Elke maand laten we iemand aan het woord die vanuit zijn of haar werk naar de wereld kijkt. Deze maand is dat schooldirecteur Maya*.
Er bestaan ongetwijfeld verschillende directeurstypes’, vertelt Maya. Al vijftien jaar is ze directeur van een kleine, stedelijke basisschool. Elke ochtend vat ik post aan de poort om kinderen en ouders te verwelkomen.’
‘De taken van een schooldirecteur zijn enorm uiteenlopend. De wc loopt over? De directeur lost het op. In het begin stond ik daar wel van versteld: zodra je op die stoel zit, kunnen mensen bij manier van spreken zelf geen putje meer ontstoppen.’
‘Sollicitaties doe ik liefst zelf. Een goeie match tussen een leerkracht en de school is cruciaal. Uiteraard kampen ook wij met het lerarentekort, maar toch verkies ik even geen leerkracht voor de klas boven iemand die niet bij onze school past. Even goed verder zoeken, dan vind ik gegarandeerd de geknipte leraar.’
Crisis bezweren
‘Mijn agenda zit doorgaans goed vol, maar toch hou je best de helft van je agenda vrij voor onverwachte zaken.’
‘Onlangs was er een jongen op mijn bureau die op weg naar het zwembad een vuurwerkbommetje had afgestoken. Levensgevaarlijk als je tien jaar bent. Van waar komt dat vuurwerk? Wie was er nog bij? Ik stel wat onderzoekende vragen om zicht op de situatie te krijgen. Vervolgens hebben we in alle klassen preventie rond vuurwerk gehouden. Voor mij is dat een zinvolle straf.’
‘Een ander voorbeeld zijn leerlingen die elkaar kwetsen met racistische opmerkingen. Dan ga ik bijvoorbeeld aan de slag met filmpjes uit de voetbalwereld waarin je racistisch gejoel hoort. Zo daag ik hen uit tot een eerlijk en open gesprek. Vanaf de leeftijd van tien kun je echt wel werken aan die bewustwording.’
‘Vijftien jaar geleden was er op school één kind met de diagnose ADHD. Vandaag zijn dat er vijftien op 200 leerlingen.’
‘Hele jonge kinderen kunnen al onhandelbaar zijn, met stoelen smijten of brutaal zijn tegen de directeur. Ik voel op zo’n moment mijn bloeddruk wel wat stijgen, maar blijf toch altijd uiterlijk kalm en start een gesprek. Bij heel jonge kinderen doe ik dat dikwijls met tekeningen, omdat ze het niet altijd goed kunnen vertellen. Op mijn bureau staat standaard een grote doos met stiften en kleurpotloodjes.’
Dys-jes
‘Terminologie heb ik sterk zien veranderen. Een stout kind is nu een kind met moeilijk verstaanbaar gedrag, overspannen ‘een burn-out’. Maar ook labels zoals autisme of ADHD zie ik veel meer. Vijftien jaar geleden was er op school één kind met de diagnose ADHD. Vandaag zijn dat er vijftien op 200 leerlingen. Autisme: hetzelfde verhaal. Verder heb je alle dys-jes: dyslexie, dyscalculie, dysortografie,…’
‘De huidige klasgroep ziet er waanzinnig divers uit: niet alleen qua afkomst, religie of achtergrond, maar ook qua etiketjes. In de klas zie je ook waar er oorlog woedt: 25 jaar geleden zag je veel Koerden en Kosovaren op de schoolbank, nu zijn dat Palestijnen en Oekraïners. De hele wereld zit hier.’
Boekhouding nakijken
‘Op scholen en leerkrachten ligt vandaag een immense druk. Voor heel wat zaken wordt er naar ons gekeken. Zo circuleerde een tijd het idee om gezonde, warme maaltijden op school te voorzien. In theorie steun ik het idee om zo kansarmoede aan te pakken. Maar in de praktijk volg ik dat niet. Wij hebben er de infrastructuur niet voor, er komt zoveel bij kijken. En vooral: onze corebusiness blijft lesgeven.’
‘Betrokkenheid van ouders is weer een ander verhaal. Sommigen kun je amper bereiken, andere ouders zijn dan weer heel loyaal tegenover de school. Als de directeur het zegt, is het zo, is hun motto.’
‘Hele jonge kinderen kunnen al onhandelbaar zijn, met stoelen smijten of brutaal zijn.’
‘Bij nog weer andere – vaak hoogopgeleide – ouders voel je soms een gebrek aan vertrouwen in de school. Ze vragen zich bijvoorbeeld af waarom hun kind niet in de kangoeroeklas zit (klas voor snel lerende kinderen, red.). Dan probeer ik duidelijk te maken dat wij echt wel zullen aangeven wanneer een kind eraan toe is.’
‘Ook al meegemaakt: ouders die onze boekhouding willen nakijken. Onze werking is transparant, maar toch voelt dat als een gebrek aan vertrouwen in onze school. Dan denk ik: Vertrouw gewoon op ons, we weten echt wel wat we doen!’

