Nog bekender nu premier De Wever er de baseline van zijn regeringsbeleid van maakte. Met een beetje wortel en vooral veel stok voor al wie tot nog toe verkoos zijn dagen in ‘ledigheid’ door te brengen: werklozen, vervroegd gepensioneerden, gerechtigden op sociale bijstand, zieken, personen met een handicap, deeltijds werkenden, zelfs thuiswerkende vrouwen zonder uitkering.
De roofvogel die De Wever nu achter zijn bureau heeft staan, net als Trump overigens, bleek vooral behoorlijk vraatzuchtig voor gerechtigden op werkloosheidsuitkeringen. Alsof ze het volledige lijstje hebben willen afvinken van de inleveringen die zij hypothetisch kunnen ondergaan.
Zuhal Demir en Pierre-Yves Jeholet krijgen een vrijgeleide om in Vlaanderen, respectievelijk Wallonië de sancties voor werklozen asymmetrisch, en dus discriminerend, te versterken.
Een werkloosheidsuitkering van maximaal twee jaar en voordien al een versterking van de degressiviteit. Een inschakelingsuitkering voor jongeren van maximaal een in plaats van drie jaar. Het SWT voor oudere werklozen quasi volledig opgedoekt. De welvaartsvastheid vijf jaar lang bevroren. De pensioenrechten voor werkloosheidsperiodes afgebouwd. De belastingvermindering voor werklozen op de schop.
En bovenop krijgen N-VA’ster Zuhal Demir en MR-man Pierre-Yves Jeholet een vrijgeleide om in Vlaanderen, respectievelijk Wallonië de sancties voor werklozen asymmetrisch, en dus discriminerend, te versterken. Dit alles enkel wat gefatsoeneerd door de vrijwaring van de indexering voor wat aan uitkeringen rest.
Rigiditeit
Het hoeft niet te verbazen. De samenleving verrechtste en rechts radicaliseerde. Links ‘verflinkste’, en ruilde de brede herverdelingsdoelstelling in voor de enge speeltuin van een trofee bij de ‘superrijken’. De federale overheid werd al zwaar gestript, maar moet nog steeds 95 procent van de vergrijzingskost torsen. Maar rond belasting- en bijdrageverhogingen hangt een taboe.
Finaal werd de tax shift veeleer een tax cut. Tegen de wetenschappelijke evidentie in heerst de fictie dat werklozen opgesloten zitten in werkloosheidsvallen en dat hun verarming de weg is naar herstel. Maar spreek vooral niet over de rigiditeit van de productenmarkten, enkel over de (volgens Europese analyses minder rigide) arbeidsmarkt.
En nauwelijks over de economische, fiscale en parafiscale uitgaven, wel over de sociale.
Desinteresse voor de vervangingsinkomens en de sociale bijstand vind je zelfs bij de oppositie.
Dit stond in de sterren geschreven. Niet in het minst omdat de laatste verdedigers van het sociale beleid prioriteit lijken te geven aan een beveiliging van de gezondheidszorg. De desinteresse voor de vervangingsinkomens en de sociale bijstand vind je zelfs bij de oppositie.
Toen Frank Vandenbroucke (Vooruit) als nieuw minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Armoedebestrijding voor het eerst in het parlementaire plenum werd bevraagd over het regeerakkoord kreeg hij uitsluitend interpellaties over de gezondheidzorg. Eén enkele vraag van Petra De Sutter (Groen) over de activering van langdurig zieken daargelaten, maar die zijn we binnenkort ook kwijt.
Taboe
Al blijft het een verrassing om werklozen zo zwaar getroffen te zien. Verpaupering van niet-actieven is geen fall-out meer van het saneringsbeleid, het werd er finaal de doelstelling van. What next? De sociale uitkeringen zullen de komende vier jaar bij elke begrotingsronde opnieuw onder vuur komen te liggen.
Omdat de regering zich vandaag roekeloos rijk rekent aan vermeende terugverdieneffecten van haar ‘hervorming van de arbeidsmarkt’. Omdat de economische, ecologische en geopolitieke onweerswolken zich samentroepen. Omdat werklozen kennelijk geen politieke verdedigers meer hebben.
En omwille van het taboe van een sanering aan de inkomstenzijde.
De sociale uitkeringen zullen de komende vier jaar bij elke begrotingsronde opnieuw onder vuur komen te liggen.
Al ontlenen we aan dichters ook een andere uitdrukking: ‘Al wie in ‘t harnas sterft, die sterft met krijghsmans eer’, aldus Vondel. We moeten met alle gelijkgezinden op de barricaden voor de verdediging van de zwaksten, voor een ander narratief, voor meer evenwicht. En dus ook voor een bredere solidariteit, in plaats van enkel een beetje vermogenswinst te willen wegschrapen bij de superrijken.

