Kunstenaars werken vaak van opdracht naar opdracht, zonder langdurige of vaste contracten. In de soms aanzienlijke ‘werkloze’ periodes daartussen, verzetten ze niettemin cruciaal maar onzichtbaar werk. Denk aan toneelspelers die hun teksten vanbuiten leren of beeldend kunstenaars die een voorstudie doen. Het huidige kunstenaarsstatuut is een bijzondere uitkering die hen in zo’n tussenperiodes toch een inkomensgarantie biedt.
Maar de toegang tot het kunstenaarsstatuut verloopt vandaag erg moeilijk, zegt Tijs Hostyn, verantwoordelijke cultuur en media van ACV PULS. ‘Bovendien is de uitkering waarop een kunstenaar vervolgens recht heeft erg laag.’
Om een oplossing te bieden voor de complexiteit van het huidige systeem en de sociale zekerheid van kunstenaars te versterken, willen federale ministers Frank Vandenbroucke (Vooruit), Pierre-Yves Dermagne (PS) en David Clarinval (MR) het kunstenaarsstatuut nu vervangen door een nieuw ‘kunstwerkattest’. Daarvoor trekken ze ruim 75 miljoen euro uit, waarvan ongeveer de helft naar een verhoging van de uitkeringen moet gaan.
Zielsrust
Stijn Kums werkt voor het ACV als aanspreekpunt voor kunstenaars en ziet waar artiesten vandaag tegenaan lopen. ‘De administratieve rompslomp om hun dossier in orde te maken vergt veel werk en is niet eenvoudig, maar wat vooral tot frustraties leidt is hoe ze nadien door de VDAB of Actiris worden opgevolgd. Om de drie maanden moeten ze zichzelf verantwoorden en als ze daarbij niet voldoende artistieke prestaties kunnen aantonen, kunnen ze gedwongen worden om buiten de kunstensector te werken. Dat zorgt voor veel stress en onzekerheid.’
De drempel om artistiek werk te bewijzen ligt hoog, zeker omdat de sector kampt met een gebrekkige financiering en dagcontracten schering en inslag zijn. Dat leidt soms tot de gekste voorstellen van de VDAB, zo herinnert Kums zich een pianist die een aanbod kreeg als magazijnier, maar doodsbenauwd was voor een blessure aan zijn vingers, ‘al komt het in de praktijk bijna nooit zover.’
Met het kunstwerkattest krijgen kunstwerkers nu voor vijf jaar toegang tot alle facetten van de sociale zekerheid, van een werkloosheidsuitkering tot pensioenrechten, zonder de verplichting om jezelf telkens opnieuw als artiest te moeten bewijzen. ‘Eenmaal je in het nieuwe systeem na een grondige dossierbeoordeling erkend wordt, word je voor vijf jaar met rust gelaten’, aldus Floris Tack van het kabinet-Vandenbroucke (Vooruit) die het ontwerp mee vormgaf. Vandaag keurde de ministerraad het voorstel goed.
Kunstwerkcommissie
Voor veel kunstenaars is dat een dream come true en Stijn Kums begrijpt dan ook de hoerastemming in de sector. Om het attest te verwerven, moeten kunstwerkers wel één keer langs een commissie passeren. Daarin zetelen zowel afgevaardigden van de sector als van de socialezekerheidsinstellingen. Niet alleen kunstenaars in enge zin komen in aanmerking, ook technici of curatoren van exposities — zolang die persoon maar ‘een noodzakelijke artistieke bijdrage levert aan een artistieke creatie of uitvoering’.
Bij de rol en macht van die kunstwerkcommissie stellen Stijn Kums en Tijs Hostyn zich vragen. ‘De commissie lijkt vooral in handen van een aantal belangenorganisaties uit de sector’, aldus Hostyn. ‘Dat kan tot belangenconflicten leiden omdat ze zowel kunstenaars moet adviseren, als de attesten uitdelen. Volgens ons hebben vakbonden, werkgevers, de RVA en de RSZ een belangrijke rol om het evenwicht te bewaren.’
Bovendien, zegt Kums, zou het kunstwerkattest weleens op een gouden toegangsticket tot de sociale zekerheid kunnen lijken dat andere mensen in de werkloosheid de ogen uitsteekt. ‘Daarvoor moeten we opletten. Al blijft het aandeel artiesten binnen het totaal aan werkloosheidsuitkeringen zeer klein, en is het attest misschien verantwoord door de precarisering in de sector.’
‘Het is erg goed dat er een hervorming komt’, besluit Hostyn, maar ten gronde wijt hij de oorzaak van de precaire werkomstandigheden van kunstenaars aan een gebrekkige financiering van de sector. ‘Er is nood aan een betere financiering, het kunstwerkattest blijft een opvangnet.’
Voor een betere financiering blijft het niettemin uitkijken naar Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA), die in 2019 nog een grondige besparing van de cultuursubsidies doorvoerde.

