De woonzorgcentra in Vlaanderen staan voor een grote uitdaging. Cijfers van Statbel leren dat 20% van de bevolking in Vlaanderen ouder is dan 55 jaar. Het aandeel ouderen blijft de komende jaren alleen maar sterk toenemen. Dat zal zijn weerslag hebben op de zorg en de woonzorgcentra.
Met de basistegemoetkoming zorg komt de overheid tegemoet in een groot deel van de zorg- en personeelskosten van woonzorgcentra. Het toegekende bedrag wordt bepaald op basis van zorggraad, aantal bedden en zorgpersoneel. ‘De besparing zal zijn weerslag hebben op dit bedrag, woonzorgcentra zullen minder inkomsten krijgen waardoor de dagprijzen in de woonzorgcentra wellicht zullen stijgen’, legt Jan Mortier uit.
Volgens recente cijfers van Okra zijn er sterke verschillen in dagprijs naargelang het type woonzorgcentrum. In woonzorgcentra onder publiek beheer van steden en gemeenten is de gemiddelde prijs momenteel 2.162 euro per maand. In non-profit instellingen is dat 2.242 euro. In commerciële woonzorgcentra is dat 2.501 euro.
En toch staan er vandaag heel wat woonzorgcentra, die worden beheerd door een lokaal bestuur, er niet rooskleurig voor en draaien ze maar net break-even of staan ze al in de rode cijfers. ‘Dat komt onder meer door het zogenoemde bovennormpersoneel’, licht Jan verder toe. ‘Dat is personeel dat slechts beperkt wordt gesubsidieerd door de overheid, en waarvoor er eigen middelen worden bijgelegd. De huidige personeelsnormen zijn veel te laag en zijn niet aangepast aan de steeds zwaardere zorgprofielen. Met de huidige personeelsnormen kan je geen woonzorgcentrum uitbaten dat kwaliteitsvolle zorg verstrekt. De publieke sector heeft dan ook veel meer uitgaven voor bovennormpersoneel dan bijvoorbeeld de commerciële centra omdat ze – terecht – meer personeel per bed rekenen om kwaliteitsvolle zorg te waarborgen. Bovendien kampen heel wat woonzorgcentra met personeelstekorten. Vele vacatures raken maar niet ingevuld.’
Toegankelijkheid
Blijft een woonzorgcentrum nog haalbaar voor iedereen? De overheid ging er jaren geleden vanuit dat het commercialiseren van zorg zou leiden tot betere zorg én een betere prijs. Niets is minder waar. Zorg wordt niet alleen duurder, de toegankelijkheid en de kwaliteit daalt.
‘Investeren in publieke, betaalbare en toegankelijke zorg dichtbij huis is noodzakelijk’, zegt Jan. ‘Publieke woonzorgcentra zijn geïntegreerd in de lokale buurt en versterken de cohesie. Bij problemen is het lokaal bestuur ook steeds aanspreekbaar en kunnen zij makkelijk ter verantwoording geroepen worden. Het lokaal bestuur blijft een belangrijke schakel in de ontwikkeling van een kwalitatief en publiek zorgbeleid. Zij weten beter dan wie ook welke noden er zijn in hun stad of gemeente.’
‘Iedereen krijgt op een gelijke manier toegang tot de dienstverlening van een publiek woonzorgcentrum omdat er objectieve criteria worden uitgewerkt om de zorgnood te bepalen. Daar tegenover staan de weinig transparante regels in de commerciële woonzorgcentra. Men kiest er vaak voor om mensen op te nemen met voldoende financiële draagkracht eerder dan te kijken naar de zorgnood. Publieke woonzorgcentra zorgen er dus voor dat iedereen toegang heeft tot zorg, ongeacht zijn financiële draagkracht.’
Winsten op zorg
En wat met woonzorgcentra die toch winst lijken te maken? ‘Als je kwaliteitsvolle zorg wil bieden, kan je met de lage overheidssubsidies geen winst maken, integendeel. Winst maken kan enkel door hoge dagprijzen aan te rekenen, wat het geval is bij heel wat commerciële woonzorgcentra. Wordt er toch winst gemaakt, dan moet die integraal geïnvesteerd worden in de zorg, in het welzijn van de bewoners en in de zorginfrastructuur. Praktijken waarbij winsten worden uitgekeerd aan aandeelhouders moeten stopgezet worden via onder meer de aanpassing van het woonzorgdecreet en het wetgevend kader van vzw’s’, besluit Jan.
Welke soort WZC's bestaan er in Vlaanderen?
- Private non-profit woonzorgcentra zoals vzw's (Curando, GVO ...)
- Private commerciële zorggroepen (Armonea, Orpea ...)
Tekst Jasminka Poppe
