Een nieuwe ontwerprichtlijn zou vanaf 2027 de invoer of handel van goederen, gemaakt met dwangarbeid, verbieden. Er is nu een akkoord tussen de Europese Commissie, het Parlement en de lidstaten. De richtlijn moet nog formeel goedgekeurd worden door de lidstaten, maar blijkbaar is er minder kans dat het nog zou mislopen, dan vorige week, toen jaren werk aan een zorgplichtrichtlijn in een klap kelderde.
Of de nieuwe richtlijn ook de situatie op sommige cacaoplantages in Afrika kan vatten, zal afhangen van de criteria die zullen gelden.
De inspiratie voor de nieuwe richtlijn is vooral de onderdrukking van Oeigoeren en de dwangarbeid in de Xinjiang-regio in China. Ze zou dus gericht zijn tegen regio’s waar veel gewerkt wordt met vormen van dwangarbeid, zoals ook de katoenpluk in Kazachstan.
Update 28 maart
Of de richtlijn ook de situatie op sommige cacaoplantages in Afrika, of de kledingproductie in Aziatische landen kan vatten, zal afhangen van de wijze waarop ze operationeel gemaakt wordt. Welke criteria zullen gelden? Welke bewijzen moeten geleverd worden?
Ondernemingsaansprakelijkheid blijft nodig
Dit kan dus een belangrijk instrument worden. Voor de aanpak van de problematiek kan de samenwerking tussen de Internationale Arbeidsorganisatie en de Europese Unie een meerwaarde zijn. Samen met de ngo Anti-Slavery beschikt de IAO alvast over bijzonder veel feitenkennis over gedwongen arbeid.
Maar de gestrande Europese zorgplichtrichtlijn zou ook meer verantwoordelijkheid bij ondernemingen gelegd hebben. Dat is uitgerekend het zwakke punt waarmee de IAO kampt, de verantwoordelijkheid en eventueel aansprakelijkheid van ondernemingen.
De dubbele pijler, die zowel lidstaten als ondernemingen voor hun verantwoordelijkheid plaatst, is nodig om dwangarbeid en moderne slavernij succesvol aan te pakken.

