Zijn strategisch denken en zijn uitstekend gevoel voor timing en positionering, hebben hem daarin geholpen. Ook nu hij premier van België is.
Zo laat De Wever zich niet graag opjagen door de media. Interviews met hem in de schrijvende pers zijn schaars en buiten het parlement zal hij zelden een rechtstreeks debat aangaan met politieke tegenstanders. Hij regisseert zoveel mogelijk zelf het debat en kiest zorgvuldig zijn eigen momenten, zoals de UGent-lezingen van Carl Devos aan het begin van het academisch jaar of een optreden voor de Grandes Conférences Catholiques in de Brusselse Bozar. Naar sociale media stuurt hij zijn kat.
Ook zijn publicaties timet hij perfect. In 2019 presenteerde hij in Over identiteit zijn visie op een ‘inclusief nationalisme’. In 2022 belichtte de partijvoorzitter zijn conservatisme in Over woke. In het onlangs verschenen Over welvaart zet de premier het economisch liberalisme van de N-VA dik in de verf. De drie publicaties vormen een interessant drieluik. Met als voornaamste ingrediënten nationalisme, conservatisme en economisch liberalisme, geven ze een helder overzicht van het ideologisch-politiek denken van de N-VA.
Jean-Luc Dehaene
Niet toevallig maakt De Wever in Over welvaart een bruggetje naar zijn andere boeken: ‘Zoals ik eerder beschreef in Over identiteit en Over woke, werd in het Westen het idee van een gedeelde identiteit ondergraven door het postmodernisme. Daardoor verzwakte het gevoel van samenhorigheid, en daarmee ook de vanzelfsprekendheid van wederzijdse steun.’
Dat postmodernisme brengt nu ook onze welvaart in het gedrang, omdat ‘handel wordt gewantrouwd, regels verstikken en herverdeling het enige dogma is’. Wie onze welvaart wil redden, moet volgens De Wever op twee fronten werken: enerzijds de welvaartsgroei opnieuw aanwakkeren, anderzijds de overheid op dieet zetten en efficiënter laten werken.
In dat model krijgt de sociale zekerheid een smaller keurslijf aangemeten. Ze dreigt, zoals Maarten Gerard, hoofd van de ACV-studiedienst, het verwoordde in De Gids op Maatschappelijk Gebied (maart 2026), naar een bijstandsstructuur te verglijden. Van het ‘geïntegreerd systeem van zowel armoedepreventie als van inkomensstabilisering’, dat zowel berust ‘op sociale verzekering als op solidariteit tussen sterkeren en zwakkeren’, waar Jean-Luc Dehaene dertig jaar geleden naar verwees, blijft weinig over.
Dat essentiële dubbelkarakter van de sociale zekerheid – verzekering en solidariteit – ontgaat De Wever grotendeels. Blijkbaar is hij ook vergeten dat onze sociale zekerheid mede tot stand is gekomen door de jarenlange emancipatiestrijd van de brede arbeidersbeweging. Die zorgde uiteindelijk voor een paradigmawissel waardoor een solidaire lotsverbondenheid, na de Tweede Wereldoorlog, in een sociaal pact en een permanente structuur werd vastgelegd.
Dat kan een historicus toch niet ontgaan zijn, indachtig de Latijnse spreuk suavis laborum est praeteritorum memoria (zoet is de herinnering aan voorbije inspanningen).
Vergeefs zoeken naar ‘arbeidersbeweging’ en ‘klimaatopwarming’
‘Die solidaire gemeenschap’, schrijft journalist Jan-Frederik Abbeloos in De Standaard ‘wordt nu ondergeschikt aan de welvaartscreatie.’ (6 februari 2026) Dat is evenmin toevallig gezien De Wevers denkkader waarin ‘de indrukwekkende verbeteringen in levensverwachting, gezondheid en armoedebestrijding niet tot stand kwamen omdat we plots meer zijn gaan herverdelen’.
Deze onjuiste uitspraak – dankzij de sociale zekerheid komt een groot deel van de bevolking wel degelijk op een redelijk welvaartsniveau terecht – vertoont meer verwantschap met fundamentalistische economen zoals Milton Friedman (die hij citeert) dan met het Rijnland-model dat hij beweert te verdedigen, daarbij vergetend dat de Arizona-regering het hierbij horend sociaal overleg naar de coulissen verwijst.
Over welvaart is een politiek pamflet en een assertieve verdediging van het sociaaleconomisch beleid van de Arizona-regering. Daar is niks mis mee, een boeiend pamflet prikkelt de lezer. Probleem hier is dat hij slordig omspringt met weinig onderbouwde stellingen, van andersdenkenden en politieke tegenstanders karikaturen maakt en (bewust of niet) het een en het ander in zijn analyse vergeet.
