© Unsplash/ Konrad Koller
 

De afgelopen decennia is het kiesgedrag in België fundamenteel veranderd. Kiezers zijn volatieler geworden, ze twijfelen langer voor ze hun stemkeuze maken, en wisselen vaker van partij. Maar hun groepsidentiteit, bijvoorbeeld religieus of etnisch, speelt nog steeds een sterke rol.

Ruth Dassonneville, politicoloog KU Leuven

Uit onderzoek van de ReSPOND-onderzoeksgroep aan de KU Leuven blijkt dat in 2024 ongeveer vier op de tien Vlaamse kiezers voor een andere partij stemden dan ze bij de federale verkiezingen van 2019 deden. Aan Franstalige kant lag de volatiliteit nog hoger, daar wisselden maar liefst 51 procent van de kiezers van partij. Die toegenomen volatiliteit hangt samen met veranderingen in het partijlandschap.

Nieuwe partijen braken de afgelopen decennia door, en die nieuwe spelers – zoals groene, extreemrechtse, en extreemlinkse partijen – overtuigen steeds meer kiezers. Daar staat tegenover dat het kiespubliek van de klassieke partijen kleiner wordt. In 2024 stemde zowat 47 procent van alle Belgische kiezers voor een socialistische, christendemocratische of liberale partij. Vijftig jaar eerder, in 1974, deed 74 procent van de kiezers dat nog. Nog eens twintig jaar eerder, in 1954, stemde maar liefst 91 procent van alle Belgische kiezers voor één van die drie klassieke partijen.

In 1954 stemde maar liefst 91 procent van alle Belgische kiezers voor een van die drie klassieke partijen.

Om die verschuivingen in kiesgedrag te verklaren, halen politicologen belangrijke maatschappelijke veranderingen aan. In de eerste plaats verwijzen ze naar het proces van ontzuiling. De tijd dat burgers hun hele leven doorbrachten binnen een katholieke of socialistische zuil, en zowel voor werk als vrije tijd lid waren van alle organisaties binnen ‘hun’ zuil, ligt al lang achter ons.

De ledenaantallen van klassieke zuilorganisaties, zoals vakbonden, zijn sterk afgenomen. Ook de banden tussen die organisaties en partijen zijn afgezwakt. Met het afbrokkelen van de zuilen, nam het electorale gewicht van de klassieke partijen af.

Nieuwe breuklijn

Ten tweede ontstonden er de afgelopen decennia nieuwe breuklijnen die de stemkeuzes van kiezers steeds meer beïnvloeden. De klassieke breuklijn tussen arbeid en kapitaal, die decennialang de politieke verhoudingen bepaalde, heeft aan politieke relevantie ingeboet. De rol van de kerk in de samenleving is al lang geen politiek strijdpunt meer.

In plaats daarvan wijst onderzoek op groeiende tegenstellingen die het gevolg zijn van globalisering. Aan een zijde van die nieuwe breuklijn staan kiezers die de negatieve gevolgen van de economische globalisering ondervinden. Die kiezers verloren fabrieksbanen door de concurrentie met landen waar de lonen lager zijn, en willen Europese integratie en immigratie een halt toeroepen.

Aan de andere zijde staan zij die net de voordelen ondervinden van globalisering en die een kosmopolitisch wereldbeeld hebben. Die nieuwe breuklijn betekent dat andere thema’s belangrijker worden voor de stemkeuze van kiezers. Zo spelen de meningen die kiezers hebben over immigratie, maar ook over klimaatsverandering of de rechten voor de LGBTQI+-gemeenschap, een steeds belangrijkere rol in hun stemkeuze.

Een derde oorzaak voor de verschuivingen in stemgedrag is de veranderde politieke communicatie, die zowel de verspreiding van politieke informatie als de manier waarop kiezers zich informeren fundamenteel heeft veranderd. Vroeger gaven een beperkt aantal traditionele media de politieke informatie door aan het grote publiek, waarbij iedereen min of meer dezelfde informatie te zien kreeg.

Vandaag hebben zij plaatsgemaakt voor een bredere waaier aan communicatiekanalen en -middelen waardoor kiezers zelf bepalen waaraan ze worden blootgesteld, via welke kanalen ze politiek volgen en of ze überhaupt politieke informatie te zien krijgen. Daarbij zijn sociale media een steeds belangrijker kanaal voor politieke informatie. Zo wijst een analyse van het NotLikeUs-project erop dat tussen de 30 en de 40 procent van de Vlaamse kiezers tijdens de campagne voor de regionale en federale verkiezingen van 2024 dagelijks sociale media gebruikten om politieke informatie te verkrijgen.

Deze meer individuele manier van informatievergaring hangt overigens samen met een bredere tendens tot individualisering, waarbij mensen meer zelf bepalen hoe ze hun leven inrichten.

Groepsidentiteit

Al die veranderingen – de ontzuiling, dat de klassieke breuklijnen niet langer het politieke discours domineren, de individualisering van de samenleving en de manier waarop politieke informatie circuleert – leiden tot de vraag of de sociale groepen waartoe kiezers behoren nog wel een rol spelen bij de keuzes die ze maken? Of zijn de politieke keuzes van kiezers, net als hun mediadieet, pure individuele keuzes geworden?

