De Beweging bracht enkele sleutelfiguren samen voor een rondetafel: Bernard Vanheusden (rector UHasselt), Johan Ackaert (emeritus-hoogleraar en mede-architect van de opleiding), Dounia Bourabain (socioloog, professor Sociale Wetenschappen), Margot Hackars (student van de eerste lichting, nu master Sociologie in Leuven) en Carien Neven (Provinciaal directeur Beweging.net Limburg, fellow Sociale Wetenschappen).
Waarom had Limburg een opleiding Sociale Wetenschappen nodig?
Carien Neven: 'Voor mij gaat dat terug naar een studiedag op C-mine, een 7-tal jaren geleden. Heel UHasselt passeerde daar: architecten, specialisten mobiliteit, milieu, planners, economisten,… Iedereen schetste hoe Limburg er in 2040 zou moeten uitzien. Hoger, dichter bebouwd, andere mobiliteit, andere economie. Maar er ontbrak iets: niemand vroeg wat al die veranderingen betekenen voor de mensen die hier wonen. Hoe doen Limburgers dat, die toekomst? Hoe werkt dat in een superdiverse provincie? Ik zat daar echt met honger. Het mensgerichte ontbrak.
Tegelijk merkte ik in mijn vroegere job voor de Provincie Limburg maar ook in mijn huidige werkomgeving: telkens we academische input nodig hadden – onderzoek, sprekers, experts – moesten we naar Leuven of verder. Vaak kreeg je daar te horen: “We zijn al overbevraagd in onze eigen regio.” Terwijl hier wél vragen wachtten op antwoorden. Dat was altijd mijn kernargument: als je Limburg ernstig neemt, heb je sociale wetenschappen nodig als netwerkers, als kennisbasis. Niet af en toe, maar structureel. Het was pijnlijk om jaar na jaar te ervaren dat we voor cruciale sociaal-maatschappelijke kennis afhankelijk waren van instellingen die niet altijd tijd of ruimte hadden voor Limburg. De provincie was daardoor vaak een blinde vlek in het sociale academisch landschap.
En dat is vreemd, want net hier spelen complexe vragen rond migratie, armoede, participatie en diversiteit. Vragen die niet wachten tot iemand in Leuven tijd heeft. Limburg had academische nabijheid nodig, mensen die de regio kennen, die begrijpen wat bewoning, identiteit en verandering hier betekenen. Een eigen opleiding was dus geen luxeproject maar een structurele nood.'
Carien Neven
De opleiding heeft een soort open deuren-beleid dat heel verfrissend werkt. Je hoeft niet door vijf lagen administratie, je kunt gewoon binnenstappen, bellen, vragen stellen.

Johan Ackaert: 'Binnen het college van decanen was er ook een duidelijke ambitie van toenmalig rector Luc De Schepper: de menswetenschappen moesten versterkt worden. De vraag was: wat precies? We maakten twee analyses. Eén: waar zijn Limburgers over- of ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs, en waar zit de nood op de arbeidsmarkt? Telkens kwam sociale wetenschappen naar boven. Twee: welke maatschappelijke knelpunten spelen hier? Een provincie die snel verkleurt, bestuurlijke uitdagingen, een digitaliseringsgolf. Limburg leent zich perfect als living lab voor die thema’s, met een blik die verder reikt dan de provinciegrens.
Daaruit groeide het idee van een opleiding die drie assen samenbrengt: digitalisering, diversiteit en democratie. Maar het betekende ook: een opleiding bouwen zonder dat er al een gevestigde staf aanwezig was. Geen bestaande sectie sociologie of politieke wetenschappen waar we op konden voortbouwen. Alles moest gecreëerd worden: curriculum, vakken, evaluatiemodellen, werkgroepen, staf. Dat is bijzonder zeldzaam in Vlaanderen: een sociale-wetenschappenopleiding volledig vanaf nul opbouwen.
