Studentenaula
© Unsplash/ Dom Fou
 

Een beweging van studenten, docenten en medewerkers van studentenvoorzieningen werkt politiserend rond het recht op onderwijs. Ze vonden elkaar in hun verzet tegen de besparingsagenda van Zuhal Demir (N-VA). Dit is het verhaal van hoe die beweging op gang kwam.

Elke Plovie, Opleiding sociaal werk UC Leuven-Limburg
Nele Beel, Opleiding sociaal werk UC Leuven-Limburg
Martine Colpaert, Opleiding sociaal werk UC Leuven-Limburg

Hoewel de plannen voor besparingen op studietoelagen en daarvoor aangescherpte voorwaarden al even op tafel liggen, bewoog er in eerste instantie weinig in het publieke debat. Ook het debat binnen onze opleiding begon stil.

Met een vraag van een student aan een docent. Of ze het al gehoord had dat minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) drastisch zou snijden in de studietoelagen. Met een paar collega’s die elkaar aan het koffieapparaat aanspraken over het feit dat zowat de helft van de klasgroep in de graduaatsopleiding getroffen zou worden.

Hoe kunnen we in een strakker kader de toegankelijkheid én kwaliteit van ons onderwijs kunnen bewaken?

Met grote gevolgen, concluderen ze. In de eerste plaats voor de studenten. Maar ook voor de hogeschool waar elke student telt. En voor het beroep van sociaal werk, een knelpuntberoep waarin we competente en geëngageerde professionals broodnodig hebben. Op een algemene opleidingsvergadering deelden collega’s hun bezorgdheid en verontwaardiging.

Daaruit kwam een beweging op gang waar studenten, docenten en collega’s van de studentenvoorzieningen als bondgenoten politiserend werken rond het recht op onderwijs. Terwijl ook op andere fronten beweging komt.

Tot 30 jaar

In wat volgt nemen we je mee in de maatregelen die voorliggen en de gevolgen, plaatsen we die in een breder politiek en maatschappelijk kader en geven we een inkijk in hoe studenten, docenten en stafmedewerkers van de dienst studentenvoorzieningen bondgenoten werden en samen tot actie kwamen.

In de toelichting van de geplande besparingen belichten we niet alleen de inhoud van de maatregelen, maar ook de gevolgen ervan voor studenten en wat ze betekenen voor onze opleidingen en de manier waarop wij ons onderwijs organiseren. Hoe kunnen we in een strakker kader de toegankelijkheid én kwaliteit van ons onderwijs kunnen bewaken?

Op 23 maart 2026 werd een ontwerp van decreet ingediend over de studietoelagen in het hoger onderwijs. Daarin worden twee beperkende maatregelen voorgesteld. Studenten ouder dan 30 jaar komen niet meer in aanmerking, tenzij ze kunnen aantonen dat het door bijzondere omstandigheden of overmacht onmogelijk was om een opleiding in het hoger onderwijs aan te vatten en af te ronden voor de leeftijdsgrens.

Bovendien moeten studenten minstens 54 studiepunten opnemen, al zijn veel uitzonderingen mogelijk, zoals medische redenen, een functiebeperking, werkstudent zijn, topsport, professionele kunstbeoefening, of uitzonderlijke sociale omstandigheden, bijvoorbeeld als de student mantelzorger is.

Het ontwerp van decreet werd behandeld binnen de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams parlement. Eind mei werd advies gevraagd aan de Raad van State over enkele amendementen, met name een jaar uitstel voor de invoering van het decreet, omdat de instellingen te weinig tijd hebben om invulling te geven aan de uitzonderingscategorieën; over de mogelijke discriminatie tussen beursstudenten en niet beursstudenten met betrekking tot de verwachting om voltijds te studeren; en over de overgangsmaatregelen voor studenten die hun studies al aangevat hebben.

Modeltraject

Met de voorgestelde maatregel wordt verwacht dat studenten voltijds studeren – en daarbij minstens 54 van de 60 studiepunten opnemen, willen ze in aanmerking komen voor een studietoelage. Maar bij de uitzonderingen vallen heel wat kanttekeningen te maken.

