‘Omdat werken in de haven verschillende risico’s met zich meebrengt, is het belangrijk dat het personeel over de noodzakelijke kwalificaties beschikt’, zegt Kurt Callaerts, sectorverantwoordelijke van ACV-Transcom. Ook het Europees Hof van Justitie volgde die redenering vorig jaar nog in een arrest, na weer eens een klacht van Katoen Natie. Sinds 2016 wordt die waarborg van de veiligheid in de praktijk vooral gegarandeerd door een koninklijk besluit, als update van de befaamde wet-Major uit 1972. Die kwam er door overleg tussen werkgevers en -nemers.
Ondertussen ging in ons land – wederom na een klacht van Katoen Natie – de Raad van State na in hoeverre de praktische uitvoering ervan de Europese regels volgt. Callaerts: ‘De Raad van State valt nu vooral over de samenstelling van de erkenningscommissie voor die kwalificaties van werknemers en de regels die de commissie daarvoor hanteert.’ Daarmee haalt ze het koninklijk besluit van 2016 onderuit. ‘Daardoor vallen we terug op de regeling voor havenarbeid zoals die tot 2016 bestond. Maar ook die is volgens de Europese Commissie in strijd met de Europese regels’, schetst Callaerts de moeilijke situatie.
Ondertussen hebben de overheid en sociale partners, waaronder het ACV-Transcom, niet stilgezeten. ‘We zijn aandachtig door het arrest gegaan. Wie al een erkenning heeft, kan gerust zijn want die verliest ze niet. Alleen is het toekennen van een nieuwe erkenning momenteel een probleem.’ Daarom bekijkt de vakbond met spoed hoe het in de toekomst verder moet. ‘Gelukkig waren we al proactief bezig aan diverse scenario’s’, zegt Callaerts. ‘We zijn in overleg met de werkgevers, het kabinet van minister van Werk Dermagne (PS) en de bevoegde federale overheidsdienst. We hopen dat al half november een nieuw koninklijk besluit gepubliceerd kan worden.’
Juridische bal
Een klacht van Katoen Natie bracht in 2013 juridische de bal aan het rollen, met een onderzoek van de Europese Commissie tot gevolg. Het bedrijf van miljardair Fernand Huts was niet akkoord dat logistieke taken binnen het havengebied door erkende havenarbeiders moesten uitgevoerd worden. Dat was al zo sinds de wet-Major uit 1972. Sindsdien volgden al enkele aanpassingen om de loon- en arbeidsomstandigheden van logistieke arbeid in het havengebied te regelen.
Om een doorverwijzing naar het Europees Hof van Justitie te vermijden, paste België de regels over havenarbeid aan in 2016. Onderhandelingen tussen toenmalig federaal minister van Werk Kris Peeters (CD&V) en de vakbonden leidden tot een nieuw koninklijk besluit als aanvulling op de wet-Major. Om Europa tegemoet te komen werd onder andere monitoring een vast onderdeel van de havenarbeid, waarbij op geregelde tijdstippen over de stand van zaken van de werknemers in de haven gerapporteerd werd. Met juridische stappen nam Huts dat aangepast koninklijk besluit onder vuur. ‘Hij weigert zich neer te leggen bij oplossingen die tussen sociale partners tot stand kwamen. Maar daardoor de havenarbeiders terugzenden naar de tijd van Daens, is een brug te ver’, besluit Callaerts.

