De mijn 'Bois du Cazier' in Marcinelle vandaag
 

70 jaar geleden kwamen 262 mijnwerkers om het leven in de grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis. Hun nagedachtenis blijft hoognodig, zeggen de nabestaanden in koor. ‘Wat toen misliep in Marcinelle, zie je vandaag nog steeds.’

Lies Van der Auwera
Djorven Ariën

8 augustus 1956. Bijna 1.000 meter onder de grond in de mijn van Bois du Cazier plaatst mijnwerker Antonio Ianetta een volgeladen kolenkar in de liftkooi. Wat hij niet weet, is dat die liftkooi eigenlijk niet op zijn niveau mag stoppen.

De kooi blokkeert en leidingen breken af. Nog iets later breekt een hevige brand uit. Het leidt tot de grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis. De communicatie tussen boven- en ondergrond is compleet afgebroken. Wie in de mijn aan het werk is, zit vast.

Vijftien dagen later komt een reddingswerker boven. ‘Tutti cadaveri’, zegt hij. ‘Allemaal lijken.’ 262 mijnwerkers laten het leven, waaronder 136 Italiaanse gastarbeiders. 

‘Il manifesto rosa’

Tien jaar eerder sloot België een contract met Italië om gastarbeiders naar hier te halen. Het ging om georganiseerde arbeidsmigratie, vertelt historicus Emmanuel Gerard.

‘Na de Tweede Wereldoorlog moest het land heropgebouwd worden en steenkool was daarin een onmisbare schakel. Maar mijnwerkers waren schaars na 1945. Door het akkoord met de Italiaanse regering kwamen vijftigduizend Italianen naar ons land om in de mijnen te werken.’

In ruil kreeg Italië 200 kilogram steenkool per gewerkte dag per mijnwerker. ‘Per un sacco di carbone’, zeiden de Italianen. Een arbeider voor een zak steenkool.

‘Wat mijn grootvader gevoeld moet hebben toen hij zijn zoon in die lift zag stappen, kan ik me amper voorstellen.’

Coraly Aliboni, dochter van een mijnwerker in Marcinelle

Italië is op dat moment erg arm. ‘De situatie was rampzalig’, vertelt Coraly, dochter van mijnwerker Sergio Aliboni. ‘Mijn grootvader kon nauwelijks zijn familie voeden. Toen hij in zijn dorp de oproep van de Belgische mijnwerkersfederatie zag, de befaamde roze affiche, waagde hij de sprong.’

De beloftes waren ronkend: een mooi loon, huisvesting, betaald verlof. En een gratis ticket naar België. ‘Na een strenge medische controle stapte mijn grootvader de trein op. Mijn vader, op dat moment vijftien jaar, volgde hem naar Charleroi om te gaan werken in de mijn van Puits 18. ‘Wat mijn grootvader gevoeld moet hebben toen hij zijn zoon in die lift zag stappen, kan ik me amper voorstellen.’

Barakken van Duitse krijgsgevangen

Wat ze aantreffen, is een pak minder rooskleurig dan beloofd. ‘Pas op het moment dat ze aankomen, ontdekken ze wat het werk juist inhoudt’, vertelt Gerard. ‘Voor velen is dat een schok.’ 

Fulvia Aufiero, dochter van een mijnwerker, herinnert zich hoe moeilijk de eerste dagen voor haar vader waren: ‘1.000 meter onder de grond! Angst en paniek overspoelden hem. De werkomstandigheden waren desastreus, ze ademden voortdurend stof in. Het was de hel. Het enige dat telde voor de mijnbazen was de winst.’

Ook de huisvesting strookt niet met de beloftes. ‘Toen mijn grootmoeder aankwam in Charleroi vroeg ze mijn grootvader waar de huizen waren’, vertelt Coraly Aliboni. ‘Queste sono le case, zei hij, wijzend op iets dat meer op een dierenstal leek.’

De huizen waren barakken waar voormalige Duitse krijgsgevangen in hadden gezeten. Er was geen water of enige andere vorm van comfort.

Ouderwets en onveilig

De situatie in de mijnen was erbarmelijk, gevaarlijk en ongezond, schetst historica en gids Marie-Louise De Roeck. ‘De mijn van Bois du Cazier dateerde al van 1880. De Waalse mijnen waren verouderd, in tegenstelling tot de modernere mijnen in Limburg die vanaf 1920 ontstonden. Toch bleven de patrons het werkritme opdrijven. In de jaren 1950 waren ongelukken er schering en inslag.’ 

Alain Forti, curator van Bois de Cazier en zoon van een mijnwerker, beaamtdat. ‘De mijnadministratie was wel op de hoogte van die eenmalige incidenten, zoals een slecht geladen kar, een brand, een geknapte kabel. Toch knepen ze een oogje toe. Tot de dag van de ramp.’

‘Samen werken in een afgesloten, gevaarlijke plek bracht automatisch die sterke solidariteit met zich mee. Onder de grond is iedereen zwart.’

Alain Forti, curator van Bois de Cazier

‘Die problemen kwamen niet ter ore van het Comité voor Veiligheid en Gezondheid, want vakbondswerk werd sterk onderdrukt tot 1971’, vult De Roeck aan. ‘Door hun solidariteit en waakzaamheid vermeden de mijnwerkers zélf heel wat ongelukken.’