Zoveel uitzonderingen wijzen erop dat de nieuwe maatregelen geen goed startpunt zijn. We verwachten dat heel wat studenten immers in de uitzonderingscategorieën passen. Zijn de maatregelen dan nog doeltreffend in het kader van besparingen?

We verwachten dat heel wat studenten in de uitzonderingscategorieën passen. Zijn de maatregelen dan nog doeltreffend in het kader van besparingen?

Daarnaast zal de toepassing van zoveel uitzonderingen voor alle partijen (studenten, instellingen en overheid) een grote administratieve rompslomp met zich meebrengen, terwijl de laatste jaren net bewust is ingezet op vereenvoudiging en automatische toekenning van de studietoelage.

Ook vallen studenten in kwetsbare situaties niet altijd samen met een bepaalde uitzondering. Financiële moeilijkheden staan zelden op zich. Ze gaan vaak samen met verschillende andere onzekere factoren die een modeltraject bemoeilijken. Onzekerheid voor studenten of ze in een bepaalde uitzonderingscategorie vallen, kan studenten ervan weerhouden om studies te starten. Moeten studentenvoorzieningen dan voorschotten geven in onzekere situaties?

Rustige maar zekere voortgang

Door te verwachten dat studenten in moeilijke situaties een modeltraject volgen sluiten we ze uit van het hoger onderwijs. Dat weten we uit ervaring.

Denk maar aan de volgende voorbeelden. Niet alle studenten die langzamer studeren, hebben een erkende functiebeperking. Voor studenten die in het secundair onderwijs niet de juiste vooropleiding kregen of die het Nederlands niet als moedertaal hebben, is studievoortgang soms enkel mogelijk met een rustiger studieprogramma.

We kennen studenten die hun studieprogramma een beetje spreiden, zodat ze jobs kunnen doen om hun studies te bekostigen, maar die misschien niet voldoende werken om in aanmerking te komen voor een uitzondering. Er zijn studenten die gedreven zijn om te studeren, maar opgroeien in een gezin waar geen vertrouwdheid is met hoger onderwijs. Dan hebben de fiere ouders weinig voeling met wat het betekent om te studeren, en als studenten thuiskomen, worden ze mee ingepland om het gezin te ondersteunen, bijvoorbeeld door jongere kinderen op te vangen, of mee te werken in de zaak van de ouders.

Door aan de studietoelagewetgeving extra maatregelen toe te voegen qua studieprogramma en studievoortgang ontnemen we kansen aan heel wat studenten.

We kennen ook studenten die door een moeilijke thuissituatie op hun 18 jaar de stap naar het hoger onderwijs gemist hebben. Zij proberen op latere leeftijd een eerste diploma te halen en staan voor de uitdagende evenwichtsoefening om studeren te combineren met de verantwoordelijkheden van een eigen gezinsleven. De leeftijdsgrens van 30 jaar maakt studeren voor hen onhaalbaar.

Er zijn veel studenten die geconfronteerd worden met verschillende moeilijkheden, maar niet in een vooropgestelde uitzonderingscategorie passen. Studenten die een rustige maar zekere studievoortgang hebben, die groeien door het vertrouwen dat ze krijgen, door aangereikte kansen, door motiverende studiecoaching, door een op maat gemaakt en haalbaar studieprogramma, hebben zekerheid nodig en geen extra drempels.

Door aan de studietoelagewetgeving extra maatregelen toe te voegen qua studieprogramma en studievoortgang ontnemen we kansen aan deze studenten. Ze moeten kiezen voor een studietoelage en dus financiële haalbaarheid of een realistisch studieprogramma, maar het een kan niet zonder het andere. 

In het ontwerp van decreet waren verder geen overgangsmaatregelen opgenomen, nochtans noodzakelijk voor studenten die vandaag al kozen om te studeren onder de huidige spelregels. Zonder overgangsmaatregelen zal een aantal van hen noodgedwongen de studie staken.

