Goedgeluimd sprak minister-president Jan Jambon (N-VA) op maandag 27 september het Vlaamse parlement toe. Die Septemberverklaring opent traditioneel het parlementaire jaar en onthult de grote lijnen van de begroting van de Vlaamse regering. ‘Het gaat écht goed met Vlaanderen’, bezwoer hij. Zowel de verwachte economische groei als de hoge tewerkstelling stemmen de Vlaamse regering optimistisch.
Toch ligt er een resem besparingen in het verschiet, want ‘de coronacrisis heeft een gat in de begroting geslagen.’ Al mogen die de relance niet fnuiken, klonk het. Tegen het einde van de legislatuur wil de regering het structurele tekort van 1,8 miljard euro halveren, met de bedoeling om vanaf 2027 een begrotingsevenwicht te hebben.
"Het blijft vaag waar ze 900 miljoen euro gaan vinden."
Ann Vermorgen
‘Er moet deze legislatuur dus nog 900 miljoen euro gevonden worden’, maakt Ann Vermorgen, nationaal secretaris van het ACV, de rekening. ‘Waar gaan ze die halen? Dat blijft heel vaag. Minister van onderwijs Ben Weyts (N-VA) voert een besparing door van 100 miljoen euro, maar het is totaal nog niet duidelijk hoe of waar.’
Huisje-tuintje-poetshulp
Toch wil Vermorgen enkele positieve elementen uit de Septemberverklaring niet geringschatten. Zo verlaagde de regering de registratierechten voor de aankoop van een eigen woning van zes naar drie procent. Wie al een woning heeft, zal daarentegen meer moeten betalen bij aankoop van een extra woning.
‘Voor veel mensen die een huis willen kopen en de prijzen zien stijgen, zeker jongeren, maakt dit hopelijk een verschil. Bovendien is het logisch dat wie een tweede of derde woning heeft, meer betaalt. Maar het is een gemiste kans om een progressief tarief op de aankoopsom in te voeren. Bovendien is het niet voldoende om huurders of mensen die het zwakst staan op de huizenmarkt de kans op een woning te garanderen.’
Speculaties over duurdere dienstencheques of het afvoeren van de jobbonus — een belofte uit het regeerakkoord die werknemers met een laag inkomen een hoger nettoloon moet bieden, maar waarvan experten de effectiviteit in twijfel trekken — bleken onwaar. De regering doet exact het tegenovergestelde. Ze houdt vast aan de jobbonus en investeert bijkomend 40 miljoen euro in de dienstenchequesector. ‘Wij hopen dat dat geld niet integraal naar de bedrijven gaat en dat ook poetshulpen een graantje meepikken’, aldus Vermorgen.
Besparingen in de kinderbijslag
Voor professor sociaal beleid aan de KU Leuven Wim Van Lancker is de consistentie in de aangekondigde maatregelen ver zoek: ‘De doelgroepenkorting om oudere werknemers aan te werven, wordt teruggeschroefd – een logische keuze, want we weten ondertussen dat dit soort lastenverlagingen niet effectief is om aanwervingen te stimuleren – maar men vervangt die door een gelijkaardige maatregel, de jobbonus.’
Over die jobbonus bestaat bovendien nog veel onduidelijkheid, zegt Ann Vermorgen: ‘Dat verloopt erg chaotisch. We weten nog niet eens of de beloofde 50 euro per maand fiscaal vrijgesteld is. Het lijkt mij onmogelijk dat ze nog dit jaar ingevoerd kan worden.’
"Als je kinderarmoede echt belangrijk vindt, ga je niet op die posten besparen."
Ann Vermorgen
‘Daartegenover’, vervolgt Van Lancker, ‘bespaart men in de kinderbijslag, terwijl dat wél helpt tegen armoede. De sociale toelagen, zo’n 50 euro per kind per maand, worden volledig geïndexeerd, maar het grootste deel, het basisbedrag van maandelijks 167 euro per kind, slechts voor de helft. Dat heeft dus nog steeds een groot effect, zeker voor de laagste inkomens.’
‘Als je kinderarmoede echt belangrijk vindt, ga je niet op die posten besparen’, beaamt Vermorgen.
Volgens Van Lancker schuilt hierin een belangrijke les: ‘Sinds de kinderbijslag uit de sociale zekerheid is gehaald en naar Vlaanderen is gegaan, is het veel gemakkelijker om erop te besparen.’
Voor de mondige middenklasse
‘Elke minister heeft ergens een inspanning moeten leveren en zo komt dit geheel tot stand’, vat Vermorgen samen. ‘Maar dit gaat niet over wat de samenleving nodig heeft. Aan adviezen van sociale partners en experten voor een beter beleid nochtans geen gebrek.’
Niettemin ontwaart professor Van Lancker een duidelijk mens- en maatschappijbeeld: ‘De regering richt zich vooral op middeninkomens. Men zegt altijd dat men armoede zo erg vindt, maar als puntje bij paaltje komt, wil men vooral niet de indruk geven aan de grote, mondige middengroep in de samenleving dat hen iets wordt afgepakt.’