En eerlijk: het was een sprong in het diepe. Het vroeg ook een enorme inzet van jonge onderzoekers, Tenure Track-profielen, en ervaren docenten die een nieuw verhaal wilden schrijven. Maar net daardoor kreeg de opleiding een ziel, een soort pioniersmentaliteit die je zelden ziet.'
“Het verre Limburg” en de mentale afstand
Bernard Vanheusden: 'Je hoort nog dikwijls spreken over “het verre Limburg”, terwijl Hasselt dichter bij veel Vlamingen ligt dan Oostende of Brugge. Maar in de hoofden bestaat er een drempel. Die mentale afstand heeft een rechtstreeks effect op studiekeuzes. In provincies waar minder universitaire opleidingen aanwezig zijn, ligt de universitaire scholingsgraad lager. Dat is geen natuurwet, maar een gevolg van een beperkter aanbod.
Zodra we ergens een opleiding aanbieden, stijgt de participatiegraad. In de jaren nadat Sociale Wetenschappen startte, daalde even de instroom in Leuven, daarna stabiliseerde dat, en kreeg Hasselt een nieuwe groep studenten die anders nooit aan de universiteit begonnen zouden zijn. Vooral eerste-generatiestudenten profiteren hiervan. Voor hen is een universiteit niet vanzelfsprekend. Hasselt voelt kleiner, toegankelijker, minder afstandelijk dan een grotere, historische instelling.
Bernard Vanheusden
UHasselt heeft al jaren de beste doorstroomcijfers van alle Vlaamse universiteiten.

En het gaat niet alleen om geografie, maar ook om symbolische nabijheid. Jongeren moeten het gevoel hebben dat een universiteit een plek is waar ze welkom zijn, waar ze zichzelf herkennen. Sociale Wetenschappen heeft dat van bij het begin heel bewust gedaan: kleinschaligheid, aanspreekbaarheid van docenten, een cultuur van nabijheid. Dat verlaagt de drempel enorm.'
Een opleiding die vanaf dag één internationaal denkt
Dounia Bourabain: 'Voor ik hier begon, had ik dat “verre Limburg”-beeld niet. Het is pas toen ik hier kwam werken dat ik dat narratief voortdurend hoorde terugkeren. Tegelijk merkte ik meteen: deze opleiding is lokaal verankerd, maar denkt niet provinciaal. Ons onderzoek en onderwijs zijn internationaal georiënteerd: projecten met het globale Zuiden, Europa, de VS. Gastprofessoren uit verschillende delen van de wereld.
En als je naar de staf kijkt: ongeveer twintig procent van het Zelfstandig Academisch Personeel heeft een niet-Belgische nationaliteit. In Vlaanderen is dat gemiddeld twee procent. Dat verandert je blik. Het maakt dat studenten van bij het begin in contact komen met perspectieven die niet vanzelfsprekend zijn in het Vlaamse hoger onderwijs.
Bovendien hebben we heel bewust de klassieke sociologische canon opengebroken. Niet als ideologische keuze, maar omdat de realiteit van onze studenten en onze samenleving divers is. Je kunt vandaag geen inleidende sociologie meer geven die alleen door Europees-westerse auteurs gedragen wordt. Dus naast Marx, Weber en Durkheim introduceren we denkers als Rizal, Fanon, Mbembe, Quijano, Hill Collins, de Sousa Santos en Anzaldúa - stemmen die macht, kolonialiteit, identiteit en kennisproductie blootleggen en het perspectief verbreden voorbij de klassieke westerse canon. Theorieën die ontstaan zijn vanuit andere historische ervaringen en machtsstructuren. Dat geeft studenten niet alleen intellectuele breedte, maar ook herkenning.'
Margot Hackars: 'Als student voelde je dat ook. Sociale problemen werden niet alleen in Limburg bekeken, maar meteen gelinkt aan mondiale ontwikkelingen. Ik ben zelf op Erasmus geweest; dat internationale perspectief heeft me mee naar de opleiding getrokken. Het voelde niet alsof je “een regionale opleiding” volgde. Het was een opleiding met een internationale horizon, toevallig in Hasselt.'
