Aan de vooravond van 1 mei kwam MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez met het begrip ‘nep-zieken’ op de proppen. ‘Waarom zijn er zo veel nep-zieken? Omdat het in dit land zo ingewikkeld is om iemand te ontslaan’, stelde hij in Het Laatste Nieuws.
Twee dingen kloppen daar niet aan.
Volgens de maatstaf van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) behoren Tsjechië, Nederland, Portugal en Italië in de meest recente meting tot de landen met de strengste ontslagregelgeving. België behoort daar niet toe.
Volgens de OESO hebben Tsjechië, Nederland, Portugal en Italië de strengste ontslagregelgeving. België behoort daar niet toe.
Bovendien heeft Nederland met aantoonbaar strengere ontslagregels dan België geen vergelijkbaar probleem van langdurige arbeidsongeschiktheid. Als ontslagbescherming inderdaad de oorzaak was, zou je dat patroon ook bij onze noorderburen moeten zien. Dat is niet zo.
Werkoorzaken
Wel wijzen officiële instanties als het Riziv en de Nationale Bank van België naar vergrijzing, de toenemende arbeidsmarktparticipatie van vrouwen op hogere leeftijd en de toename van psychosociale en musculoskeletale aandoeningen als verklaringen voor het hoge aantal langdurig zieken.
Eerder deze maand toonden nieuwe cijfers nog dat het aantal werknemers en zelfstandigen dat langdurig ziek is – dat betekent langer dan een jaar – weer tot een recordhoogte steeg.
Volgens Riziv-cijfers kampt 36,9 procent van alle langdurig zieken met een psychosociale aandoening. Twee derde van die groep heeft een depressie of burn-out.
Dat het werk daarin een doorslaggevende rol speelt, bevestigt onderzoek van CM. 56 procent van de langdurig zieken geeft aan dat hun job mee verantwoordelijk is voor hun uitval, bij mensen met burn-out loopt dat op tot 90 procent. Mensen vallen dus niet uit omdat ontslaan moeilijk is, wel omdat ze onderdoor gaan aan hun werk.
‘Nepzieken’
Toch plakt Bouchez het etiket ‘nep’ op wie langdurig ziek thuiszit. Dat doet hij vanuit een bijzonder comfortabele positie. Onlangs bracht Sudinfo nog naar buiten dat de MR-voorzitter in 2024 onder meer 40.800 euro bruto senaatsvergoeding kreeg, voor deelname aan twee van de 64 stemmingen, nul mondelinge tussenkomsten en één schriftelijke vraag.
Bouchez geeft aan dat hij die vergoeding voor zijn nep-mandaat wel doorstortte naar de partijkas van MR.