Levenslang leren onder druk

Laat ons nu even inzoomen op de andere kant van de medaille, wat betekent dit voor ons onderwijs? Waar we tot nu toe ruimte hadden voor maatwerk – bijvoorbeeld een gespreid traject, instroom in februari of een tijdelijke vermindering van studiepunten – komt die ruimte nu stevig onder druk te staan.

De verhoging van de minimumdrempel naar 54 studiepunten beperkt de speelruimte van opleidingen om trajecten op maat aan te bieden. Voor professioneel en praktijkgericht onderwijs is dat extra uitdagend. Onze opleidingen werken immers met kleine groepen, permanente evaluatie en stages. Dat maakt het pedagogisch vaak onhaalbaar om willekeurig opleidingsonderdelen uit verschillende fases te combineren, zelfs voor gemotiveerde studenten.

Dit dwingt ons om kritisch te kijken naar onze curricula. Hoe kunnen we flexibiliteit en betekenisvolle opbouw van een curriculum in evenwicht houden? Wat betekent extra inzetten op lesopnames of blended learning voor de kwaliteit van ons onderwijs en onze studentenbegeleiding?

We ontmoedigen precies de mensen die we het hardst nodig hebben.

Naast de flexibiliteit staat levenslang leren onder druk. Studietoelagen afschaffen voor 30-plussers, met voorlopig enkel vage, strenge en vooral weinig haalbare uitzonderingsmogelijkheden, raakt aan de kern van wat wij als hogeschool en samenleving nodig hebben: werkenden die zich willen omscholen naar sectoren met grote tekorten, zoals zorg, sociaal werk en onderwijs.

Of laaggeschoolde volwassenen die via een opleiding willen doorstromen naar duurzaam werk, zij-instromers die opnieuw studeren combineren met gezin en job. Net bij deze groepen speelt financiële ondersteuning een cruciale rol om de stap naar hoger onderwijs mogelijk te maken.

Door hen uit te sluiten, wordt levenslang leren afgeremd, nochtans een beleidsprioriteit waar we jarenlang op hebben ingezet. In een arbeidsmarkt die steeds meer nood heeft aan geschoolde professionals in knelpuntsectoren als zorg en onderwijs is dit niet alleen een sociale, maar ook een economische tegenspraak. We ontmoedigen precies de mensen die we het hardst nodig hebben.

De nieuwe regels zullen een toename veroorzaken van studenten om een statuut voor ondersteuningsnoden te verkrijgen, zodat ze hun studietoelage niet verliezen.

Op dit moment staat in de uitzonderingsregels op de 54-studiepuntenmaatregel dat studenten met een statuut daarvan mogen afwijken. Met andere woorden, een student met dyslexie behoudt zijn studietoelage als die minder studiepunten opneemt.

Maar statuten zijn bedoeld om ondersteuningsnoden te erkennen, niet om de toegang tot financiering te verzekeren. In het kader van inclusief hoger onderwijs werken we naar een situatie waarbij studenten steeds minder vaak een statuut moeten aanvragen, omdat de faciliteiten waar ze nood aan hebben, zoals meer examentijd of niet afstraffen voor spelfouten, inclusief aangeboden worden voor alle studenten.

Dat zorgde voor een afname van het aantal studenten dat een statuut aanvroeg. Nu zal deze regel een toename veroorzaken zodat studenten hun studietoelage niet verliezen.

Puzzelen

Niet alleen zal de druk toenemen op de studentenbegeleiders die instaan voor toekenning van statuten en faciliteiten, ook de rol van onze trajectcoaches zal crucialer worden. Zij zullen nog vaker moeten puzzelen om binnen de nieuwe voorwaarden studenten die afwijken van het modeltraject haalbare combinaties te bieden. We riskeren dat de administratieve regels het gesprek over studeerbaarheid en welzijn overschaduwen.

Waarom zou een student die het financieel moeilijker heeft aan strengere voorwaarden moeten voldoen dan kapitaalkrachtige studenten?

Tot slot zetten de geplande besparingen niet alleen onze interne werking onder druk, maar raken ze aan iets fundamenteels, namelijk de democratisering van het hoger onderwijs. Die democratisering ontstond ooit om kansen te creëren voor iedereen, ongeacht achtergrond of omstandigheden. Nu de nood aan langer opgeleide professionals stijgt, dreigt die democratisering afgebouwd te worden.

