Dat lood een gevaarlijke stof is, staat buiten kijf. Wanneer we het inademen of inslikken komt het lood in ons bloed terecht en stapelt het lood zich op in ons lichaam waar het zich voornamelijk vastzet in de botten. Gemiddeld heeft zowat iedere mens een marginale loodwaarde in zijn bloed.
Wie in onder andere loodproducerende of -verwerkende bedrijven werkt, loopt uiteraard meer risico op hogere loodbloedwaarden. Vooral voor vrouwelijke werknemers in vruchtbare leeftijd is dat problematisch, omdat lood schade kan toebrengen aan hun ongeboren kind, zelfs bij relatief lage concentraties.
‘Lood is een zeer toxisch metaal dat verschillende organen, zoals zenuwstelsel of nieren kan aantasten, de werking van het maagdarmstelsel of rode bloedcellen,’ duidt professor Arbeidsgeneeskunde Steven Ronsmans (KU Leuven). ‘Door de tijd heen zijn duidelijke klinische gevolgen van teveel lood in het lichaam, zoals verlamming of bloedarmoede wel al sterk verminderd dankzij wettelijke verboden op gebruik van lood en algemeen verbeterde werkomstandigheden.’
Vanuit dat medisch oogpunt is er nu een Europese richtlijn over maximale bloedwaarden bij vrouwelijke werknemers die zwanger kunnen worden. Die richtlijn beveelt een maximale loodbloedwaarde van 4,5 microgram per 100 ml aan.
Harde grenswaarde
Tegen 9 april moet de richtlijn omgezet worden naar nationale wetgeving tegen. Maar werkgevers en werknemers raken het niet eens over de zogenaamde ‘harde grenswaarde.’ Daarvoor wordt gekeken naar advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, waarin zowel werkgeversorganisaties als vakbonden zetelen. Maar dat advies is uitzonderlijk erg verdeeld.
‘Een veilige grenswaarde bestaat eigenlijk niet.‘
Kris Van Eyck, expert welzijn op het werk bij het ACV
Werkgeversfederatie Agoria (voor onder meer bedrijven uit de loodproductie en -verwerking, red.) schaart zich wel achter de richtlijn, maar stelt een te strikte toepassing ervan ter discussie. Wordt de richtwaarde overschreden, dan wil Agoria samen met de arbeidsarts nagaan of aanpassingen in werkwijze de loodgehaltes kunnen doen dalen. Denk hierbij aan tijdelijke verplaatsing naar een andere werkplek. Dat is niet naar de zin van het ACV, dat pleit voor een harde grenswaarde.
‘Een veilige grenswaarde bestaat eigenlijk niet’, stelt Kris Van Eyck van het ACV. ‘Lood is de belangrijkste toxische stof die ingrijpt op vruchtbaarheid en voortplanting. Bijzonder verontrustend daarbij is het risico dat ongeboren kinderen lopen, zelfs bij minimale blootstelling. Daarom pleiten wij voor een strikte hantering van de richtwaarde voor vrouwelijke werknemers die nieuw in de sector starten. Wie erboven gaat, creëert een onverantwoord risico voor het ongeboren kind. Een aantal vrouwelijke werknemers die nu al in de sector werken, hebben bloedwaarden boven de 4,5 microgram per 100 ml. Voor hen vragen we een strikte opvolging door de arbeidsarts zodat de bloedwaarden zo snel mogelijk terug onder de 4,5 microgram zakken’
Preventie-instrument
Op de werkvloer is er al heel veel gebeurd op vlak van loodpreventie. Toch bestaat er geen volledig veilige blootstellingsgrens voor lood, waarschuwt ook Ronsmans. ‘Lagere concentraties in het bloed kunnen ook een effect hebben op je gezondheid. Daarnaast weten we ook dat het opgestapeld lood in het lichaam weerkan vrijkomen in het bloed, bijvoorbeeld tijdens zwangerschappen. Dat zie je bijvoorbeeld bij zwangerschappen, waarbij lood een schadelijk effect kan hebben op het ongeboren kind. Net daarom is het zo belangrijk dat die nieuwe Europese richtlijn van 4,5 microgram per 100 ml bloed voor vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd er nu is. Dat is absoluut een stap vooruit.’
‘Lood is een zeer toxisch metaal dat verschillende organen, zoals zenuwstelsel of nieren kan aantasten, de werking van het maagdarmstelsel of rode bloedcellen.‘
Professor Arbeidsgeneeskunde Steven Ronsmans (KU Leuven)
‘De Europese richtlijn is dan een grote stap vooruit en kan een belangrijk instrument zijn om aan preventie te kunnen doen’, zegt Van Eyck. ‘Het feit dat de richtlijn voortaan een waarde van 4,5 aanbeveelt, zal de industrie dwingen om de bloostelling aan lood nog verder terug te dringen.’
Dat belang onderstreept ook Ronsmans. ‘‘Sommige werkgevers zullen zich inspannen om hun werknemers te beschermen, maar anderen doen dat niet. Juist voor die laatste groep zijn duidelijke wetgeving en bindende grenswaarden essentieel om werknemers te beschermen, en in dit geval ook hun kinderen.’
Gezondheidsimpact
Jan Anné, voormalig arbeider bij recyclagebedrijf Umicore in Hoboken, kan daarover meespreken. ‘Men noemde het hier vroeger de fabriek van de dood. Dat zegt genoeg. Wij kwamen in aanraking met tal van gevaarlijke stoffen, terwijl onze bescherming beperkt bleef. Op een bepaald moment had ik te veel lood in het bloed. Ik ben toen verwijderd van mijn werkplek en naar een andere plek verhuisd. Zo hoopte mijn werkgever de loodwaarden in mijn bloed weer naar beneden te krijgen.’
Ook Groen pleit voor een strikte hantering van de richtwaarde, benadrukt federaal volksvertegenwoordiger Jeroen Van Lysebettens: ‘De wetenschappelijke consensus is dat er zelfs geen veilige bovengrens mogelijk is voor lood in het bloed, en dat dus zelfs de minste hoeveelheid lood neurologische, gastro-intestinale als hematologische gevolgen kan hebben. Daarom vinden we dat de richtlijn strikt moet toegepast worden, met de gezondheid van de werknemer in het achterhoofd.’
De uiteindelijke beslissing over een al dan niet strikte maximumwaarde ligt bij federaal minister van Werk David Clarinval (MR).

