Na lange onderhandelingen tussen de sociale partners kwam er op 26 december 2013 eindelijk een wet die zou zorgen voor een gelijkere behandelingen tussen arbeiders en bedienden. Al lang leidde het onderscheid tussen ‘hoofdzakelijk handwerk’ en ‘hoofdzakelijk hoofdwerk’ tot sterk verschillende regelingen en ongenoegen.
Zo hadden bedienden ruim betere opzegtermijnen bij ontslag. Voor arbeiders gold dan weer een carensdag, de eerste dag van ziekte waarvoor arbeiders, in tegenstelling tot bedienden, geen gewaarborgd loon hadden.
In 1993 oordeelde het Arbitragehof, vandaag het Grondwettelijk Hof, een eerste keer dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden discriminerend was. Toch zou het nog twintig jaar duren voor het eenheidsstatuut er kwam. Daarvoor was zelfs een nieuwe berisping van het Grondwettelijk Hof nodig.
Dat leidde tot de wet op het eenheidsstatuut. De carensdag werd afgeschaft, en arbeiders en bedienden hadden voortaan dezelfde opzegtermijnen. Bovendien verdween de proeftijd, waarin werkgevers arbeiders zonder opzegvergoeding of -termijn konden afdanken, al zijn daarop uitzonderingen voor jobstudenten, uitzendkrachten, of voor tijdelijk werk.
Gewaarborgd loon
‘De voltooiing van het volgehouden werk van het ACV, vanaf de jaren negentig’, vertelt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Werkgevers waren al twintig jaar bezig over de onderwaardering van technische beroepen. Maar ze wilden niet inzien dat het zwaar benadeelde arbeidersstatuut daar voor iets tussen zat.’
Toch had het ACV gehoopt om tien jaar later verder staan. ‘Voor bedienden is er nog steeds het geringere vakantiegeld’, vertelt hoofd van de ACV-studiedienst Maarten Gerard, ‘en voor arbeiders met een brutoloon onder 3.145 euro per maand wordt het gewaarborgd loon bij ziekte niet gecorrigeerd voor de werkbonus.’ Ook de tijdelijke werkloosheidsregeling ziet er vandaag nog anders uit voor arbeiders en bedienden. ‘Werkgevers kunnen arbeiders veel gemakkelijker op tijdelijke werkloosheid zetten.’
Spiegelcomité
Maar vooral in het sectoraal overleg is er nog werk aan de winkel. Arbeiders genieten in sommige sectoren bijvoorbeeld lagere aanvullende pensioenen, of hebben die helemaal niet. Vanaf 2030 moeten die verschillen volgens de wet weggewerkt zijn.
Sommige bedrijven en sectoren nemen alvast het voortouw. ‘Door het eenheidsstatuut is er dynamiek op gang gekomen waarbij arbeiders en bedienden in één vakbondswerking verenigd worden’, zegt Lieve De Preter, voorzitter van ACV-CSC METEA. ‘In onder meer de textielsector, de kleding en confectie, de metaalbouw, en de sector van de non-ferrometalen hebben we zogenaamde spiegelcomités. We trekken met gelijkaardige eisenbundels voor arbeiders en bedienden, en gecoördineerd naar onderhandelingen met werkgevers. Binnen de vakbond maken we, waar dat mogelijk is, werk van een eengemaakte structuur.’
Dat is onder meer zo in het paritair comité voor de stoffering en houtbewerking. ‘We streven naar één paritair comité per sector, in plaats van afzonderlijke comités voor arbeiders of bedienden’, zegt sectorverantwoordelijke bij ACVBIE Dirk Coninckx. ‘Op termijn willen we zo alle ongelijkheden tussen arbeiders en bedienden wegwerken. Dat is een werk van lange adem. Er mogen verschillen bestaan, als ze ontstaan uit het werk zelf. Niet gewoon uit een statuut. Het is al lang niet meer zo dat arbeiders alleen met de handen, en bedienden alleen met het hoofd werken.’
‘Bij politici en bij werkgevers lijkt de interesse voor een verdere gelijktrekking verdwenen’, besluit Vermorgen. ‘Maar laten we hopen dat we dat een nieuwe boost kunnen geven. Op een dag moeten we niet meer spreken van arbeiders of bedienden, maar simpelweg van medewerkers.’
‘We zijn niet langer máár bouwvakkers’

Ondanks de wet op het eenheidsstatuut veranderde er in eerste instantie niets voor bouwvakkers. Voor arbeiders in de bouwsector bedacht de wetgever een uitzondering met kortere opzegtermijnen. ‘Wegens de moordende concurrentie van buitenlandse onderaannemers’, klonk het bij werkgevers.
Dat was buiten Robby De Ridder (43) gerekend, bouwvakker bij Mourik in Antwerpen. ‘Zijn bouwvakkers dan minderwaardig?’ wierp hij tegen. Samen met de vakbond diende hij een klacht in bij het Grondwettelijk Hof. ‘Spannend, want in het begin weet je niet waar dat zal eindigen’, herinnert De Ridder zich. ‘Het voelde als David tegen Goliath, en mijn oudere collega’s hadden nooit iets anders gekend dan een korte opzeg. Maar achteraf zijn velen me komen bedanken. We staan vandaag sterker in onze schoenen.’
In 2015 gaf het Grondwettelijk Hof hem gelijk. Het ‘Robby-arrest’ zorgde ervoor dat ook bouwvakkers aanspraak konden maken op de betere ontslagregeling. ‘Er wordt anders naar ons gekeken. Vroeger leken wij ‘maar bouwvakkers’, nu krijgen we meer erkenning. Er is minder verloop en bazen willen goed personeel behouden. Al heeft dat misschien ook met de krapte op de arbeidsmarkt te maken.’
Bovendien stromen meer bouwvakkers door naar een bediendenstatuut, vertelt De Ridder. ‘Zeker als ze een leidinggevende functie krijgen.’ Die kans kreeg hij ook toen hij zeven jaar geleden werfleider werd. ‘Maar in mijn geval kwam het voordeliger uit om arbeider te blijven.’
‘Arbeiders en bedienden volgen zelfde loonschaal’

In enkele bedrijven worden de resultaten van de harmonisering van het arbeiders- en het bediendenstatuut steeds zichtbaarder. Bij materiaalontwikkelaar en recyclagebedrijf Umicore in Hoboken, waar zo’n 2.000 mensen werken, is het eenheidsstatuut sinds vorig jaar volledig af. Daar gelden nu exact dezelfde regels en voordelen voor arbeiders en bedienden.
Arbeiders en bedienden vallen er onder dezelfde loonschaal, op basis van een gelijke procedure voor de functieclassificatie. ‘Vroeger hadden bedienden een loonsverhoging per anciënniteitsjaar, terwijl arbeiders pas om de vier jaar in andere schaal kwamen met een maximale anciënniteit van 25 jaar’, vertelt ACV-CSC METEA-afgevaardigde Ronald Freriks (58, rechts op de foto). ‘Ook het aanvullend pensioen is vandaag helemaal gelijk, terwijl arbeiders vroeger bijna geen pensioenplan hadden.’
Meer dan 80 procent van de werknemers is daar beter van geworden, schat Freriks. ‘En door een garantieregeling is niemand erop achteruitgegaan. We hebben een lange weg afgelegd, maar het heeft ons wel dichter bij elkaar gebracht op de werkvloer.’

