Op een dag in 2025 post de schoonzus van Andrii Syliuk (36) een emotioneel Facebookbericht dat vele harten beroert. Haar man, Andrii’s broer, is op dat moment tegen Poetin aan het vechten. Maar het is Andrii die zijn been heeft verloren. Het drama gebeurde niet in de Donetsk maar op een werf in de haven van Antwerpen. En omdat zijn Poolse werkgever de handen in de lucht steekt, zit Andrii niet alleen zonder inkomen maar dreigt hij ook nog eens dakloos te worden.
Het verhaal van Andrii Syliuk, opgegroeid in het Oekraïnse Lusk als kind van een bouwvakker en fabrieksarbeidster, doet het koudste bloed koken. Via werven en fabrieken in zijn thuisland, in Polen en Duitsland belandt hij in de zomer van 2024 in loondienst van een Pools bedrijf in de haven van Antwerpen. Zo wordt hij een van de meer dan 50.000 ‘gedetacheerde’ werknemers in de bouwsector in ons land: met een contract van daar, en onder de sociale zekerheid van daar, zijn ze hier tijdelijk aan de slag.
‘Bijna’ 12 euro per uur
Zwaar labeur, lange dagen, een werf waar veel mensen je taal niet spreken, samenwonen met vijf collega-bouwvakkers in een appartementje in Merksem: acht maanden lang leeft Andrii het leven van veel gedetacheerden in de sector. Hij verdient ‘bijna’ 12 euro per uur. Dat is onder het wettelijke minimum in dit land. Maar klagen doet hij niet.
‘Ik heb drie weken in coma gelegen. Toen ik bijkwam had ik geen idee waar ik was.’
Dan wordt het 23 april 2025. De dag twijfelt nog tussen ochtend en voormiddag als een camion op de werf plots achteruitrijdt. Andrii belandt onder de wielen ervan. ‘Ik heb drie weken in coma gelegen’, blikt hij terug. ‘Toen ik bijkwam had ik geen idee waar ik me bevond en wat me was overkomen.’ Artsen amputeren zijn rechterbeen. Andrii vertelt zijn relaas opmerkelijk beheerst, feitelijk, bijna zakelijk. Maar tussen de lijnen voel je de pijn.
Tussen wal en schip
Er is de fysieke pijn, die nauwelijks te beschrijven valt. Maar zo mogelijk nog pijnlijker is de houding van zijn werkgever. Drie lange maanden volgt er geen bezoek, geen telefoon, geen bericht. ‘Tot hij op een dag aan mijn bed stond. Hij drukte me op het hart dat ik naar Polen moest gaan. Daar zouden ze alles regelen. Maar naar waar in Polen? Ik ken daar niemand. En hoe zou ik daar geraken? Daar wist hij zelf het antwoord niet op.’
Zijn baas duwt hem ook een document onder de neus. Als Andrii tekent zou hij geld van de verzekering ontvangen. ‘Maar ik las erin dat ik zelf verantwoordelijk voor het ongeval was. Daar ging ik niet mee akkoord.’ Er volgen nog twee korte bezoeken. Daarmee is de kous voor de werkgever af. ‘We kunnen niks voor je doen’, krijgt Andrii te horen. ‘Dit ligt in handen van de Poolse zorgverzekeraar en daar zit het vast.’ Ook naar de Belgische sociale zekerheid moet Andrii niet kijken: zijn werkgever draagt zijn bijdragen af in Polen, hij is een Poolse werknemer.
SOS Andrii
Na zijn ontslag uit het ziekenhuis gebeurt het ondenkbare: Andrii belandt op straat. Maar pas legt een mens zich verslagen neer of zijn medemens trekt hem overeind en duwt hem weer omhoog. Via de Facebookoproep van zijn schoonzus leert hij landgenote Anastasiia kennen, die hem als een engel in alles bijstaat. Hij botst ook op preventieadviseur Bart Vanraes. Die is zo geraakt door de zaak dat hij met een team SOS Andrii opricht. De ouders van Bart bieden hem uiteindelijk ook onderdak aan.
Het is daar dat we in de living zitten te babbelen. En straks, zo kondigen Agnes en Luc Vanraes aan, zijn er pannenkoeken. Zoveel liefde: Andrii is zijn gastgezin eeuwig dankbaar. Zelf wil hij ook weer vooruit. Hij heeft beslist dat hij in België wil blijven, aangepast werk zoeken, zich weer nuttig voor de samenleving voelen. Maar dan moet er een structurele oplossing komen, want hij blijft tussen wal en schip zitten. Zelfs een prothese krijgt hij niet terugbetaald. ‘Wat moet een mens doen die tussen meerdere systemen terechtkomt?’
‘Gedetacheerde werknemers zijn extreem kwetsbaar’
28 april is de Internationale Dag voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk. Hier en daar zie je dan cijfers en statistieken passeren. Maar Andrii Syliuk zal daar toch met andere ogen naar kijken, want hij is zelfs geen van de gezichten achter die cijfers. Zijn arbeidsongeval is niet of niet volledig gemeld. In ons land is het uitgewist, zoals je Tipp-ex gebruikt voor een zin die je daar liever niet ziet staan.
Volgens Iwein Beirens, diensthoofd studie- en vorming van ACVBIE, gebeurt dat gemaskeer wel vaker bij arbeidsongevallen met gedetacheerde werknemers. ‘Ze sturen slachtoffers terug vóór de aangifte, laten onderaannemers het accident bewust niet melden om inspecties te vermijden of schuiven de verantwoordelijkheid van zich af in opzettelijk ondoorzichtige ketens. Heel wat buitenlandse tewerkstelling wordt bovendien niet geregistreerd. De officiële cijfers van arbeidsongevallen waarbij buitenlandse werknemers betrokken zijn, zijn dan ook een onderschatting.’
‘Officiële cijfers zijn een onderschatting.’
Iwein Beirens, diensthoofd studie- en vormingsdienst ACVBIE
Zoals gezegd vallen gedetacheerde werknemers onder de sociale zekerheid van het land van herkomst. ‘Dat leidt vaak tot veel lagere vergoedingen dan in België’, stelt Stefaan Peirsman, stafmedewerker discriminatie en migratie van het ACV. ‘Soms is er zelfs geen dekking, wanneer werkgevers geen bijdragen betalen. Slachtoffers vallen dan tussen landen. Gedetacheerde werknemers zijn extreem kwetsbaar.’
‘Detachering is vandaag een businessmodel, gebouwd op lange ondoorzichtige ketens van onderaannemingen, postbusfirma’s, louche tussenpersonen en statuutconstructies. Gedetacheerde werknemers hebben geen zicht op wie aansprakelijk is bij een arbeidsongeval. Ze hebben geen middelen voor lange juridische procedures.’
ACVBIE-voorzitter Patrick Vandenberghe voegt eraan toe: ‘De strijd tegen sociale dumping is een absolute prioriteit voor ACVBIE. Veilige werven voor alle werknemers staan daarbij op de eerste plaats. Daarom pleiten we via duidelijke beleidsvoorstellen voor strenge regels, betere controles en echte bescherming op elke bouwwerf.’
