Hormoonverstoorders vind je onder meer in parfums, cosmetica, hygiëneproducten, verven en coatings. Maar die stoffen zitten dus ook in poetsproducten, wat risico’s inhoudt voor wie er veelvuldig mee in contact komt. ‘Huishoudhulpen hebben ook geen keuze in welke producten ze gebruiken’, stelt Vanautgaerden. ‘De cliënt levert die immers aan. Zowel de werknemer als de werkgever hebben hier geen impact op.’
Het grote probleem is dat de fabrikanten niet verplicht zijn om de stoffen in hun product te vermelden. Pas wanneer een stof 0,1% van een product uitmaakt, moeten ze dat doen. Het ACV ijvert daarom voor een duidelijker etiket en een gevarendriehoek. ‘Dat is een eerste stap die nu op Europees niveau wordt uitgewerkt. Daarna is het aan onze overheid om nationale regelgeving uit te werken en een preventiebeleid op poten te zetten.’
De arbeidssituatie van een huishoudhulp helpt de zaak ook niet. ‘Stel dat een huishoudhulp weigert om met enkele producten te werken, dan heeft die een probleem. Je kunt ook geen controles uitvoeren, want een inspectieteam kan niet zomaar de woning en dus de privésfeer van cliënten binnenvallen.’
Daarom wil het ACV vooral inzetten op bewustmaking en productkennis. ‘We gaan momenteel te achteloos om met onderhoudsproducten. Een opleiding voor huishoudhulpen om de nodige productkennis op te bouwen kan hier zeker bij helpen. Wil je alle risico’s uitsluiten, neem dan een natuurlijk middel als azijn. Dat is veilig en efficiënt.’

