Bij winterse temperaturen voorziet de wetgeving regels die werknemers moet beschermen. Je werkgever moet voorkomende maatregelen nemen, zodat actiewaarden bij koud weer niet overschreden worden. Belangrijk is dat de actiewaarden vooral bepaald zijn om je gezondheid te beschermen, maar deze niet noodzakelijk een comfortabele werkplek verzekeren. Ook dat is een taak voor je werkgever, om te zorgen dat je comfortabel je taak kunt uitvoeren.
Om te bepalen wanneer het te koud is om te werken, moet je rekening houden met de temperatuur van de werkplek – gemeten met een gewone thermometer – en met de fysieke werkbelasting. Wanneer je een rustige, zittende activiteit uitvoert, moet het dus warmer zijn dan wanneer je zwaar, fysiek werk verricht. Wanneer het kouder is dan de toegelaten waarden moet de werkgever maatregelen nemen. Dat kan gaan van aangepaste werkzaamheden of werktijden, tot beschermende kledij en gratis warme dranken.
De wetgeving maakt bovendien een onderscheid tussen koude werkomgevingen van technische aard – bijvoorbeeld wanneer je in een koelcel aan de slag bent – en van meteorologische aard – wanneer je op een open werkplek of buiten werkt. Afhankelijk daarvan moet de werkgever andere voorzorgen nemen.
Woon-werkverkeer
Anders is het wanneer het om de verplaatsing van en naar het werk aankomt. Wanneer het winterse weer ruim op voorhand is aangekondigd, dan heb je als werknemer de plicht om zelf je voorzorgen te nemen om tijdig op het werk te geraken. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld files door het winterse weer had kunnen voorzien en daarom vroeger dan gewoonlijk zou moeten vertrekken.
Ben je echter op tijd aan je woon-werktraject begonnen en geraak je toch niet of niet tijdig op het werk, dan geldt dit als werktijd. Ook in het geval van een onvoorziene gebeurtenis – wanneer je wagen niet wil starten bijvoorbeeld of je trein of bus afgeschaft is – ben je als werknemer gedekt.
Meer info: www.hetacv.be/je-rechten