Politicologisch onderzoek wijst erop dat sociale groepen nog steeds een grote electorale rol spelen, al zijn er uiteraard veranderingen in de manier waarop groepen met stemgedrag verbonden zijn. De blijvende politieke rol voor sociale groepen blijkt op drie vlakken.

Ten eerste hebben de groepen waarmee kiezers zich identificeren nog steeds een invloed hebben op hun stemvoorkeur. Maar er is een belangrijke toename in het aantal groepen en identiteiten die politiek relevant zijn, en die de stemkeuze bepalen. Een aantal decennia geleden speelden de sociale klasse van kiezers en hun religie een grote rol in die stemkeuze. Arbeiders hadden een grotere kans om voor een socialistische partij te stemmen dan ondernemers of zelfstandigen. Wie wekelijks naar de kerk ging, koos in het stemhokje vaker voor christendemocratische kandidaten.

Korter geschoolden stemmen in grotere mate voor radicaalrechtse partijen die het opnemen voor de ‘verliezers’ van de economische globalisatie.

Sociale klasse en religie hangen vandaag nog steeds samen met stemvoorkeur. Maar hun politieke impact is afgenomen – al is het maar omdat de arbeidersklasse vandaag kleiner is, en er ook minder praktiserende katholieken zijn.

Tegelijk wonnen de afgelopen decennia andere identiteiten aan politieke relevantie. Zo hangt gender steeds sterker samen met ideologische en partijvoorkeuren, waarbij mannen meer voor rechtse partijen en vrouwen meer links kiezen. Onderzoek wijst daarnaast uit dat het opleidingsniveau van kiezers een grotere invloed heeft op electorale keuzes. Daarbij hebben hoger opgeleiden gemiddeld een grotere kans om voor sociaal progressieve partijen, zoals groene partijen, te stemmen.

Korter geschoolden, daarentegen, stemmen in grotere mate voor radicaal rechtse partijen die het opnemen voor de ‘verliezers’ van de economische globalisatie. Verder zien we in heel West-Europa, en ook in België, een grotere politieke kloof tussen stad en platteland. Dit wijst erop dat de woonplaats van kiezers steeds sterker samenhangt met de stemkeuzes die ze maken. Daarbovenop worden LGBTQI+-identiteiten politiek relevanter, en leidt meer culturele diversiteit ertoe dat etnische identiteit een belangrijke factor wordt om de stemkeuzes in Westerse democratieën te verklaren.

‘Voor de boeren’

Het aantal identiteiten met invloed op de stemvoorkeuren van burgers neemt met andere woorden toe. Die toename aan relevante groepskenmerken zorgt ervoor dat identiteiten minder eenduidig met stemkeuzes samenhangen. Net omdat meer identiteiten politiek relevant zijn, twijfelen kiezers langer en wisselen ze vaker van partij. Als heel wat identiteiten en groepskenmerken van belang zijn, is de kans immers kleiner dat één partij elk van die identiteiten het best vertegenwoordigt.

Net omdat meer identiteiten politiek relevant zijn, twijfelen kiezers langer en wisselen ze vaker van partij.

Afhankelijk van de vraag of ze de beste partij willen voor hun sociale klasse, de beste partij voor hun etnische groep, of de beste partij voor hun gender-groep, kunnen kiezers voor andere partijen stemmen. Sociale groepen en identiteiten blijven dus politiek relevant en hebben nog steeds een sterke invloed op stemvoorkeuren, al hangen groepskenmerken minder eenduidig met partijvoorkeur samen en kunnen ze vandaag net de dag een bron zijn voor volatiliteit.

Ten tweede tonen analyses van partijcommunicatie het blijvende politieke belang van sociale groepen en groepsidentiteiten. Zo blijkt uit partijprogramma’s of advertenties en posts in traditionele media en op sociale media dat partijen veelvuldig naar groepen verwijzen. Partijprogramma’s staan bol van de verwijzingen naar ‘arbeiders’, ‘gepensioneerden’, ‘studenten’, ‘boeren’, of ‘werklozen’.

Met die verwijzingen signaleren partijen aan kiezers welke groepen ze in het bijzonder willen vertegenwoordigen. Tegelijk maken ze duidelijk welke groepen baat hebben bij hun beleidsvoorstellen, of net tegen welke groepen ze maatregelen willen nemen. De verwijzingen die partijen maken naar specifieke groepen blijken overigens niet zonder gevolg. Door vaak en in positieve zin naar een bepaalde groep te verwijzen, versterken partijen hun reputatie als vertegenwoordiger van die groep, en halen ze meer stemmen bij kiezers die tot die groep behoren. Zo verwijzen sociaaldemocratische partijen in hun partijprogramma’s naar arbeiders en de arbeidersklasse, en halen ze meer stemmen in die groep.

De mate waarin sociale groepen de stemkeuze beïnvloeden, hangt dus voor een deel af van de signalen die partijen zelf naar verschillende groepen in de samenleving sturen.

