Ooit werden ze geïntroduceerd om onverwachte piekmomenten op te vangen, maar ondertussen is het dagcontract voor veel interimkrachten vaste kost. Tussen 2015 en 2020 werd ongeveer de helft van alle interimcontracten slechts voor één dag opgemaakt. ‘Omdat het contract slechts voor die ene dag zekerheid biedt, hebben werknemers geen houvast op langere termijn’, zegt Piet Van den Bergh, juridisch expert van het ACV. Om het misbruik met dagcontracten te ontmoedigen, hebben sociale partners in de Nationale Arbeidsraad nu een akkoord gesloten. Voortaan zullen werkgevers bij langdurig gebruik van dagcontracten een hogere RSZ-bijdrage moeten betalen.
Van den Bergh bekijkt het als een vorm van de vervuiler die betaalt. ‘Bij veelvuldig gebruik van dagcontracten wentelen werkgevers de kosten ervan af op de sociale zekerheid. Mensen die met dagcontracten werken, zijn vaker werkloos en kunnen bij ziekte niet terugvallen op gewaarborgd loon betaald door de werkgever. Om de samenleving niet langer met die kosten op te schepen, vragen we een extra bijdrage. Bovendien zorgen we er zo voor dat dagcontracten alleen nog bij noodzaak gebruikt wordt. Het mag dus geen businessmodel zijn, zoals nu wel vaak het geval is.’
Het gebruik van dagcontracten is dus nog steeds toegestaan, tenminste als de werkgever de noodzakelijkheid ervan kan aantonen. Bij het sporadisch gebruik worden er ook geen extra bijdragen aangerekend. Van den Bergh: ‘Pas vanaf 40 opeenvolgende dagcontracten per semester zal een werkgever vanaf 2023 een extra RSZ-bijdrage van 10 euro per dag moeten betalen. Als dat aantal opeenvolgende dagcontracten stijgt, zal ook het bedrag van die bijdragen stijgen. Zo loopt de extra RSZ-bijdrage op tot 40 euro per dag, bij meer dan 100 opeenvolgende dagcontracten.
Ook voor studenten
Over de extra bijdrage vonden werkgevers en -nemers elkaar eigenlijk al eerder. Maar of de regeling ook zou gelden voor studenten bleef tot nu een discussiepunt. ‘In het akkoord vallen zij nu ook onder dezelfde regeling’, zegt Van den Bergh. ‘En dat is goed, want werkstudenten zijn net zoals gewone werknemers vaak afhankelijk van hun inkomen. Ze betalen er hun studie mee, bekostigen eten en huisvesting. Terwijl de financiële onzekerheid van opeenvolgende dagcontracten bij gewone werknemers voor een stuk wordt opgevangen door de sociale zekerheid, heeft een student nergens recht op: geen recht op een (tijdelijke) werkloosheidsuitkering, geen recht op een ziekte-uitkering. Niet elke student is een middenklasser die kan terugvallen op Hotel Mama.
Of we nu geen stijging gaan zien bij andere kortlopende contracten? Van den Bergh: ‘Dat is een terechte bekommernis. Om die reden hebben we ook afgesproken om op korte termijn ook een evaluatie te maken van contracten van twee dagen. Bij vaststelling van een substantiële stijging van het gebruik van tweedaagse contracten worden ook die aan een extra RSZ-bijdrage onderworpen.

