De zaak tegen Deliveroo werd in 2020 aangespannen door het Brusselse arbeidsauditoraat, waarbij diverse koeriers en vakbonden waaronder het ACV zich burgerlijke partij stelden. In december 2021 oordeelde de arbeidsrechtbank nog dat Deliveroo-koeriers als zelfstandigen aanzien konden worden, maar die uitspraak werd nu in beroep verworpen. Daarmee komt een voorlopig einde van een jarenlange juridische strijd rond de erkenning van Deliveroo-koeriers als werknemers.
‘De rechtbank is van oordeel dat wie voor Deliveroo als koerier werkt, wel degelijk een werknemer is en dat de deeleconomie-wet daarom niet kan worden toegepast. Deliveroo zal socialezekerheidsbijdragen moeten betalen en moet zich houden aan de geldende sectorakkoorden. Daardoor hebben alle koeriers van Deliveroo dus ook recht op alle voordelen die bij het werknemersstatuut horen, zoals de geldende minimumlonen, arbeidsongevallenverzekeringen en kunnen de koeriers een werkloosheidsuitkering aanvragen wanneer ze hun baan verliezen’, zegt Martin Willems, verantwoordelijke bij ACV United Freelancers.
Opsteker
De uitspraak is een opsteker na een strijd die intussen al zeven jaar aanhoudt, aldus Willems. ‘We zijn dan ook blij dat er eindelijk een uitspraak ten gunste van de maaltijdkoeriers is. Het jammere is dat de zaak enkel tegen Deliveroo gericht was, en de uitspraak dus niet geldt voor andere platformen zoals UberEats. Maar het heeft een grote symbolische waarde, omdat het stelt dat geen enkel platform met schijnzelfstandigen kan en mag werken.’
Tegelijk viel er ook minder goed nieuws te rapen voor de maaltijdbezorgers. Deliveroo liet immers al weten cassatieberoep aan te tekenen tegen de uitspraak van de arbeidsrechtbank. Bovendien werd ook het onlangs bereikte voorlopige Europese akkoord rond de richtlijn voor platformwerkers afgekeurd onder leiding van Frankrijk. ‘Een jammere zaak, die het hele proces weer onnodig op de lange baan schuift. Het akkoord was een compromis die zeker niet perfect was, maar waar we nu zullen landen is nog maar ten zeerste de vraag’, besluit Willems.