Communicatiestrategie

Dat partijen zelf belang hechten aan sociale groepen en identiteiten, blijkt ook uit het beeld dat de verkozenen hebben van wat de stemkeuze van kiezers beïnvloedt. In recent onderzoek werd aan verkozenen in verschillende landen, waaronder in Vlaanderen, gevraagd of ze denken dat kiezers veeleer kiezen op basis van de beleidsvoorkeur die ze hebben, of op basis van groepsidentiteiten. Daaruit blijkt dat een meerderheid van alle verkozenen ervan overtuigd is dat identiteit voor kiezers belangrijker is dan beleidsposities.

Een derde indicatie van de blijvende politieke rol van sociale groepen zit in de aanhoudende relevantie van middenveldorganisaties. Uiteraard heeft de ontzuiling de rol die middenveldorganisaties spelen veranderd. De banden tussen organisaties zoals vakbonden, mutualiteiten of vrijetijdsorganisaties enerzijds en partijen anderzijds zijn minder hecht en minder exclusief geworden.

Al blijft het strategisch belangrijk voor partijen om op zijn minst informele contacten te onderhouden met middenveldorganisaties, zowel omwille van de informatie die middenveldorganisaties vergaren en kunnen delen, als omwille van hun mobiliserende kracht. Contacten blijven dus belangrijk, en ook in België staan middenveldorganisaties nog steeds in nauw overleg met de partijen, vooral in de aanloop naar verkiezingen. Uit onderzoek blijkt dat partijen die meer en sterkere connecties hebben met middenveldorganisaties, gemiddeld trouwere kiezers hebben.

Uit onderzoek blijkt dat partijen die meer en sterkere connecties hebben met middenveldorganisaties, gemiddeld trouwere kiezers hebben.

Kiezersonderzoek onderschrijft dat blijvende belang van het middenveld voor de keuzes die kiezers maken. Binnen de onderzoeksgroep Verkiezingen & Democratie van de KU Leuven namen we recent een online vragenlijst af bij iets meer dan duizend Vlaamse kiezers. Daarin vroegen we aan respondenten of de middenveldorganisaties en bewegingen waarvan ze lid zijn hun stemkeuze soms beïnvloeden. Zo’n 37 procent van de respondenten gaf aan dat hun stemkeuze samenhangt met de organisaties en groepen waarvan ze lid zijn. Daarbij meldden zo’n 13,6 procent van de respondenten dat vakbonden of andere beroepsorganisaties van belang zijn wanneer ze een stemkeuze maken.

Andere ‘klassieke’ zuilorganisaties, zoals mutualiteiten en jeugdbewegingen, net als religie, vermeldden de respondenten evenzeer. Naast die meer traditionele organisaties zien we dat belangengroepen die een sterke expertise hebben op bepaalde thema’s, zoals Natuurpunt of Oxfam electoraal belang hebben.

Ten slotte blijkt de mening van de directe omgeving, familie, vrienden, kennissen en collega’s voor velen belangrijk bij hun stemkeuze, net als wat er in vrijetijdsbewegingen gebeurt. Het lijkt misschien alsof kiezen een steeds individuelere aangelegenheid is, maar voor veel kiezers blijven de organisaties en bewegingen waarvan ze lid zijn, samen met hun sociaal netwerk, van doorslaggevend belang wanneer ze een partijkeuze maken.

Ons kiesgedrag is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Klassieke partijen doen het electoraal steeds slechter, en onder invloed van ontzuiling, nieuwe maatschappelijke breuklijnen en veranderingen op het vlak van communicatie en media lijkt het alsof sociale identiteiten niet langer van belang zijn, alsof de politieke rol van traditionele middenveldorganisaties is uitgespeeld.

De realiteit blijkt complexer. Sociale groepen en identiteiten hebben hun politieke relevantie niet verloren. Wel zijn meer identiteiten tegelijk relevant, wat de relatie tussen groep en partijkeuze ingewikkelder maakt. De rol van middenveldorganisaties en belangengroepen is allerminst uitgespeeld. Voor veel kiezers zijn de signalen die middenveldorganisaties uitsturen en de posities die ze innemen belangrijk wanneer ze de stembus ingaan.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Monitoringcomité bevestigt: begrotingstekort loopt verder...

Het Monitoringcomité verwacht dat de begroting de komende jaren nog verder zal ontsporen dan tot nu toe geschat. Uit het meest recente rapport...
   07 juli 2026

Zijn flexi-jobs echt een win-win?

Door een grote uitbreiding van de flexi-jobs kan vanaf 1 juli zowat elke werkgever er een beroep op doen, tenzij de sector zelf er anders over...
   30 juni 2026

Wat regering beknibbelt op sociale zekerheid gaat bijna...

De regering-De Wever beweert te besparen om het begrotingstekort terug te dringen. Maar geld dat gehaald wordt uit de sociale zekerheid verschuift...
   30 juni 2026

Hittegolf legt opnieuw pijnpunten bloot: openbare ruimte...

De hittegolf houdt het land nog steeds stevig in haar greep. Zeker in de steden zitten veel bewoners in oververhitte appartementen en vinden te...
   26 juni 2026