Het aantal ondernemingen nam tussen 2022 en 2024 met ruim vier procent toe. Wanneer ook de belastbare winst ongeveer in dat tempo stijgt, volgt de vennootschapsbelasting gewoon mee. De 21,85 miljard euro van 2024 past daar perfect in. Het is dus geen verhaal van hogere belastingen voor bedrijven, maar gewoon meer actieve vennootschappen.
Bovendien speelt ook nog de inflatie. In twee jaar tijd werden prijzen overal duurder. Een euro vandaag is minder waard dan een euro in 2022. Als je met die prijsstijging rekening houdt, kom je voor 2024 automatisch uit op ongeveer 21,6 miljard euro aan vennootschapsbelasting. Zelfs wanneer het aantal bedrijven en hun winst gelijk was gebleven, zouden we bijna de gehele stijging door de inflatie alleen kunnen verklaren. In reële termen blijft de bijdrage van bedrijven dus opvallend stabiel.
Overheid loopt 1,7 miljard mis
Toch veranderde er intussen wel iets anders wat grotendeels onder de radar bleef: de vervennootschappelijking. Steeds meer mensen met hoge inkomens laten zich via een eigen vennootschap uitbetalen. Dat levert hen fiscale voordelen op, maar vermindert tegelijk de sociale bijdragen die normaal uit arbeid komen. Die bijdragen zijn nochtans de motor van onze sociale zekerheid.
Wanneer ze dalen, lijkt onze sociale zekerheid plots ‘te duur’. In realiteit is het vooral een gevolg is van fiscale keuzes. De regering laat immers de achterpoortjes met de vennootschappen toe. Volgens een studie van het ACV loopt de overheid daardoor 1,726 miljard euro mis aan inkomsten uit belastingen en bijdragen.
Meer steun gekregen dan belastingen betaald
Dat alles speelt zich af in een bredere context die zelden in een adem wordt vermeld. In 2024 ontvingen bedrijven samen ongeveer 27 miljard euro aan subsidies en overheidssteun. Dat is meer dan wat ze dat jaar aan vennootschapsbelasting betaalden. Het zegt veel over de balans tussen bijdragen en voordelen.
De cijfers van Trends kloppen dus theoretisch wel, maar ze vertellen maar een klein stuk van het verhaal. Wie het hele plaatje bekijkt, ziet dat de stijging van de vennootschapsbelasting weinig zegt over extra inspanningen van bedrijven. Ze volgt vooral het aantal ondernemingen, de inflatie en fiscale handigheidjes voor grote inkomens die inkomsten verschuiven van arbeid naar vennootschappen.