Studenten moeten hun studiekeuze steeds meer afstemmen op financiële voorwaarden in plaats van op hun talent, hun tempo of hun persoonlijke situatie. Precies dat vormt een bedreiging voor toegankelijkheid en voor onderwijsvrijheid. Waarom zou een student die het financieel moeilijker heeft aan strengere voorwaarden moeten voldoen dan kapitaalkrachtige studenten? Dat leidt tot extra ongelijkheid en een enorm Mattheuseffect.

Een maatschappelijk vraagstuk

Wat op tafel ligt, is meer dan een set van beleidsmaatregelen met, tot op vandaag, algemene en vage regels over de toepassing en afwijkingen. Ja, dat heeft grote gevolgen voor studenten en voor docenten en studentenbegeleiders. Maar dit is voor ons niet louter een individueel probleem.

In essentie is het een maatschappelijke kwestie. We zetten stappen terug in plaats van vooruit in de democratisering van het hoger onderwijs. Dit vraagt om een debat over de maatschappelijke waarde van het hoger onderwijs.

We zetten stappen terug in plaats van vooruit in de democratisering van het hoger onderwijs.

Onze vakgroep Educatie en Samenleving zette dat debat op, in het stadspark van Leuven. We spraken er over hoe jongeren kijken naar het hoger onderwijs en naar de toegankelijkheid van onderwijs als instituut.

Kan dat onderwijs nog een vrije ruimte zijn, als onderdeel van een publieke sfeer, waaraan mensen kunnen deelnemen, los van een contractuele logica? Kan dat onderwijs nog ‘publieke intellectuelen’ opleiden en kritische professionals vormen?

We voelen hoe er vandaag druk wordt uitgeoefend om zo snel mogelijk arbeidskrachten af te leveren die direct inzetbaar zijn in sectoren als wetenschappen, ICT en zorg. Studeren wordt gezien als een investering van de samenleving, waarbij elke vorm van studievertraging extra kost geldt. Dit sluit aan bij een neoliberale logica die studeren reduceert tot iets dat persoonlijk moet opbrengen én van directe meerwaarde moet zijn voor de arbeidsmarkt. Met uitholling van programma’s en diploma’s als gevolg.

Voor ons moet de focus blijven op de vorming van kritische burgers. Uiteraard, diploma’s doen ertoe. Zeker voor studenten in een maatschappelijk kwetsbare positie is dit een ticket naar een duurzame job met een volwaardig inkomen. Sociale mobiliteit blijft belangrijk. En dus blijft het recht op hoger onderwijs essentieel. Alleen wanneer hoger onderwijs toegankelijk is, kunnen wij blijven doen wat hoger onderwijs moet doen: kansen creëren.

Noodgedwongen moeten stoppen

Hoe we tot op vandaag in beweging kwamen tegen de geplande besparingen, leest als een proces van politiserend handelen. Dit proces is nog volop aan de gang, maar we kunnen hier al de essentiële elementen ervan beschrijven. Om te beginnen werd van bij de start sterk ingezet op dossieropbouw. B

innen hogeschool UCLL rekenden collega’s van de dienst onderwijs en studenten uit wat de gevolgen van de geplande maatregelen zijn voor studenten, opleidingen en voor de hogeschool. Collega’s met stevige expertise in de begeleiding van studenten kunnen als geen ander inschatten wat de concrete gevolgen zijn van de uitzonderingsregels. Ze bundelden hun kennis en deelden die op diverse fora met studenten, collega’s en beleidsmakers.

Studenten en docenten van de campus Sociale School Heverlee vonden elkaar al snel vanuit een gedeelde verontwaardiging. Ze vergaderden over mogelijke acties, bereidden een debat voor en mobiliseerden voor opkomsten en betogingen. Waar anders boterhammen werden gegeten, lagen nu kartonnen borden, verf en borstels.

