Uit een recente VDAB-meting van 5 januari 2026 blijkt dat één op de vijf werklozen die het langst zonder werk zaten, in november 2025 toch werk gevonden hadden. Dat is volgens Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) een bemoedigend resultaat.
De VDAB-meting sterkt de minister in haar overtuiging dat niemand van de circa 62.000 personen die de komende vijftien maanden in Vlaanderen uit de werkloosheid uitgesloten worden, verloren hoeft te zijn voor de arbeidsmarkt. De verwachting van de federale Arizona-regering was dat de duurbeperking van de werkloosheidsuitkering een significante besparing oplevert doordat een derde van een uitkering uitstroomt naar werk.
De verwachting dat een derde van wie een werkloosheidsuitkering verliest, uitstroomt naar werk, is gebaseerd op een RVA-studie naar jongeren in 2012. Die doortrekken naar andere profielen is een brug te ver.
Die stelling van 30 procent uitstroom naar werk is gebaseerd op een RVA-studie uit 2015 na de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering voor jongeren in 2012. Die vaststelling uit 2015 nu doortrekken naar andere profielen is een brug te ver. Het huidige profiel van de langdurig werkzoekenden verschilt sterk van dat van de jongeren. Hun kansen op werk liggen lager.
Het gaat nu voornamelijk om 55-plussers, mensen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidshandicap. Volgens het eigen inschattingsmodel van de VDAB hebben zelfs slechts 13 procent van alle huidige ingeschreven werkzoekenden een kans van een op twee om binnen zes maanden werk te vinden. Ook de Nationale Bank van België schat de kansen op werk somberder in dan de regering in haar recentste economische vooruitzichten. De bank raamt dat slechts 10 à 20 procent uitstroomt naar werk.
Matching-event
De VDAB-meting verdient nog meer nuance. Bij de 616 personen die werk vonden in november, zitten ook jongeren met een reeds in de tijd beperkte inschakelinguitkering. 1.351 werkzoekenden die niet-toeleidbaar zijn naar de arbeidsmarkt, werden dan weer niet meegerekend. Er werd ook niet onderzocht of het om langdurige contracten ging.
Uit recent onderzoek van econoom Philippe Defeyt blijkt namelijk dat veel langdurig werklozen wél gewerkt hebben, zij het in zeer korte periodes. Die korte werkperiodes volstaan niet om deze personen uit de bemiddeling te houden en de rotatie tussen snel (interim)werk en de VDAB te stoppen.
Vandaag blijkt het ultiem aanbod allesbehalve een concrete jobgarantie. Die lege doos zorgt voor ontgoocheling bij langdurig werkzoekenden.
Nochtans zou er een ultiem jobaanbod komen vooraleer uitgesloten werkzoekenden zich moeten wenden tot een OCMW. De federale regering vergat dit concept echter wettelijk te verankeren. En schoof vervolgens de concrete invulling ervan door naar de regio’s.
In Vlaanderen gebeurt dat via het actieplan Vlaanderen Werkt. Dat plan van juli 2025 omschrijft het concept van het ultiem jobaanbod als een ‘realistisch en passend aanbod’ dat zeer breed wordt ingevuld. Het kan gaan om een sollicitatieopdracht, een matching-event, informatie over zelfstandig worden, een opleiding, een leerjob of zelfs deelname aan een jobbeurs. Voor niet-toeleidbaren volstaat zelfs louter informatie of een doorverwijzing. Een concrete vacature, laat staan een volwaardig arbeidscontract met loon, is geen vereiste.
Vandaag blijkt het ultiem aanbod allesbehalve een concrete jobgarantie. Die lege doos zorgt voor ontgoocheling bij langdurig werkzoekenden. Zij vertellen ons dat zij zich kansloos voelen.