Het is vergeefs zoeken naar woorden als ‘arbeidersbeweging’ en ‘klimaatopwarming’. De vakbonden krijgen één vermelding. En een serieuze. Van hen ‘die traditioneel de belangen van werknemers verdedigen’ verwacht hij dat ze de hervorming van de werkloosheidsverzekering ‘zouden toejuichen’.
Hippe koffiebars
Wie een andere definitie heeft van ‘welvaart’ of een andere mening heeft over hoe die welvaart tot stand komt, wordt weggezet als een aanhanger van het degrowth-idee: van mensen voor wie ‘onze economie beter uitsluitend zou bestaan uit mensen die vanuit hippe koffiebars e-mails naar elkaar versturen’.
En met de toevoeging dat ‘waar die koffie vandaan komt, wie die teelde, hoe die werd vervoerd, laat staan hoe de laptop werd gebouwd’, kennelijk niet zozeer boeit, zet hij de internationale solidariteitsbeweging en de wereldwinkeliers voor schut.
‘Grondstofontginning en energiewinning werden steeds meer gedemoniseerd, met als gevolg dat we ervoor grotendeels afhankelijk werden van machten buiten het continent die niet bepaald het beste met ons voor hebben’, schrijft De Wever. Waarom riep hij dan onlangs op met Rusland te onderhandelen om de olietoevoer te verzekeren?
Ook wetenschappelijke rapporten over de aantasting van de ecologische draagkracht, die in België de welvaart bedreigen, krijgen weinig aandacht. Met de berekeningen van het Federaal Planbureau houdt De Wever geen rekening in zijn groeimodel. Die cijfers zijn nochtans relevant. Tegen 2050 zou de klimaatschade in België jaarlijks 4 tot 8,5 miljard euro bedragen, bij stijging van respectievelijk 2 en 3 graden Celsius. Dat komt overeen met 2,8 à 5 procent van het bbp, De Wevers graadmeter voor de welvaart.
Terwijl secretaris-generaal van de VN António Guterres benadrukt dat ‘de klimaatchaos versnelt en uitstel fataal is’, schrijft De Wever dat ‘in het Westen economie en ecologie al decennia hand in hand gaan’.
Hij provoceert verder: ‘Grondstofontginning en energiewinning werden steeds meer gedemoniseerd, met als gevolg dat we ervoor grotendeels afhankelijk werden van machten buiten het continent die niet bepaald het beste met ons voor hebben.’ Waarom riep hij dan onlangs op met Rusland te onderhandelen om de olietoevoer te verzekeren en talmt zijn regering om het voorziene windmolenpark in de Noordzee in de steigers te zetten? Over welke demonen heeft hij het dan?
Singapore
Singapore, een stadsstaat die tien jaar geleden nog omschreven werd als ‘de meest verfijnde dictatuur ter wereld’ en ‘Disneyland met de doodstraf’ krijgt wel een inspirerende voorbeeldfunctie toegewezen. De lezer krijgt de raad de memoires te lezen van Lee Kuan Yew (1923–2015) die gedurende meer dan dertig jaar het land met harde hand onder controle hield.
Toen zijn partij bij de verkiezingen van 2011 maar zestig procent van de stemmen (wel 93 procent van de zetels) behaalde, beloofde hij beterschap. Maar een tweede grote politieke partij? ‘Daar geloof ik niet in’, zei Lee. ‘We hebben niet genoeg mensen voor een Team A en een alternatief.’ (De Groene Amsterdammer, 25 maart 2015)
We weten nu welke definitie De Wever aan welvaart en de welvaartsstaat geeft: minder sociale bescherming voor meer economische groei.
‘Voor centristen en socialisten is het alvast wel verhelderend: het kompas van De Wever staat stevig rechts’, schreef Hannes Heynderickx, chef politiek van het Nieuwsblad. Inderdaad, we kennen nu de marsrichting die De Wever de volgende jaren wil inslaan. We weten nu ook welke definitie hij aan welvaart en de welvaartsstaat geeft: minder sociale bescherming voor meer economische groei. In zijn maatschappelijk project is van een meer gelijke welzijnssamenleving weinig sprake. Van de noodzakelijke sociaal-rechtvaardige klimaattransitie evenmin.
Hopelijk zal zijn gedachte dat ‘wie zijn toekomst niet meer durft te plannen, zich laat leiden door kortzichtigheid – en uiteindelijk door anderen’, voor andersdenkenden een actieve aansporing zijn om met een warm alternatief de koude wind weg te blazen die in dit pamflet wordt aangewakkerd.

