‘Helaas is de inspectiecapaciteit zeer beperkt’, vertelt Kris Van Eyck, expert welzijn op het werk bij het ACV. ‘Slechts eens om de tientallen jaren hoeft een werkplek zich aan controle te verwachten.’ Er is nog veel werk aan de winkel. ‘Wie al eens gepraat met de nabestaanden van iemand die nooit is teruggekeerd van zijn werkplek, weet hoe hard zo’n drama erin hakt.’
De wetgeving veiligheid en welzijn op het werk is uitgebreid en biedt een goed antwoord op de meeste risico’s, maar krijgt in de praktijk niet altijd navolging. Om de toepassing ervan te verzekeren, is er bewustzijn nodig bij werkgevers en werknemers, en controle.
Een van de oplossingen is het aantal inspecteurs te vergroten, al is dat alleen niet genoeg. ‘Momenteel zijn er zo’n 77 voltijdse inspecteurs beschikbaar om op de werkvloer de veiligheid van 4 miljoen werknemers te controleren in ons land’, weet Van Eyck. ‘En dat op zo’n 295 000 vestigingsplaatsen. Die menskracht moet minstens verdubbeld worden.’
Natuurlijk is controle alleen niet voldoende. ‘Het sanctiemechanisme moet veel zwaarder. Zeker voor risicosectoren is het belangrijk dat aan ernstige overtredingen snel gevolg wordt gegeven met onmiddellijke boetes. Tegelijk is het van ontzettend belang dat we nog veel meer inzetten op preventie en opleiding. Zeker ook omdat er veel meer flexibiliteit is dan vroeger: buitenlandse werknemers die niet dezelfde veiligheidsopleidingen hebben genoten komen de werkvloer versterken, mensen zonder ervaring of ernstige opleiding stromen in, er kan letterlijke spraakverwarring zijn op de werkvloer… We moeten risico’s zo veel mogelijk uitsluiten. Dat kan alleen door de regelgeving die er is zoveel mogelijk af te dwingen en zo een mentaliteitswijziging te bekomen. Ook werknemersvertegenwoordiging op de werkvloer kan hier in hoge mate toe bijdragen.’

