Rechtvaardig is dat niet. Bovendien is niet eens zeker of de plannen echt werken. Dat is bijvoorbeeld zo bij maatregelen als een indexsprong. Lagere lonen brengen niet alleen minder koopkracht, ze leveren ook minder bijdragen op. Een indexsprong is dus inleveren op twee fronten.
Voor ACV-voorzitter Ann Vermorgen is het glashelder wat er nodig is: ‘Geen gemorrel aan de index. Het is al ongehoord dat de loonnormwet de vrije loonsonderhandelingen aan banden legt. Als het leven duurder wordt, moet het inkomen volgen. De sectoronderhandelingen verlopen bijzonder stroef, want werkgevers voelen zich gesteund door de regering. Als je moet vaststellen dat zelfs na een betoging van meer dan 100.000 mensen tegen de slechte voorstellen van de regering de premier nog steeds verstrengingen op tafel durft te leggen, dan kunnen we niet anders dan de druk opvoeren. Het novemberappel, de driedaagse stakingsgolf is een niet mis te verstane waarschuwing van gewone mensen.’
‘Geen gemorrel aan de index. Als het leven duurder wordt, moet het inkomen volgen.’
ACV-voorzitter Ann Vermorgen
Liggen nog steeds op de begrotingstafel: een strengere pensioenregeling, meer flexibiliteit op de werkvloer, strengere aanpak van zieken en miljardensteun aan bedrijven die amper jobs opleveren. Stuk voor stuk lijken ze technisch, maar samen duwen ze de rekening richting wie werkt, zorgt of ziek is.
Pensioenmalus: een boete op een leven vol werk
Samen met andere geplande ingrepen in de pensioenen verliezen volgens berekeningen van de Federale Pensioendienst zo bijna drie op de tien werknemers gemiddeld 318 euro per maand. Zeven op de tien van de getroffen werknemers zijn vrouwen. De maatregel raakt vooral wie deeltijds werkt, een tijd ziek was of voor familie zorgde.
Daarnaast wordt het sowieso moeilijker om vervroegd op pensioen te kunnen. Om daar recht op te hebben, moet je minstens 35 loopbaanjaren aantonen, met voldoende effectief gewerkte dagen. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing haalt bijna de helft van de vrouwen die lat niet. Zelfs wie tot de wettelijke leeftijd blijft werken, is niet helemaal zeker van zijn stuk. De regering beperkt de periodes die meetellen als ‘gelijkgesteld’, zoals ziekte of tijdelijke werkloosheid.
Ook veranderen de regels over hoe lang iemand precies moet werken om volledig recht op pensioen te hebben. Het eerste werkjaar telt voortaan pas als men minstens zes maanden effectief werkte. Volgens cijfers van Sigedis zal tot een kwart van de werknemers door de nieuwe telling minstens een half jaar langer moeten werken dan vandaag gepland.
Flexibiliteit: minder compensatie, mini-jobs dreigen
De regering wil minder vaste roosters en toeslagen. Maar dat betekent minder voorspelbaarheid en zekerheid. Een opvallende maatregel zijn aangepaste regels voor nachtwerk. Vandaag geldt werk tussen twintig uur en zes uur ’s ochtends als nachtarbeid. In het nieuwe plan zou enkel werk tussen middernacht en vijf uur nog meetellen. Volgens berekeningen van ACV-Voeding en Diensten verliezen werknemers daardoor tot 615 euro per maand aan premies, in de voedingshandel gemiddeld 434 euro. Samen gaat het om meer dan 170.000 werknemers.
Volgens de FOD Werk hebben nachtwerkers dubbel zoveel kans op gezondheidsproblemen. Premies compenseren dus niet enkel ongemak, maar echte gezondheidsrisico’s. Ook andere maatregelen schuiven in dezelfde richting. Het maximumaantal ‘vrijwillige overuren’ stijgt tot 360 per jaar, en worden minder vaak gecompenseerd met geld of rust. Bij deeltijdse jobs neemt de druk toe om het werk over meer dagen te spreiden. Juridisch kan dat worden geweigerd, maar in de praktijk ligt die keuze zelden bij de werknemer.
In sectoren met veel deeltijdwerk, zoals schoonmaak en handel, verdienen werknemers vaak minder dan 2.000 euro bruto per maand. Voor hen is elke verloren premie voelbaar. Ook de minimale arbeidsduur staat onder druk. Er bestaat volgens experten het risico dat we belanden in een scenario van mini-jobs en nulurencontracten. Werknemers moeten zo dag per dag op zoek naar werk, zonder zekerheid over inkomen of opbouw van sociale rechten.
Langdurig zieken: wantrouwen heerst
De regering werkt aan een nieuw plan om een half miljoen langdurig zieken sneller te ‘activeren’. Die aanpak moet misbruik tegengaan, maar verschuift de nadruk van begeleiding naar controle. De meeste langdurig zieken willen wél opnieuw aan het werk, maar werkgevers bieden zelden aangepaste taken aan. Wie deeltijds hervat, verliest soms pensioenrechten of een deel van het loon. Wie ziek wordt, heeft in de eerste plaats nood aan herstel en een realistische kans om terug te keren. Dat vergt investeringen in werkbaar werk, niet in nieuwe sancties.
‘Net zoals bij de langdurig werklozen is er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het straffen van langdurig zieken effect heeft’, zegt Maarten Hermans, ACV-expert welzijn op het werk. ‘We moeten daarentegen inzetten op de ware redenen voor uitval en effectieve maatregelen om werknemers te re-integreren in werkbaar werk. De werknemers die met een versleten rug kampen, verdienen beter dan deze huidige politieke profilering op hun al versleten rug.’
Ann Vermorgen: ‘Een rechtvaardige begroting kan perfect. Correctere bijdragen zijn nodig’

In tegenstelling tot wat Bart De Wever beweert zijn er alternatieven. ‘Een correcte bijdrage van vermogen’, zegt ACV-voorzitter Ann Vermorgen, waarbij alle vermogensinkomsten, bijvoorbeeld uit aandelen en huurinkomsten, op een gelijke manier bijdragen als inkomsten uit arbeid.
Daarnaast zijn er correcte sociale bijdragen voor alle statuten nodig. Op basis van 60.000 managementvennootschappen wordt er momenteel al voor 1,7 miljard aan overheidsinkomsten gemist. Voor de flexijobs gaat het dit jaar nog om 350 miljoen, voor studentenarbeid 688 miljoen.’
Volgens cijfers van de Nationale Bank ontvingen bedrijven in 2022 samen bijna 52 miljard euro aan subsidies en belastingvoordelen. België is daarmee bij de Europese koplopers. Alleen al naar bedrijfskortingen op sociale bijdragen gaat jaarlijks meer dan 10 miljard euro. Dat is ook de besparing waar De Wever naarstig naar op zoek is.
Een correcte inning van belastingen, onder meer van de BTW, zijn ook logische eerste stappen. Deze BTW-kloof, het verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en het geïnde bedrag, is in ons land 4 procentpunt hoger dan het EU-gemiddelde. Die kloof terugbrengen van 11 procent naar 7 procent door striktere controles en procedures zou een meerinkomst van 1.6 miljard euro betekenen. ‘Zo kan de regering nog gigantische efficiëntiewinsten boeken’, aldus Vermorgen.
