De werknemer uit de bouwsector die werd ontslagen terwijl hij met ouderschapsverlof was en net adoptieverlof had genomen werd afgelopen week in het gelijk gesteld door de arbeidsrechtbank van Brussel. De rechtbank erkent zowel de niet-naleving van de bescherming in het kader van ouderschapsverlof als een discriminatie op grond van vaderschap en adoptie.
Mentaliteitswijziging
‘We zijn zeer blij met deze uitspraak’ zegt Marte Billen van ACV Gender. ‘Mannen nemen nog steeds minder ouderschapsverlof op en ervaren regelmatig druk en stigmatisering op het werk wanneer zij dit wel doen. Daarom is dit een belangrijk precedent, al is er een verdere mentaliteitswijziging nodig.’
‘Vaders maken slechts 38 procent uit van mensen die ouderschapsverlof opnemen.’
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, benadrukt eveneens de symbolische waarde van de uitspraak. ‘Door te bevestigen dat de bescherming tegen discriminatie volledig van toepassing is voor vaders, draagt het vonnis bij aan de bevordering van echte gelijkheid tussen vrouwen en mannen op het vlak van gezinsverantwoordelijkheden. In een tijd waar vaders nog steeds maar 38 procent uitmaken van de mensen die ouderschapsverlof opnemen, is dit een essentieel signaal om gewoontes en de mentaliteit te veranderen.’
Financiële drempels
Billen wijst er eveneens op dat niet alleen de kijk op ouderschapsverlof een grote rol speelt in die ongelijke opname. ‘Het opnemen van zorgverlof gaat altijd gepaard met een loonverlies. Uitkeringen liggen immers altijd lager dan het loon. Door de loonkloof zijn het vaker vrouwen die het laagste loon hebben binnen het koppel. Daardoor is het vaak een financiële keuze, waardoor de vrouw haar werk vermindert in functie van de zorg en de man fulltime blijft werken, omdat ze het loonverlies anders niet kunnen opvangen.’
Volgens de genderexperte kunnen hogere uitkeringen soelaas bieden. ‘Door de vergoeding van ouderschapsverlof op te trekken, wordt het voor koppels financieel haalbaar om de zorgtaken evenwichtiger te verdelen.’

