Het eenheidsstatuut heeft een lange geschiedenis en is ook vandaag nog work in progress. Al van het begin van de twintigste eeuw werd de sociale bescherming van arbeiders en bedienden verschillend geregeld. Die eersten verrichten zogezegd 'hoofdzakelijk handwerk', terwijl bedienden zogezegd 'hoofdzakelijk hoofdwerk' deden.
Maar al in 1993 oordeelde het toenmalige Arbitragehof, vandaag het Grondwettelijk Hof, dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden discriminerend was.
'Het eenheidsstatuut was de voltooiing van het volgehouden werk van het ACV, vanaf de jaren negentig.'
Marc Leemans
Zo hadden bedienden ruim betere opzegtermijnen bij ontslag, en gold er voor arbeiders een 'carensdag', de eerste dag van ziekte waarvoor arbeiders, in tegenstelling tot bedienden, geen gewaarborgd loon hadden. Toch zou het nog twintig jaar duren, na een nieuwe berisping van het Grondwettelijk Hof, vooraleer er op 26 december 2013 de wet op het eenheidsstatuut kwam. Op 1 januari 2014 trad de wet in werking.
Gemiste deadline
'Dat was de voltooiing van het volgehouden werk van het ACV, vanaf de jaren negentig', herinnert Marc Leemans zich, die in 2012 net ACV-voorzitter geworden was en de onderhandelingen voerde met werkgevers. 'Werkgevers waren al twintig jaar bezig over de onderwaardering van technische beroepen. Maar ze kwamen niet tot het besef dat dit misschien wat te maken had met het feit dat technisch geschoolden vaak in het zwaar benadeelde arbeidersstatuut terechtkwamen.'
Nadat het Grondwettelijk Hof in 2011 opnieuw had geoordeeld dat het verschil in opzegtermijnen en de carensdag een schending van het gelijkheidsbeginsel waren, gaf het de regering twee jaar tijd, tot de zomer van 2013, om met een oplossing te komen. 'Maar de regering kwam er niet uit', aldus Leemans. Terwijl de deadline van het Grondwettelijk Hof naderde.
'Dus moesten wij de regering helpen', gaat Leemans verder. 'Vandaag is het ACV er bijzonder trots op dat het aan de arbeiders eindelijk gelijke opzegtermijnen kon bieden, net als de afschaffing van de carensdag.'
Half afgewerkte werf
Toch had de ACV-voorzitter gehoopt om tien jaar later verder te staan. 'Heel wat deeldossiers blijven nog zonder oplossing. Voor bedienden is er bijvoorbeeld het geringere vakantiegeld, en voor arbeiders met een brutoloon beneden de 3.145 euro per maand wordt het gewaarborgd loon bij ziekte niet gecorrigeerd voor de werkbonus.'
Daar voegt hoofd van de ACV-studiedienst Chris Serroyen nog aan toe dat ook de tijdelijke werkloosheidsregeling vandaag een verschillende aanpak voor arbeiders en bedienden heeft. 'Werkgevers kunnen bij gebrek aan werk arbeiders veel gemakkelijker op tijdelijke werkloosheid zetten dan bedienden.'
Maar vooral in het sectoraal overleg is er nog werk. Daarbij denkt Chris Serroyen in de eerste plaats aan de grote verschillen in aanvullende pensioenen. 'Voor arbeiders worden in de meeste sectoren en bedrijven veel lagere kapitalen opgebouwd. Al is het soms ook omgekeerd.'
Marc Leemans spreekt daarom liever over een 'half eenheidsstatuut'. 'Bij de politiek en werkgevers lijkt de interesse voor een verdere gelijktrekking volledig weg. Ze willen alleen schadeclaims vermijden voor de verschillen in aanvullende pensioenen.'
'Laten we hopen dat we dit dossier de komende jaren een nieuwe boost kunnen geven', besluit hij. 'Op een dag moeten we niet meer spreken van arbeiders of bedienden, maar simpelweg van medewerkers.'