Margot Hackars
Dat gevoel dat de opleiding niet over je heen rolt, maar dat je er deel van uitmaakt.

Pioniersstudenten: bouwen terwijl je lesgeeft
Dounia Bourabain: 'We waren tegelijk het curriculum aan het bouwen en aan het uittesten. Nieuwe vakken, nieuwe werkvormen, kwartielen… Dan heb je studenten nodig die mee willen nadenken: klopt de balans, werkt deze vorm, is de werkdruk doenbaar? Die eerste lichtingen hebben een ongelooflijk belangrijke rol gespeeld. Ze gaven feedback, dachten mee, hielpen bij het vormen van een cultuur waar nabijheid en wederzijds respect centraal staan.
Het docententeam moest intussen onderwijs ontwikkelen, onderzoek opstarten, curricula uittekenen en tegelijk een nieuwe opleiding bekendmaken in het veld. Dat was intens, maar ook verbindend. Je voelde dat je samen iets nieuws aan het creëren was, iets dat nog geen gewoontes of tradities had. En net daardoor konden we heel wendbaar zijn.'
Margot Hackars: 'Wij waren de eersten. Dat schept een band. Er was veel wederzijds geduld: voor ons was alles nieuw, maar voor de docenten ook. Omdat er echt naar onze feedback gevraagd werd, had je het gevoel dat je meeschreef aan de opleiding. En dan krijg je dingen zoals Humanitas, de studentenvereniging, die razendsnel een eigen identiteit ontwikkelt en meteen inhoudelijk sterke activiteiten organiseert. De betrokkenheid was groot omdat alles nog mogelijk was.'
Kleine groepen, kwartielen en doorstroom
Bernard Vanheusden: 'De mythe dat “één student op drie slaagt” klopt al lang niet meer. UHasselt heeft al jaren de beste doorstroomcijfers van alle Vlaamse universiteiten. En dat is geen toeval. Het onderwijsmodel speelt een grote rol: kleine groepen, intensieve begeleiding, snelle feedback, en het kwartielsysteem dat het academiejaar in vier blokken indeelt.
Studenten hebben al in november hun eerste examens. Dat geeft niet alleen vroege feedback, maar ook structuur en voorspelbaarheid. Studenten moeten niet wachten tot juni om te ontdekken of ze op het juiste spoor zitten. Dat is cruciaal, zeker voor eerste-generatiestudenten. Het voorkomt dat ze maanden ronddolen in onzekerheid.
We zien ook dat studenten in kleine groepen durven spreken, vragen stellen, fouten maken. Dat klinkt simpel, maar in grote aula’s gebeurt dat niet. Kleine groepen maken dat studenten zich gekend voelen. Het verhoogt de betrokkenheid, en uiteindelijk de slaagcijfers.'
Margot Hackars: 'Voor mij was dat doorslaggevend. Je leert je medestudenten goed kennen, en ook de praktijkassistenten die elke week met je groep werken. De drempel om vragen te stellen is laag. Het is niet het soort opleiding waar je verdwijnt in de massa.
Ik merk het verschil nu in Leuven: grote hoorcolleges, weinig contactmomenten, weinig toepassing van de theorie. In Hasselt moest je actief werken met de leerstof, en dat maakt dat je veel sneller begrijpt wat je doet. De nabijheid – zowel met medestudenten als met docenten – maakt echt een verschil.'
Diversiteit als leerlijn, niet als slogan
Dounia Bourabain: 'Een hardnekkig probleem in Vlaanderen: studenten met migratieachtergrond stromen minder vaak door. Dat is geen individueel tekort, maar een structureel patroon. Wij willen dat niet laten gebeuren. Daarom is diversiteit geen vak, geen slogan, maar een leerlijn die door de drie jaar loopt.