Tijdens het schilderen kwamen verhalen boven over het noodgedwongen moeten stoppen met studeren als de regels werkelijkheid worden. Geen ver-van-mijn-bedshow maar de realiteit. Er kwam een whatsappgroepje met collega’s en sympathisanten uit Leuven en een interne online omgeving om info te delen over acties en maatregelen. Foto’s en nieuws worden er gedeeld. Zo blijven bondgenoten elkaar inhoudelijk voeden. Met een petitie zochten we contact met andere instellingen van het hoger onderwijs. Want dit raakt ieder van ons.

Verandering opeisen

De eerste groep van bondgenoten opereerde voornamelijk ten persoonlijke titel of in hun rol van ‘medewerker van X’ of ‘student aan Y’, niet vanuit een formele dienst of instituut. Het was niet ‘de’ hogeschool, ‘de’ universiteit’ of ‘de’ dienst studentenvoorzieningen die sprak. Ze vonden elkaar als informele actoren, vanuit een gedeelde bezorgdheid, bundelden krachten door expertise en netwerk samen te leggen.

Studenten uit verschillende instellingen en steden organiseerden zich en voeren nog steeds actie, van plaatselijke kleinere initiatieven, zoals samen studeren in stil protest, tot grotere collectieve acties, zoals een dag met demonstraties in alle studentensteden of massaal aanwezig zijn bij de decreetbesprekingen in het Vlaams parlement.

Waar de ene groep kiest om in gesprek te blijven en bruggen niet wil verbranden, kan de andere groep vrijuit spreken.

Om de kwestie zichtbaar te maken voor een breder publiek, zetten we diverse acties op. Met een artikel in De Standaard en bijhorende petities wilden we laten zien dat dit het hele hoger onderwijs raakt. Een actie op Instagram bracht reële verhalen van mensen in beeld die studievertraging hadden opgelopen en het ‘toch nog’ gemaakt hebben in het leven.

Studenten vertelden wat de maatregelen concreet voor hen beteken. Bij diverse debatavonden willen we inhoudelijk informeren en in gesprek gaan over de plannen. Andere groepen namen eveneens initiatief om petities te starten, zoals protestcollectief Studenten in Actie.

Tijdens een opkomst in diverse steden op 22 maart en een nationale betoging op 7 mei kwamen studenten en medestanders op straat om verandering te eisen. Door de mix van strategieën verlopen de acties soms versnipperd, zo lopen er drie verschillende petities. Dat vraagt een extra inspanning om zichtbaarheid te geven aan de problematiek en om impact te hebben op het beleid.

Naast deze bondgenoten en ‘publieke’ strategieën gaan andere partners parallel aan de slag om via een andere weg tot verandering te komen. Interuniversitair overlegorgaan VLIR, de Vlaamse Hogescholenraad Vlohra en de Vlaams Vereniging voor Studenten (VVS) kozen voor rechtstreekse communicatie met de minister en haar kabinet.

Dat twee sets van bondgenoten naast elkaar opereren is niet uitzonderlijk. Waar de ene groep kiest om in gesprek te blijven en bruggen niet wil verbranden, kan de andere groep vrijuit spreken.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Regering schrapt in gelijkstelling landingsbanen ondanks...

Net voor het jaarlijkse zomerreces schrapte de arizonaregering in het aantal gelijkgestelde periodes voor het pensioen voor werknemers....
   12 augustus 2026

‘In de klas zie je waar er oorlog woedt’

Van wc’s ontstoppen tot een kind in crisis kalmeren: schooldirecteur Maya* moet iedere dag weer de handen uit de mouwen steken om de schooldag...
   22 juli 2026

Monitoringcomité bevestigt: begrotingstekort loopt verder...

Het Monitoringcomité verwacht dat de begroting de komende jaren nog verder zal ontsporen dan tot nu toe geschat. Uit het meest recente rapport...
   07 juli 2026

'Terugverdieneffecten' plaveien weg naar begrotingstekort

De regering-De Wever voert ingrijpende maatregelen door om het Belgische begrotingstekort te beperken. In haar oorspronkelijke begrotingstabellen...
   01 juli 2026