Alain Forti: ‘Of je nu ingenieur, directeur of een simpele mijnwerker bent, eenmaal onder de grond staat iedereen op gelijke voet. Samen werken in een afgesloten, gevaarlijke plek bracht automatisch die sterke solidariteit met zich mee.’ Of zoals een oude mijnwerkersleuze luidt: onder de grond is iedereen zwart.

Barslechte reputatie

Ondanks beloftes over de veiligheid voor gastarbeiders had België te kampen met een barslechte reputatie. Tot ergernis van de Italiaanse overheid. Na de mijnramp van Marcinelle liep de Italiaanse immigratie fors terug.

‘Pas toen pakte men de veiligheid in de mijnen aan’, legt Emmanuel Gerard uit, ‘maar dat was in feite mosterd na de maaltijd. Op dat moment sloten al heel wat Waalse mijnen de deuren omdat ze niet meer winstgevend waren.’

De mijnbazen bleken hardleers. De officiële sluiting van Bois du Cazier was in 1961. Maar wanneer men op een diepere laag steenkool stuitte, besloot de directie toch door te werken.

Alleen, in de officiële statistieken is Bois du Cazier verdwenen. ‘De directie weigerde toe te geven dat de mijn actief bleef,’ aldus Alain Forti, ‘en werkte door in een schemerzone, zonder verzekering. Pas in 1967 besloot ze de mijn definitief te sluiten. Ze was niet meer rendabel.’ 

Zondebok

De schuld van de mijnramp in Marcinelle werd in de schoenen van een van de directeurs geschoven, tevens ingenieur van ondergrondse werken. De zondebok was gevonden, maar de nood aan antwoorden bleef. 

‘Rond de mijn van Marcinelle woonden 12 nationaliteiten samen’, vertelt De Roeck die samen met nabestaanden verhalen opdiept en verzamelt. ‘Nog altijd blijven nieuwe verhalen over emigratie, integratie, gebrek aan erkenning en onderdrukking naar boven komen.’ 

‘Nog steeds riskeren te veel werknemers hun gezondheid of leven op het werk. Het beleid wil de bescherming afzwakken, en economische belangen boven veiligheid zetten.’

Luca Baldan, ACVBIE

‘In de jaren 1950 gaf men voorrang aan de kolenslag, aan winstbejag, niet aan de veiligheid van de arbeiders’, vervolgt ze. ‘Dat is een van de grote conclusies in dit verhaal. Die parallel kun je ook vandaag nog trekken.’

‘Nog steeds riskeren te veel werknemers hun gezondheid of leven op het werk’, herkent Luca Baldan van ACVBIE. ‘Het beleid wil de bescherming afzwakken, en economische belangen boven veiligheid zetten. Dat is onaanvaardbaar.’

Stoflong

Het portret van Sergio Aliboni prijkt metersgroot op de inkom van Bois du Cazier. ‘Mijn vader heeft maar zes jaar in de mijn gewerkt’, zegt Coraly. ‘Toch hebben die jaren hem voor het leven gevormd. Op fysiek vlak: hij had silicose, of stoflong. Maar vooral droeg hij zijn hele leven de strijd tegen onderdrukking, onrecht en voor de herdenking van de slachtoffers met zich mee.’

‘Mijnwerk was een menselijk offer, in de hoop op een betere toekomst.’

Coraly Aliboni

Bois de Cazier is nu een museum en een levendige herdenkingsplaats. ‘We mogen nooit vergeten wat de vorige generatie voor ons heeft gedaan’, benadrukt ze.

‘Mijnwerk was een menselijk offer, in de hoop op een betere toekomst. Het is aan ons om dit verhaal op de juiste manier door te geven. Anders was dit allemaal zinloos.’ 

Mijnwerker Urbano Ciacci (95) wist te ontsnappen

‘Ik ben de laatste mijnwerker van Marcinelle. Toen ik 18 was, heb ik mijn kans gewaagd en stapte ik op de trein naar België. Op mijn eerste werkdag dacht ik dat mijn hart uit mijn keel zou springen. Je valt letterlijk in een zwart gat. Maar terugkeren was geen optie, dus ik bleef.’

‘Op de dag van de ramp was ik enkele dagen op verlof in Italië om te trouwen. Dat heeft mijn leven gered. Anders had ik hier niet meer gezeten. Onder de slachtoffers waren mannen van mijn dorp. Een van hen zong beter dan Pavarotti, dat herinner ik me nog.’  

‘Dertig laar lang heb ik in verschillende Waalse mijnen gewerkt. Als ik kon kiezen zou ik het meteen opnieuw doen. Ik ben een trotse mijnwerker.’ 

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

We denken fundamenteel fout over migratie

Migratie lijkt op een spreeuwenzwerm. Elke vogel stemt zich af op enkele nabije buren, en het geheel krijgt een patroon dat geen enkele vogel...
   31 juli 2026

‘In de klas zie je waar er oorlog woedt’

Van wc’s ontstoppen tot een kind in crisis kalmeren: schooldirecteur Maya* moet iedere dag weer de handen uit de mouwen steken om de schooldag...
   22 juli 2026

‘Ik word wel eens sympathieke klootzak genoemd’

‘Om mensen aan het praten te krijgen moeten ze je kunnen vertrouwen.’ Tv-maker Luc Haekens weet als geen ander de modale Vlaming in al zijn facetten...
   17 juli 2026

Zorgsector draait structureel op overuren

Meer dan een op de drie werknemers in de zorg- en welzijnssector draait wekelijks overuren. Dat blijkt uit een grootschalige bevraging van ACV Puls....
   06 juli 2026