Dounia Bourabain

In Sociologie vertrekken we niet enkel van Marx, Weber en Durkheim. Dat is niet omdat die onbelangrijk zijn – integendeel – maar omdat studenten zich moeten kunnen herkennen in de verhalen en voorbeelden die we behandelen. Theorie moet zich verhouden tot hun realiteit. Daarom bouwen we in de eerste weken al casussen in waarbij studenten hun eigen ervaringen analyseren. Niet als “anekdote”, maar als volwaardige toegang tot sociologische begrippen.
En we kijken ook naar evaluatie: als je enkel schrijftaken beoordeelt, beloon je één soort talent. Dus bouwen we variatie in: papers, presentaties, groepsopdrachten, mondelinge feedback, peer feedback. Studenten moeten de lat halen, maar er zijn meerdere manieren om te tonen dat ze de stof beheersen. Dat werkt drempelverlagend zonder de academische standaarden te verlagen.
Bernard Vanheusden: 'En we moeten eerlijk zijn: als je vraagt hoeveel Belgische professoren met migratieachtergrond we hebben, dan is dat nog altijd pijnlijk laag. Internationale collega’s hebben we veel, maar dat zegt niets over de doorstroom van Belgische jongeren met migratieachtergrond naar de hoogste academische rangen. Dat is een structurele uitdaging waar we de komende jaren veel bewuster mee moeten omgaan. Collega’s zoals Dounia houden ons daar met recht en reden een spiegel voor.'
Over “woke”, luide minderheden en digitale echo’s
Dounia Bourabain: 'Het label “woke” wordt door bepaalde stemmen gebruikt als een soort stopwoord om alles wat met diversiteit, ongelijkheid of dekolonisatie te maken heeft in diskrediet te brengen. Maar ik vraag me vooral af: hoe groot is die groep nu werkelijk? Het zijn luidruchtige stemmen, maar ze vertegenwoordigen geen meerderheid.
Het woord “woke” wordt gebruikt als schrikbeeld, terwijl het in de praktijk gaat over heel basale vragen: wie komt aan het woord, wie valt buiten beeld, wie valt uit het systeem? Als je daar niet naar kijkt, verlies je studenten. En dat lijkt me een veel groter probleem dan een paar boze tweets.'
Johan Ackaert: 'Wie dat label telkens oppikt, zijn bijna altijd dezelfde figuren. Wat me meer zorgen baart dan hun columns, zijn de reacties eronder: vaak een ecosysteem van desinformatie, polariserende uitspraken, algoritmische versterking. Een deel van de pers geeft die stemmen een breed forum omdat het clicks oplevert. Dat zet een karikatuur van “de universiteit” neer die weinig met de realiteit te maken heeft.'
Johan Ackaert
We hebben een team dat sterk aan elkaar hangt, een staf die inhoudelijk scherp staat, en studenten die zich engageren.

Dounia Bourabain: 'Net daarom besteden we in vakken rond digitalisering veel aandacht aan echo chambers, algoritmes en desinformatie. Studenten moeten begrijpen waarom bepaalde stemmen versterkt worden en andere verdwijnen. Je hoeft hun mening niet te sturen, maar je moet hen wel leren zien hoe die meningen gevormd worden. Digitale geletterdheid is geen luxe meer, het is een democratische vereiste.'
De opleiding in de regio: vragen, projecten, impact
Dounia Bourabain: 'Je merkt dat er in drie jaar tijd al impact is. Organisaties, lokale besturen, middenveld, communicatiebureaus: ze kloppen aan omdat ze vastlopen op thema’s als stagediscriminatie, ongelijkheid, polarisering. Vóór deze opleiding bestond, moesten ze daarvoor buiten Limburg gaan zoeken. Nu kunnen ze gewoon bellen en afspreken.
Recent nog zat ik met een organisatie die een experiment rond stagediscriminatie wil opzetten. De opluchting was bijna tastbaar: eindelijk sociologen in de buurt bij wie ze terecht kunnen. Dat is de meerwaarde van nabijheid. Niet dat je alles zelf oplost, maar dat je de expertise binnen handbereik hebt.
