Het begrotingsakkoord van de federale regering, afgelopen oktober, leest steeds meer als een aanval op het recht om een loopbaan tijdelijk te onderbreken voor een opleiding of zorgtaken. Nadat het tijdskrediet om voor kinderen te zorgen beperkt werd van 51 tot 48 maanden, en slechts voor kinderen tot vijf in plaats van acht jaar oud, blijken nu ook deeltijds werkenden met een lopend tijdskrediet de dupe. Vanaf 1 januari 2023 kunnen mensen die deeltijds werken geen tijdskrediet meer opnemen. Voortaan kan dat pas als je de voorgaande twaalf maanden voltijds in dienst geweest bent.
Els* ging na vijftien jaar werken opnieuw studeren. ‘Een opleiding helemaal in lijn met mijn werk’, vertelt ze. ‘Mijn werkgever ging meteen akkoord.’ Vanaf het begin van het huidige academiejaar schakelde ze terug op een halftijdse en nam ze tijdskrediet met opleidingsmotief op. ‘Die uitkering compenseert mijn inkomensverlies net voldoende om rond te komen.’ Maar vorige week kreeg ze slecht nieuws. Hoewel ze nog midden in haar opleiding zit, valt haar uitkering volgend academiejaar helemaal weg, omdat ze voor haar tijdskrediet vier vijfde aan de slag was. ‘Als ik in september aan mijn tweede jaar zou beginnen, zakt daardoor mijn netto inkomen met bijna 200 euro per maand. Als alleenstaande is dat echt niet haalbaar. Waarschijnlijk zal ik moeten stoppen met studeren.’
De nieuwe regels zorgen voor onzekerheid, legt Erik Van Laecke van het ACV uit. ‘Hoe zal de RVA die interpreteren voor mensen zoals Els, die al een tijdskrediet hebben?’ Volgens Van Laecke bevinden zich in Vlaanderen ongeveer 1 800 werknemers in zo’n situatie. In zijn advies over de begrotingsmaatregelen sprak de Nationale Arbeidsraad, waarin werkgevers- en werknemersorganisaties zetelen, zich al negatief uit over de nieuwe regels. ‘Dit kan toch niet zijn wat de regering wil?’ vraagt Els zich af. ‘Het lijkt erop alsof pauze nemen in je carrière iets wordt voor mensen met geld.’
*Els is een schuilnaam, haar identiteit is bekend op de redactie