Dat is bijzonder schrijnend voor bijna 2.000 wijkwerkers en voor honderden arbeidszorgmedewerkers die ‘arbeidsmatige’ activiteiten uitvoeren. Zij voeren heel wat zinvolle taken uit, zoals deeltijds toezicht houden op scholen, groenonderhoud of logistieke taken. Daarvoor ontvangen ze een toeslag bovenop hun werkloosheidsuitkering. Zonder inkomen zullen ze deze activiteiten noodgedwongen stopzetten en dreigt pure armoede.
Het is nu vooral zaak om te vermijden dat personen zonder statuut in een diepe vergeetput belanden. Veel sociale miserie bij niet-toeleidbaren kan vermeden worden door nu een – al dan niet tijdelijk – statuut te creëren dat continuïteit van inkomen garandeert.
Quota
Een ultiem aanbod is alleen geloofwaardig als het iets concreets inhoudt: inkomenszekerheid, een maatwerkjob, een concreet jobaanbod, een baangarantie in de non-profit of de publieke sector, of het stoppen van de uitkeringsklok tijdens een intensief opleidings- of begeleidingstraject. Dat vraagt om engagement, middelen, en meer aandacht voor dé ontbrekende schakel in het actieplan Vlaanderen Werkt: de responsabilisering van de werkgevers.
Om jobkansen te verhogen, zijn vooral extra volwaardige jobs op maat nodig. Het groeipad van 1.600 plaatsen in collectief maatwerk tegen het einde van deze legislatuur is uiteraard een goede zaak maar volstaat niet. Het huidige volume van 6.900 toegekende loonpremies en slechts 1.000 loon- en begeleidingspremies binnen individueel maatwerk, bedoeld voor meer jobs op maat in de reguliere economie, volstaat evenmin. De behoeften zijn vele malen groter.
In Duitsland of Tsjechië zijn werkgevers verplicht om personen met een arbeidshandicap en gelijkgestelde personen in dienst te nemen volgens een vastgesteld quotum.
Er is het plan van minister van Sociale Economie Hilde Crevits (cd&v) om de toegang tot maatwerk te vergroten, maar daardoor zal de groep rechthebbenden verder toenemen terwijl nu al circa 9.000 rechthebbende werkzoekenden wachten op maatwerk.
Als er niet dringend meer aangepaste jobs komen, zijn wettelijke verplichtingen zoals in Duitsland of Tsjechië een valabel alternatief. In beide landen zijn werkgevers verplicht om personen met een arbeidshandicap en gelijkgestelde personen in dienst te nemen volgens een vastgesteld quotum. Bij niet-naleving volgen financiële sancties.
In overheidsopdrachten kunnen dergelijke quota makkelijk worden opgenomen of versterkt. Dat zijn geen radicale ideeën, maar een rechtvaardige hefboom voor meer jobs op maat.
Basisbaan
Heel wat langdurig werkzoekenden volgen vaak intensieve opleidings- en begeleidingstrajecten naar werk, zoals een individuele beroepsopleiding (IBO). Deze trajecten duren soms langer dan de resterende uitkeringsperiode. Sommigen zullen dit jaar al het bericht krijgen dat de uitkering afloopt, voordat een opleiding of stage is afgerond.
We vrezen dat mensen die heel wat aantoonbare stappen richting werk zetten, daardoor hun traject moeten stopzetten. Een tijdelijke opschorting van de uitkeringsklok is hier een rechtvaardige en voor de hand liggende oplossing. De huidige impasse waarin het ultieme jobaanbod zit, toont aan dat het probleem vooral ligt in de manier waarop de arbeidsmarkt mensen benadert.
Daarom verdient het idee van een basisbaan of een jobgarantie een hernieuwde en ernstige politieke kans om het recht op werk concreet te maken. Niet als laatste redmiddel, maar als ultiem aanbod voor wie ondanks aantoonbare inspanningen geen passend werk vindt. Zonder concretisering blijft het ultiem aanbod een laatste stap richting uitsluiting. Met een jobgarantie zorgt het voor participatie.

