My Dewilde werkt al sinds 1999 voor het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Limburg. Ze coacht een team vrijwilligers die de cliënten helpen die bij het ocmw of het CAW in begeleiding zijn. ‘Onze vrijwilligers nemen uiteraard de rol van de hulpverleners niet over, maar ze kunnen hun taken verlichten en geven de cliënten een extra steuntje. Ze bieden een luisterend oor of gaan mee met de cliënt als die zich bij allerlei diensten moet melden.’
Daarmee raakt My ineens een pijnpunt die de sociaal werker in zijn of haar dagelijkse praktijk ervaart: te weinig tijd om mensen te helpen. ‘Vrijwilligers zijn een heel dankbare aanvulling, want alleen krijgen de sociaal werkers het niet gedaan. Alles moet efficiënter, sneller, maar tegelijk wordt de administratieve last wel opgevoerd: te veel tijd gaat noodgedwongen naar registratie en aantonen dat we nuttig zijn. Terwijl je met je cliënten wil bezig zijn. Een beetje tijd om een band met hen te ontwikkelen en vertrouwen te winnen is belangrijk. Maar de druk is zo hoog. Besparingen hebben onze teams kleiner gemaakt en het aantal mensen dat op ons een beroep doet is er niet minder op geworden.’
My verwijst naar de besparingsijver van minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) en de Vlaamse regering, waardoor heel wat instellingen en organisaties sinds het sinds 2020 met minder personeel moeten doen. Dat komt de kwaliteit van hun werking niet ten goede, vindt My: ‘De wachtlijsten zijn lang, en je wil zoveel mogelijk mensen snel helpen. Dat maakt dat we bijvoorbeeld minder kunnen investeren in nazorg.’

