Dat was een verbetering maar nog steeds geen volwaardig statuut. We hebben enorm gestreden voor het werknemersstatuut, waar ik in 2019 zelf ingestapt ben.’
‘In mijn pensioenoverzicht lijkt het alsof ik maar 30 jaar gewerkt heb, terwijl ik al sinds 1985 aan de slag ben. Elf werkjaren zijn in rook opgegaan. Dat doet enorm veel pijn.’
‘Normaal gezien zou ik binnen een jaar met pensioen kunnen. Nu moet ik tot mijn 67e werken en hopen dat ik later minstens 1.500 euro zal krijgen. Veel collega’s krijgen een habbekrats als pensioen. Rijk word je niet als onthaalouder, geef ons tenminste de erkenning die we verdienen voor al die jaren zorg.’
Onvrijwillige keuze
Ook Heidi (58) blikt terug op een deeltijdse loopbaan, weliswaar om een andere reden. ‘Ik doe catering in Center Parcs. Voordien werkte ik als kok in een internaat. Voltijds werken was in de horeca simpelweg geen optie. Enkel leidinggevenden kregen een voltijds contract, de rest werkte deeltijds. Nu blijkt dat ik amper voldoende gewerkte jaren zal halen. Hoeveel mijn pensioen straks bedraagt, is een groot vraagteken. Ik kan gelukkig rekenen op mijn man, maar dit beleid dwingt mij in een afhankelijke positie. Tegen mijn zin,
ik wil op eigen benen staan.’
‘De keuzes die vrouwen maken, zijn allerminst individueel of vrijblijvend, zoals de regering het doet uitschijnen, maar vaak uit noodzaak’, aldus Billen. ‘Met de pensioenhervormingen van de regering-De Wever zal die kloof enkel maar vergoten.’
Vervroegd pensioen is vaak geen optie
‘De pensioenmalus is blind voor de realiteit van vrouwen’, zegt Mariam Harutyunyan, voorzitter van de Vrouwenraad. De pensioenmalus vermindert bij vervroegd pensioen je pensioenbedrag als je geen 35 jaar met effectieve tewerkstelling van minimaal 156 dagen hebt gewerkt. ‘Maar’, zo waarschuwt Harutyunyan, ‘volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zal bijna de helft van de vrouwelijke werknemers getroffen worden door de pensioenmalus, tegenover 22 procent van de mannelijke werknemers. Het idee van een ‘neutraal’ malussysteem houdt dus geen rekening met de structurele ongelijkheid op onze arbeidsmarkt.’
De pensioenkloof doet vrouwen er op vlak van geld, tijd én gezondheid bekaaid van afkomen. Ze bedraagt vandaag al 28 procent. Vrouwen kunnen moeilijker of helemaal niet op vervroegd pensioen, ze houden doorgaans een lager pensioen over en vallen tegelijk massaal langdurig uit door musculoskeletale aandoeningen, stress en burn-out. Maar liefst drie op de vijf langdurig zieken is een vrouw.
ACV-voorzitter Ann Vermorgen: ‘De link tussen betaalde arbeid en sociale rechten is nauwer dan ooit. Maar tegelijk breidt de regering flexi-jobs uit en schaft ze de minimale arbeidsduur af. Zo’n ‘flexibele’ arbeidsmarkt duwt mensen in kwetsbare posities nog meer in atypische en tijdelijke contracten. Geraak dan nog maar eens aan voldoende jaren om een malus te vermijden of om
op vervroegd pensioen te kunnen.’
Vijf fictieve dagen
Acht op de tien gepensioneerden die niet aan voldoende loopbaanjaren komen, is vrouw. Dertien procent van de vrouwen heeft een loopbaan tussen 35 en 39 jaar, tegenover 28 procent van de mannen. De cijfers spreken voor zich. ‘De regering lijkt te beseffen dat dit plaatje niet klopt’, zegt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Daarom stelt ze voor om vijf fictieve dagen ‘cadeau’ te geven voor wie niet aan 156 dagen in bepaalde jaren geraakt.Alleen: die dagen zijn verspreid over de hele loopbaan. Een pleister op een houten been.’
‘In de afgelopen decennia zijn vrouwenrechten er sterk op vooruitgegaan, maar we lijken op een keerpunt te zitten. Het huidige beleid stelt verworven rechten weer in vraag of bouwt ze zelfs af.’
Voer samen met het ACV actie in Brussel op Internationale Vrouwendag op 8 maart en op het Lente-offensief op 12 maart.

