Op 18 mei publiceerde de VRT haar ‘foto van Vlaanderen’, een jaarlijks opinieonderzoek sinds 2009 naar belangrijke maatschappelijke thema’s in Vlaanderen. In De Afspraak beschuldigde filosoof Maarten Boudry de VRT ervan het gebrek aan tolerantie bij moslims en mensen met migratieachtergrond weg te moffelen.
Het lijkt me weinig zinvol om verder in te gaan op de moedwillige polarisatie of de gebrekkige kennis van survey-onderzoek, maar het werd dus een mediarel. Iedereen kon hun bestaande vooroordelen herhalen, de openbare omroep kon gebasht worden, en de krantenpagina’s werden gevuld. Een nieuwscyclus als een ander kortom.
Te weinig moslims
Interessanter is waarom dit een rel werd. Ik vrees dat de VRT daarbij ook naar zichzelf moet kijken. Wanneer je cijfers brengt over een gevoelig thema, zoals de steun voor diversiteit en mensenrechten, zorg je maar beter dat je volle transparantie geeft over wat er in je data zit en welke conclusies daaruit getrokken worden.
We moesten wachten tot na de rel, en op een oproep van Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA), alvorens de achterliggende data werden gepubliceerd. Wat blijkt, in de steekproef zitten simpelweg te weinig moslims en mensen met migratieachtergrond om over die bevolkingsgroepen ook maar iets te kunnen zeggen.
We hebben in België niet de gewoonte om bij opinieonderzoeken in opdracht van nieuwsredacties transparant te zijn over de methodologie.
Dat brengt ons bij het bredere probleem, want dit is geen aberratie van de VRT, maar net de norm. We hebben in België niet de gewoonte om bij opinieonderzoeken in opdracht van nieuwsredacties transparant te zijn over de methodologie.
Survey-onderzoek bevat onzekerheidsmarges en vereist context. Dat is geen technisch detail voor het uitvoerend onderzoeksbureau, maar een essentieel deel van het verhaal dat de lezer of kijker moet weten.
In andere landen is het wél de gewoonte om de volledige data en methodologie te publiceren bij dit soort onderzoeken. Hetzelfde zie je in peilingen voor verkiezingen en politieke pop-polls. Bij De Stem van Vlaanderen, tijdens de verkiezingscampagne, niet toevallig in samenwerking met universiteiten, gebeurt dat wel. Maar dat is eerder de uitzondering die de regel bevestigt.
Wij moeten het vaak doen met enkele vlot leesbare grafieken en mogen al blij zijn dat de foutenmarge wordt meegegeven. Dus voeden we enkel de steekvlam, zonder tot nuttige inzichten te komen. Met data kun je bijna alles insinueren, afhankelijk van welke variabelen je selecteert en welke groepen je vergelijkt. Exact daarom bestaan methodologie, peer review en academische expertise.
Evidence-based
Natuurlijk kunnen we van nieuwsredacties niet verwachten dat ze dezelfde rigoureuze en tijdsintensieve methoden gebruiken als academische instellingen. Maar, en dat is het tweede pijnpunt, de ironie is dat dit allemaal gebeurt terwijl net die kennisinfrastructuur systematisch wordt uitgehold.
Terwijl politici roepen om meer evidence-based beleid, wordt het ‘primaat van politiek’ en dus ideologie dominanter ten koste van wetenschap. Onderzoeksgelden worden wederom teruggeschroefd, universiteiten moeten nog maar eens miljoenen besparen, nadat ze sinds 2008 al zo’n 350 miljoen euro bespaarden en hoewel de student-staf-ratio blijft stijgen. Beleidsgericht onderzoek verliest steeds meer financieringskanalen, omdat overheden in besparingsmodus zijn.
Tot slot, heeft Maarten Boudry een punt? Op basis van onderzoek naar burgerschap en tolerantie bij Vlaamse adolescenten vond mijn collega Linde Stals (KU Leuven) dat gelovigere adolescenten inderdaad minder tolerant zijn, moslimjongens maar ook christenen. Religieus fundamentalisme, eerder dan denominatie, doet ertoe.
De data van dit onderzoek zijn helaas al tien jaar oud. Het financieringskanaal voor dit specifieke burgerschapsonderzoek werd stopgezet.