Carien Neven: 'Dat herken ik vanuit mijn werk. In andere regio’s is de afstand tussen universiteit en werkveld veel formeler. Terwijl hier het contact laagdrempelig is. De opleiding heeft een soort open deuren-beleid dat heel verfrissend werkt. Je hoeft niet door vijf lagen administratie, je kunt gewoon binnenstappen, bellen, vragen stellen.'
Johan Ackaert: 'En ik vind het sterk dat collega’s van deze opleiding vrij snel de nationale media halen – niet als “BV-professor”, maar met stevige, onderzoeksgedragen expertise. Dat herstelt vertrouwen in wetenschap. Het gaat niet om meningen roepen, maar om analyses brengen. Dat is vandaag harder nodig dan ooit.'
Master op komst: blijven in Hasselt of verhuizen?
Margot Hackars: 'Na drie jaar Hasselt ben ik naar Leuven getrokken voor de master Sociologie. Maar eerlijk: als er toen al een master in Hasselt was geweest, was ik waarschijnlijk gebleven. Praktisch is dat gewoon makkelijker. Maar ook inhoudelijk: je bouwt in Hasselt een netwerk en een studentenleven uit. Het is een grote stap om dat achter te laten wanneer dat niet hoeft.
In Leuven mis ik vooral de casusgroepen. Ik heb nu vooral hoorcolleges. Weinig kleine groepen, weinig echte toepassing van de theorie. In Hasselt werd je gedwongen om ermee te werken, in kleine settings. Die nabijheid – zowel met medestudenten als met assistenten – maakt echt een verschil.'
Johan Ackaert: 'Dat is voor ons een belangrijk signaal. Leuven heeft intussen haar eigen bachelor Sociale Wetenschappen aangepast, maar als jij zegt dat je daar de casusgroepen mist, dan is dat iets waar wij rekening mee moeten houden wanneer we onze eigen master vormgeven. Een master moet niet alleen theoretisch sterk zijn, maar ook inhoudelijk en pedagogisch coherent met de bachelor.'
Bernard Vanheusden: 'De bevoegdheid om een master te ontwikkelen is er sinds deze zomer. Dat is de cruciale eerste stap. Maar daarna volgt nog een hele procedure: macrodoelmatigheid, toets nieuwe opleiding, accreditatie. Realistisch mikken we op een start in september 2028. Dat geeft ons tijd om een curriculum uit te werken dat voldoende breed is, aansluit op de bachelor én stevig genoeg is om studenten in Hasselt te houden én nieuwe studenten aan te trekken.
We willen een master ontwikkelen die geen kopie is van Leuven of Gent, maar iets eigen brengt: sterk interdisciplinair, met aandacht voor digitalisering, beleid, interventies, en de sociale vraagstukken die in Limburg én ver daarbuiten spelen. En vooral: een master die trouw blijft aan de kleinschaligheid en nabijheid die deze opleiding zo sterk maken.'
Bernard Vanheusden
Ik zie een opleiding die in heel korte tijd extra zuurstof in de universiteit heeft geblazen.

Motor voor de regio: meer dan cijfers
Bernard Vanheusden: 'UHasselt wordt vaak een “motor voor de regio” genoemd. Dat klinkt abstract, maar het betekent iets heel eenvoudigs: zodra je voldoende kritische massa hebt – voldoende opleidingen, voldoende mensen – kun je dingen in beweging zetten.
Je ziet dat hier in Hasselt: de renovatie van de oude gevangenis, de ontwikkeling van het begijnhof, de plannen voor een nieuwe campus voor economie. Studentenkoten duiken op, horeca past zich aan, culturele instellingen zoals Cinema Zed of Het Nieuwstedelijk zien Hasselt als volwaardige standplaats. Dat zijn niet zomaar ontwikkelingen; dat zijn effecten van een universiteit die groeit.
