12,55 euro. Zoveel bedraagt het maximale bruto uurloon in de dienstenchequesector. De opgelegde loonnorm van 0,4 procent bepaalde bovendien dat dat de komende jaren maar maximaal vijf eurocent per uur mag stijgen. Maar de grote boosdoener die de sectoronderhandelingen over loon- en arbeidsvoorwaarden voor de jaarwisseling vast liet lopen, is de discussie over verplaatsingskosten.
Stijgende brandstofprijzen
Dienstenchequewerknemers zijn genoodzaakt om zich regelmatig te verplaatsen van huishouden naar huishouden waar ze te hulp schieten. ‘Volgens de arbeidswetgeving moet de werkgever daarvan de reële kost terugbetalen’, legt Kris Vanautgaerden van ACV Voeding en Diensten uit. ‘Maar die is sinds 2009 niet meer aangepast. In plaats van de werkelijke kostprijs per kilometer – standaard rond de 0,37 euro – bedraagt de terugbetaling vaak slechts 13 à 15 eurocent, veel lager dan in andere sectoren. De stijgende brandstofprijzen hebben de roep naar een correcte vergoeding nog versterkt.’
Een modale huishoudhulp, die geen uitzonderlijk grote afstanden aflegt, moet daardoor maandelijks bijna 150 euro aan verplaatsingskosten zelf ophoesten, berekende Vanautgaerden. ‘Dat komt neer op goed 10 procent van het gemiddelde bruto maandloon in de sector. Ze moeten zelf betalen om te mogen werken.’
In het sop
Het probleem is niet dat het geld er niet is. ACV Voeding en Diensten bracht recent de woekerwinsten en gul uitgekeerde dividenden van enkele dienstenchequebedrijven in kaart. De afgelopen weken voerden de huishoudhulpen bij de grootste spelers actie: met spons en dweil zetten ze de hoofdkantoren van de winstmagnaten in het sop. Onder meer Tempo-Team (meer dan zes miljoen euro winst in de laatste vijf jaar) en Daoust (dat de afgelopen vijf boekjaren meer dan vijf miljoen euro winst uitkeerde) kregen al een ‘opfrisbeurt’. Het is de bedoeling om met de acties elke week een andere provincie aan te doen.
>> Ontdek de winstcijfers in de dienstenchequesector op www.degroteschoonmaak.net

