Dat het aantal nieuwe gebruikers daalt, is goed’, zegt Lisa Colman, onderzoeker aan de Universiteit Gent en medeauteur van de studie. ‘Maar tegelijk blijft het totale gebruik hoog, omdat veel mensen die eenmaal beginnen ook langdurig blijven gebruiken.’ Bijna een op de drie patiënten die met antidepressiva begint, gebruikt ze meer dan vijftien maanden. Langer dan wat klinische richtlijnen vaak aanbevelen.
Het aantal mensen dat voor het eerst een antidepressivum bij de apotheek ophaalt, halveerde volgens de CM-cijfers tussen 2013 en 2022. Tegelijk verdubbelde het gemiddeld aantal dagdosissen per persoon, van 181 naar 400 per jaar. Ongeveer een derde van de gebruikers wordt als langdurige gebruiker beschouwd. België scoort daarmee hoger dan het Europese gemiddelde.
Geen acuut gevaar
‘Er is geen acuut gevaar als je langdurig antidepressiva neemt’, nuanceert Colman. ‘Maar het gaat soms gepaard met bijwerkingen: maag- en darmklachten, gewichtstoename, emotionele afvlakking, slaapproblemen en seksuele klachten. En er zijn aanwijzingen dat het effect bij langdurig gebruik varieert.’ Langdurig gebruik kan de afbouw bemoeilijken. Ontwenningsverschijnselen worden soms verward met een terugval, waardoor mensen het gebruik voortzetten. Richtlijnen bevelen doorgaans na zes tot twaalf maanden een geleidelijke afbouw aan.
‘Er is geen acuut gevaar als je langdurig antidepressiva neemt, maar het gaat soms gepaard met bijwerkingen: maag- en darmklachten, gewichtstoename, emotionele afvlakking, slaapproblemen en seksuele klachten.’
Lisa Colman, onderzoeker aan de Universiteit Gent en medeauteur van de studie
Wie in recentere jaren met antidepressiva startte, gebruikt ze dan weer minder vaak langdurig. Dat kan wijzen op een positieve evolutie in de voorschrijfpraktijken. Maar Colman ziet ook een bredere mentaliteitsverandering. ‘In de jaren 80 en 90 is die medicatie heel populair geworden. Nu wordt ze steeds vaker in vraag gesteld. Dat bewustzijn sijpelt door naar huisartsen en patiënten.’
Huisarts als sleutelfiguur
Huisartsen zijn voor veel mensen het eerste aanspreekpunt bij psychische klachten. Bij vier op de vijf antidepressivagebruikers is de huisarts de voornaamste voorschrijver. Die centrale rol is een sterkte van ons zorgsysteem. Maar diezelfde nabijheid heeft een keerzijde. Patiënten die voornamelijk door een huisarts worden opgevolgd, gebruiken vaker langdurig antidepressiva dan patiënten die voornamelijk door een specialist worden opgevolgd.
‘In de jaren 80 en 90 is die medicatie heel populair geworden. Nu wordt ze steeds vaker in vraag gesteld. Dat bewustzijn sijpelt door naar huisartsen en patiënten.’
Lisa Colman
Colman: ‘Uit andere studies blijkt dat antidepressiva soms worden voorgeschreven bij mildere klachten, terwijl klinische richtlijnen in die gevallen eerder psychologische zorg aanbevelen.’ Het onderzoek verklaart dat als een systeemprobleem, niet als een tekortkoming van individuele huisartsen. ‘We wijzen niet met de vinger naar de huisartsen’, benadrukt Colman.
‘Zij zitten in een moeilijke positie.’
‘De opleiding geneeskunde en latere vormingsmomenten moeten meer tools aanreiken om langdurig gebruik onder de loep te nemen en patiënten naar psychologische begeleiding toe te leiden.’
CM-voorzitter Luc Van Gorp
Antidepressiva blijven nodig, stelt de studie. Maar het onderzoek roept op huisartsen beter te ondersteunen bij het herevalueren van lopende behandelingen. ‘De opleiding geneeskunde en latere vormingsmomenten moeten meer tools aanreiken om langdurig gebruik onder de loep te nemen en patiënten naar psychologische begeleiding toe te leiden’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp.
‘Wie neemt het initiatief om te stoppen?’ - Ellen Van Leeuwen, huisarts en onderzoeker UGent

‘Artsen en patiënten kijken vaak naar elkaar om te stoppen met antidepressiva. Bij depressie of angst is het soms nodig om te starten met zulke medicatie, maar in veel gevallen verandert de situatie later wel. Veel mensen missen op dat moment nog het vertrouwen om zonder antidepressivum voort te gaan.’
‘Ook huisartsen zijn bang voor een terugval. Nochtans zijn we niet zeker of de medicatie op lange termijn nog effect heeft. De bijwerkingen zijn er ondertussen wel, naast de psychologische afhankelijkheid van antidepressiva.’
‘Bij patiënten met moeilijke levensomstandigheden is er nog meer terughoudendheid. Als huisarts denk je makkelijk: die patiënt heeft al zo weinig, ik ga niet ook dat nog afnemen. Maar dat is geen oplossing. Huisartsen hebben nood aan opleiding, training en tips om in gesprek te gaan met patiënten. Binnenkort komt er een nieuwe richtlijn. Dat is al een eerste stap vooruit.’
Wie kwetsbaar is, krijgt vaker een pil
Financieel kwetsbare mensen – denk aan de groep die recht op verhoogde tegemoetkoming heeft – gebruiken vaker langdurig antidepressiva wanneer ze door een huisarts worden opgevolgd. Gespecialiseerde zorg is voor hen vaak moeilijker bereikbaar door financiële drempels, wachtlijsten en praktische obstakels. ‘Kwetsbare groepen zijn vaker aangewezen op medicatie dan op therapie, omdat therapie meer kost’, zegt Van Gorp. ‘Dat willen we omdraaien.’
'Kwetsbare groepen zijn vaker aangewezen op medicatie dan op therapie, omdat therapie meer kost.’
Luc Van Gorp
Steeds meer mensen doen een beroep op eerstelijnspsychologische zorg, waarbij sessies bij een psycholoog deels worden terugbetaald. Maar de vraag blijft groter dan het aanbod. CM pleit voor structurele investeringen voor een groter aanbod. Betere samenwerking tussen huisartsen, psychiaters, apothekers en eerstelijnspsychologen kan helpen voorkomen dat patiënten in medicamenteuze trajecten blijven zonder herziening.