En Sociale Wetenschappen speelt daarin een bijzondere rol. Het is een opleiding die uit haar voegen barst van maatschappelijke betrokkenheid. Studenten trekken de stad in, maken analyses voor lokale besturen, werken met middenveld, brengen data in kaart waar organisaties al jaren naar zoeken. Dat verandert hoe een regio zichzelf begrijpt.
Vijf jaar geleden bestond Sociale Wetenschappen uit “Johan – en dat was het”. Vandaag is er een staf van een twintigtal collega’s, een volle aula, en studenten die uitzwermen over de arbeidsmarkt. Dat verandert iets in een stad, in een provincie, in hoe een gemeenschap naar zichzelf kijkt.'
Wat blijft hangen uit drie jaar Sociale Wetenschappen?
Carien Neven: 'Voor mij: blijven duwen voor die master, én voor continuïteit. De overtuiging van toen – dat sociale wetenschappen absoluut nodig zijn in Limburg – is alleen maar sterker geworden. Ik wil dat we over twintig jaar terugkijken op een nieuwe studiedag over “Limburg 2060” en dat er dan vanzelfsprekend sociale wetenschappers mee aan tafel zitten. Niet als uitzondering, maar als vanzelfsprekendheid.
En ik kijk uit naar het moment dat werkgevers kunnen rekruteren uit een lichting masters die het hele traject hier hebben doorlopen – geworteld in de regio, maar met een blik ver daarbuiten. Die combinatie is uniek.'
Margot Hackars: 'Ik hoop dat veel studenten de kans krijgen om hun hele traject hier te doen. En ik gun hun de ervaring die wij gehad hebben: kleinschaligheid, intensieve begeleiding, en het gevoel dat je als student mee bouwt aan iets nieuws. Dat gevoel dat de opleiding niet over je heen rolt, maar dat je er deel van uitmaakt.'
Johan Ackaert: 'Ik stap hier buiten met een gerust hart. We hebben een team dat sterk aan elkaar hangt, een staf die inhoudelijk scherp staat, en studenten die zich engageren. Dat is meer dan je kunt hopen bij de start van een opleiding.
En ik ben onder de indruk van hoe snel de opleiding haar plaats in het landschap heeft verworven. De staf is internationaal, de studentenpopulatie is diverser dan in veel andere faculteiten, en de opleiding werkt op een manier die dicht bij de samenleving staat. Dat is exact wat sociale wetenschappen moeten doen.'
Carien Neven
Ik kijk uit naar het moment dat werkgevers kunnen rekruteren uit een lichting masters die het hele traject hier hebben doorlopen – geworteld in de regio, maar met een blik ver daarbuiten. Die combinatie is uniek.

Dounia Bourabain: 'Wat voor mij blijft hangen, is de warmte. Niet alleen tussen personeel en studenten, maar ook in de manier waarop de opleiding zich verhoudt tot de regio. Er is solidariteit, engagement, de wil om de wereld te veranderen – en tegelijk de bereidheid om dat analytisch en kritisch te doen. Die combinatie van warmte en scherpte is uniek.
En ik wil ook zeggen: voor docenten is deze opleiding een plek waar je opnieuw voelt waarom je ooit in dit vak bent gestapt. Omdat het ertoe doet.'
Bernard Vanheusden: 'Ik zie een opleiding die in heel korte tijd extra zuurstof in de universiteit heeft geblazen. Sociale wetenschappers die opduiken in media, in het werkveld, in debatten op de campus. Een opleiding die nieuwe vragen stelt, nieuwe perspectieven binnenbrengt, de universiteit opener en diverser maakt.
Als rector kan ik daar alleen maar dankbaar voor zijn – en vastberaden om ervoor te zorgen dat de opleiding ruimte krijgt om te groeien, zonder verpletterd te worden onder verwachtingen. De komende jaren bouwen we samen verder aan dit ecosysteem. De impact daarvan gaan we nog lang voelen in Limburg.'
Tekst: PD
