Werken is voor veel jongeren vandaag al een vanzelfsprekend onderdeel van hun school- en studietijd. Dat werd me nog maar eens duidelijk toen ik onlangs in een school in Maldegem een les van Jong ACV bijwoonde over werken en de arbeidsmarkt. De les vertrok vanuit de leefwereld van de leerlingen. Een logische vraag was dan ook: wie onder jullie werkt al als jobstudent?
Een overgrote meerderheid van de handen ging omhoog.
Al snel bleek dat werken niet hetzelfde is als begrijpen hoe werk(en) georganiseerd is. Veel leerlingen hadden werkervaring, maar weinigen hadden zicht op wat daarachter zit. Wat bijvoorbeeld sociale bijdragen precies zijn. Waarom ze bestaan. Of wat het verschil is tussen werken als student en werken met een regulier arbeidscontract. Wat je niet weet, deert natuurlijk niet meteen – althans zolang alles vlot verloopt en je loon correct wordt uitbetaald.
Doeltreffende truc
Om dat tastbaar te maken, haalde mijn collega Linde een eenvoudige maar bijzonder doeltreffende truc boven. Ze liet een aanwezigheidslijst rondgaan die iedereen moest ondertekenen. Op het eerste gezicht een formaliteit. Tot ze erna vroeg of iemand ook had gelezen wat er op de achterkant stond.
Daarin werd fijntjes vermeld dat wie tekende ermee instemde dat zijn of haar eerste jaarloon integraal zou worden doorgestort aan het ACV. Het deed de leerlingen beseffen dat we het dus niet enkel moeten hebben over inkomen, maar over meer, namelijk over werknemer zijn. En wat dat betekent, weten welke rechten en plichten bij werken horen bijvoorbeeld. Over begrijpen hoe contracten functioneren en hoe je je op de arbeidsmarkt hoort te gedragen.
Mijn terugkeer naar de schoolbanken maakte me duidelijk hoe essentieel het is dat jongeren leren hoe de arbeidsmarkt werkt.
Toen aan bod kwam wat een regulier contract met zich meebrengt – pensioenopbouw, toegang tot werkloosheidsrechten, recht op vakantiegeld en in veel sectoren een eindejaarspremie – zag je iets verschuiven in de klas. Werken werd niet langer alleen bekeken vanuit vandaag, maar ook vanuit later.
Waarom werkgevers kiezen voor studentenwerk
Belangrijk was wat daarop volgde. Leerlingen begonnen niet alleen te begrijpen waarom een regulier contract voor henzelf op langere termijn interessanter kon zijn, maar ook waarom werkgevers zo vaak kiezen voor studentenwerk. Lagere kosten, meer flexibiliteit, minder verplichtingen. Studentenwerk kreeg een bredere invulling. Niet langer enkel als persoonlijke keuze, maar ook als maatschappelijke kwestie. Hoe we als samenleving omgaan met werk en rechten.
Wat mijn terugkeer naar de schoolbanken me duidelijk maakte, is hoe essentieel het is dat jongeren leren hoe de arbeidsmarkt werkt. Niet om hen te sturen in hun keuzes, maar om hen in staat te stellen bewuste keuzes te maken. Werken veronderstelt kennis, van rechten, plichten en verwachtingen.
Werknemer word je niet vanzelf. Je moet het uitgelegd krijgen. Misschien is dat wel de belangrijkste vaststelling. Een faire arbeidsmarkt veronderstelt niet enkel contracten, maar ook een goed begrip. Dat begrip bouw je best al op voor de laatste schoolbel.

